Studieschuld bij IB-Groep

Terug naar overzicht

Studieschuld bij IB-Groep

U kunt tijdens uw studiefinanciering op verschillende manieren een schuld bij de IB-Groep opbouwen. Er kan een schuld ontstaan doordat u de prestatienorm niet heeft gehaald of doordat u zelf een schuld bij de IB-Groep in de vorm van een maandelijks leenbedrag heeft aangevraagd.

De schulden die u bij de IB-Groep kunt hebben, worden in gedeeld in kortlopende en langlopende schulden.

Kortlopende studieschulden

Kortlopende schulden worden op korte termijn geïnd, bijvoorbeeld terwijl u nog studiefinanciering ontvangt. Tot de kortlopende schulden behoren:

  • te veel uitgekeerde studiefinanciering, bijvoorbeeld te veel aanvullende beurs of onterecht ontvangen basisbeurs
  • onterecht bezit van de OV-studentenkaart

U krijgt een bericht van de IB-Groep waarop staat hoeveel geld u had horen te krijgen en wat uw schuld is. Tevens maakt het IB-Groep bekend op welke wijze dit bedrag op u verhaald zal worden. Zolang u nog studiefinanciering ontvangt zal de IB-groep deze schuld verrekenen met uw beurs, met een maximaal bedrag van 144,28 euro per maand.

De IB-Groep moet bij het vaststellen van het maandelijkse aflossingsbedrag (dus ook bij verrekening) wel rekening houden met uw inkomsten en uitgaven.

Als u nog studiefinanciering ontvangt is het aan te raden om direct met de IB-Groep contact op te nemen en te verzoeken een lager aflossingsbedrag vast te stellen. Bewijsstukken van uw inkomsten en uitgaven moet u dan meesturen. Daarmee kunt u eventuele financiële problemen voorkomen.

Tegen het bericht tot terugbetaling kunt u uiteraard bezwaar maken. Stel dat u bijvoorbeeld vindt dat het bedrag dat wordt teruggevorderd te hoog is vastgesteld. U kunt dan binnen zes weken bezwaar aantekenen.

Let op: het maken van bezwaar schort uw betalingsverplichting niet op, ook al staat vast dat u gelijk heeft. Het is bij evidente (overduidelijke) fouten wel aan te raden om contact op te nemen met de IB-Groep. Als de IB-Groep ook inziet dat er een fout gemaakt is, kan deze fout mogelijk hersteld worden zonder dat een bezwaarprocedure gevoerd hoeft te worden.

Komt u door terugvordering in grote financiële problemen terecht, dan is het mogelijk om naast het maken van bezwaar een voorlopige voorziening aan te vragen bij de rechtbank. U verzoekt dan om de verplichting tot terugbetaling op te schorten totdat op het bezwaarschrift is beslist. De rechtbank zal dan binnen enkele weken een beslissing nemen op dit verzoek.

Langlopende schulden

Langlopende schulden zijn schulden uit:

  • rentedragende leningen en leningen die veroorzaakt worden door het niet halen van de tempo- of prestatienorm
  • een kortlopende schuld die is omgezet in een langlopende schuld.
    Het aflossen van langlopende schulden begint met een aanloopfase en sluit af met een afloopfase

Aanloopfase

Als u afgestudeerd bent, of als u met uw opleiding stopt, dan begint op 1 januari volgend op de datum waarop u met uw studie bent gestopt de zogenaamde aanlooptijd van twee jaar te lopen.

Een voorbeeld.

Jan studeert af in 2008. De aanloopfase begint dan op 1 januari 2009 en loopt tot en met 2010.

In de aanloopfase bent u nog niet verplicht om de schuld af te lossen, maar dat mag wel. Wel begint vanaf 1 januari de rente te lopen over uw langlopende schuld. De rente wordt voor vijf jaar vastgesteld. Het is dan ook voordelig om al te beginnen met aflossen. U betaalt dan minder rente.

Aflosfase

De aflosfase begint direct na de aanloopfase. Deze fase duurt maximaal 15 jaar, de minimale aflossing per jaar bedraagt 45,41 euro per maand. Mocht hiermee uw schuld niet binnen 15 jaar afgelost zijn, dan wordt bepaald wat u maandelijks moet gaan betalen om wel binnen 15 jaar uw schuld te hebben afbetaald. De termijn wordt zodanig vastgesteld dat u na 15 jaar precies de hele schuld inclusief rente heeft betaald.

Deze aflossingsregels gaan alleen niet op als u volgens de wet te weinig inkomen hebt om hieraan te voldoen. In dat geval mag u betalen naar draagkracht. U kunt dan de zogenaamde draagkrachtmeting aanvragen. Bij de draagkrachtmeting wordt het inkomen van uw eventuele partner meegenomen.

Kwijtschelding

Na de aflosfase van 15 jaar kan de IB-Groep overgaan tot kwijtschelding van het restant van uw schuld. Dat is mogelijk als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • er is tot het einde van de aflosfase een lager maandbedrag berekend vanwege een laag inkomen
  • het inkomen van de partner heeft steeds meegeteld bij de berekening van het maandbedrag.

Daarnaast vindt kwijtschelding van de schuld plaats bij overlijden.

Uw adviseur op het gebied van:

Uitkeringen & sociale zekerheid