Huwelijkse voorwaarden: de verdeling van de bezittingen na de echtscheiding

Terug naar overzicht

Huwelijkse voorwaarden: de verdeling van de bezittingen na de echtscheiding

Huwelijkse voorwaarden zijn afspraken die vóór of tijdens het huwelijk bij een notaris kunnen worden opgesteld. In deze huwelijkse voorwaarden kunt u regelen dat u beiden (voor een deel) gescheiden vermogens houdt tijdens het huwelijk.

Er zijn verschillende soorten huwelijkse voorwaarden. De bekendste zijn:

  • de koude uitsluiting
  • de beperkte gemeenschap

Koude uitsluiting
Een overeenkomst van huwelijkse voorwaarden waarbij tussen partijen geen enkele gemeenschap van goederen bestaat wordt ook wel koude uitsluiting genoemd. Bij deze variant van huwelijkse voorwaarden regelen beide partners dat hun inkomen of vermogen op geen enkele wijze samenvloeit of verrekend wordt. Ieder houdt dus zijn eigen vermogen en inkomen.

Deze huwelijkse voorwaarden hebben tot gevolg dat er tussen u en uw echtgenoot nauwelijks financiële banden bestaan. Het enige dat partijen financieel bindt is een eventuele alimentatieverplichting.

Deze vorm van huwelijkse voorwaarden brengt een groot risico met zich mee voor de partner die (in de toekomst) geen eigen inkomsten heeft of vermogen opbouwt. Bij een echtscheiding heeft elke partner alleen recht op zijn eigen (opgebouwde) vermogen.

Een voorbeeld.
Peter en Els trouwen op huwelijkse voorwaarden en kiezen daarbij voor de zogenaamde ‘koude uitsluiting'. In de periode dat zij trouwen hebben Peter en Els allebei een baan waarmee ze ongeveer 3.000 euro bruto per maand verdienen. Vermogen hebben ze nauwelijks.

Twee jaar later raakt Els zwanger van een tweeling en besluit zij te stoppen met werken. Peter maakt promotie op zijn werk en gaat flink meer verdienen. Hij bouwt in een aantal jaar een vermogen op van 100.000 euro.

Na tien jaar komt er een einde aan dit huwelijk. Bij de scheiding valt er weinig te verdelen. Ieder houdt namelijk zijn eigen vermogen. Els heeft geen vermogen kunnen opbouwen omdat zij in de afgelopen jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Peter mag zijn vermogen van 100.000 euro behouden en hoeft dit niet met Els te delen.

De beperkte gemeenschap
Een andere bekende vorm van huwelijkse voorwaarden is de zogenaamde beperkte gemeenschap. In feite ontstaan er door deze afspraken drie vermogens: elke partner heeft een eigen vermogen en er ontstaat een derde vermogen, het gezamenlijke vermogen. Dit gezamenlijke vermogen kan bijvoorbeeld bestaan uit de woning.

Bij een echtscheiding moet alleen het gezamenlijke vermogen verdeeld worden.

Verrekenbedingen
Vaak wordt er in de huwelijkse voorwaarden een zogenaamd verrekenbeding opgenomen. Door een verrekenbeding kan het nadeel van de koude uitsluiting voor de niet-verdienende of niet-vermogende partner enigszins gecompenseerd worden.

De bedoeling van een verrekenbeding is dat de gezamenlijke inkomsten die niet geconsumeerd worden (de opgespaarde inkomsten dus) verdeeld worden. Er zijn verschillende soorten verrekenbedingen, bekende vormen zijn:

  • het periodiek verrekenbeding
  • het finale verrekenbeding

Bij een periodiek verrekenbeding is het de bedoeling dat u jaarlijkse met uw partner de opgespaarde inkomsten verdeeld. In de praktijk wordt dit heel vaak vergeten. Dit kan bij een echtscheiding tot lastige discussies leiden. Er moet soms na tientallen jaren alsnog bekeken worden welke bedragen er verdeeld hadden moeten worden.

Naast het periodiek beding bestaat er ook een finaal verrekenbeding. Bij een finaal verrekenbeding zal er pas een verplichting tot verrekening ontstaan op het moment dat er een einde komt aan de relatie bijvoorbeeld bij echtscheiding of overlijden.

Problemen met verrekenbedingen
Naast het probleem dat veel periodieke verrekenbedingen nooit worden uitgevoerd tijdens het huwelijk, ontstaan er ook veel problemen bij de vraag wat er precies onder het begrip inkomsten moet worden verstaan.

In het algemeen wordt onder inkomen verstaan het inkomen dat wordt gebruikt om de kosten van de huishouding te betalen. Dit betekent dus dat zakelijke winstreserveringen in de onderneming van een scheidende directeur-grootaandeelhouder niet als te verrekenen inkomen wordt beschouwd. Dit is weer anders als op de aandelen geen winst is uitgekeerd terwijl de vennootschap wel uitkeerbare winst heeft gemaakt en de aandeelhouder de winst naar eigen inzicht kon uitkeren of in de vennootschap kon houden.