Beëindiging van een samenlevingsrelatie

Terug naar overzicht

Beëindiging van een samenlevingsrelatie

Een samenlevingsrelatie (zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap) kan op elk moment beëindigd worden. Hier zijn geen bijzondere voorwaarden of eisen aan gesteld.

In veel gevallen zal er wel een samenlevingscontract zijn. Daar staan een aantal bepalingen in die aangeven hoe het samenlevingscontract ontbonden kan worden en welke zaken dan geregeld moeten worden. Vaak kan het samenlevingscontract beëindigd worden door middel van een aangetekende brief gericht aan de andere partner.

Partneralimentatie
Op het moment dat u niet bent getrouwd of een geregistreerd partnerschap heeft gehad, heeft u geen wettelijke verplichting om uw ex-partner ook na de beëindiging van de relatie te onderhouden.

Kinderalimentatie
Op het moment dat de relatie tussen partijen eindigt en er kinderen uit deze relatie geboren zijn, bestaat er een wettelijke plicht voor de niet-verzorgende ouder om maandelijks een bijdrage te voldoen in de kosten van het levensonderhoud van de kinderen.

Deze verplichting is er ook als u geen ouderlijk gezag over de kinderen heeft of als u de kinderen niet erkend heeft. Met andere woorden: een verwekker of biologische vader van het kind is altijd onderhoudsplichtig.

De vaststelling van de hoogte van de kinderalimentatie gebeurt op dezelfde manier als bij een echtscheiding.

Gezag over kinderen
Kinderen die tijdens de relatie van de ouders zijn geboren staan na de geboorte alleen in familierechtelijke betrekking tot de moeder. Pas op het moment dat de vader het kind erkent ontstaat er ook een juridisch familierechtelijk band tussen vader en het kind.

Als ouders getrouwd zijn krijgen zij automatisch het ouderlijk gezag over de kinderen. Is er geen sprake van een huwelijk dan zullen de ouders zelf stappen moeten ondernemen om het gezamenlijk ouderlijk gezag te krijgen. Ouders kunnen een verzoek doen bij de griffier van de rechtbank.

Als de moeder geen toestemming wil geven om voortaan gezamenlijk het ouderlijk gezag uit te oefenen kan de man een eenzijdig verzoek indienen bij de rechtbank. Hierin verzoekt hij de rechter om het gezamlijk ouderlijk gezag.

Omgang met kinderen
Als ouders een relatie hebben gehad kan de niet-verzorgende ouder om omgang met het kind/de kinderen verzoeken. De ouder die een nauwe persoonlijke band met het kind heeft, heeft recht op omgang. Dit geldt ook voor de biologische vader die het kind niet erkend heeft.

Afwikkeling van financiële zaken
Bij het opstellen van een samenlevingscontract worden er afspraken gemaakt over financiële zaken, zoals de verdeling van de kosten van de huishouding, maar ook de vraag of er een (beperkte) gemeenschap van goederen tussen partijen ontstaat. De inhoud van samenlevingscontracten kunnen zeer uiteenlopen.

Uiteraard geldt dat wat er in het contract is opgenomen als richtlijn geldt. Op het moment dat partijen er niet in slagen om de financiële zaken conform het samenlevingscontract af te wikkelen kan één van partijen zich tot de rechter wenden.

Een dergelijke procedure moet worden ingeleid met een dagvaarding en u zult hiervoor een advocaat moeten inschakelen. In deze dagvaarding kunnen vorderingen worden gedaan over de verdeling van gemeenschappelijke goederen of over de vraag wie er in de huur- en of koopwoning mag blijven wonen.

Indien u wel overeenstemming bereikt over de afwikkeling van financiële zaken, kunt u de afspraken neerleggen in een convenant. Dit convenant kunt u dan beiden ondertekenen, zodat de afspraken vastliggen. In dit convenant kunt u bijvoorbeeld ook afspraken maken over de hoogte van de kinderalimentatie. Hoewel vaak wel wenselijk is het niet noodzakelijk dat deze afspraken ook door een rechter worden bekrachtigd.

Afwikkeling van financiële zaken zonder samenlevingscontract
Ook wanneer u geen samenlevingsovereenkomst bent aangegaan kunnen er wel bepaalde goederen gemeenschappelijk zijn geworden in de loop der jaren. U moet hierbij denken aan een bankrekening die u gezamenlijk heeft geopend en waarop u altijd ieder maandelijks een geldbedrag heeft gestort. Deze rekening moet uiteraard worden verdeeld en worden beëindigd.

Daarnaast kan het ook zijn dat u gezamenlijk eigenaar bent geworden van een woning. Over de woning zal u dan ook afspraken moeten maken. Op het moment dat u geen afspraken kunt maken over de woning zal de rechter een knoop moeten doorhakken. U kunt verschillen van mening over de vraag wie na de beëindiging van de relatie in de woning mag blijven wonen, maar ook over de vraag, hoe een en ander financieel moet worden afgewikkeld als u het wel eens bent met betrekking tot de vraag wie in de woning mag blijven wonen.

In het geval van een koopwoning zal de rechter bekijken wie de woning kan financieren. Op het moment dat beide partijen kunnen aantonen dat zij de woning alleen kunnen financieren zal de rechter ook andere overwegingen in zijn oordeel betrekken. Dit kan een bijzondere band met de woning zijn. Maar eventuele kinderen spelen bij deze kwestie ook een rol. De rechter is in een dergelijk geval snel geneigd om de woning dan toe te kennen aan de ouder die de woning kan betalen en ook de hoofdzorg voor de kinderen heeft.

Op het moment dat er een overwaarde op de woning zit, zal de rechter ook moeten oordelen welk bedrag aan de partij wordt toebedeeld die niet in de woning zal blijven wonen. Op het moment dat partijen het niet eens kunnen worden over de waarde van de woning zal de rechter een taxateur benoemen die de woning zal taxeren. Degene die de woning krijgt toebedeeld zal de helft van de overwaarde aan de ander moeten voldoen.

Pensioen
In veel samenlevingsovereenkomsten is bepaald of partners voor elkaar pensioen gaan opbouwen en hoe dit pensioen moet worden verdeeld bij beëindiging van de relatie.

De meeste pensioenfondsen kennen voor ongehuwd samenwonenden een partnerpensioen. U kunt dit nagaan bij het pensioenfonds waar het pensioen wordt opgebouwd.

In de meeste pensioenreglementen is bepaald dat er een verklaring door beide partners moet worden ondertekend waarin de duur van de samenleving blijkt. Tot en met 31 december 2007 had de meeverzekerde partner bij beëindiging van de relatie geen rechten op verdeling van pensioenrechten. Met ingang van 1 januari 2008 is in de Pensioenwet een bepaling opgenomen op grond waarvan de niet-pensioenopbouwende partner recht heeft op het partnerpensioen.