Hoe wordt een mentorschap ingesteld?

Terug naar overzicht

Hoe wordt een mentorschap ingesteld?

Een verzoek tot mentorschap wordt voorgelegd aan de kantonrechter van de rechtbank binnen het gebied waarin de betrokkene woont. Het verzoek kan worden ingediend door de echtgenoot, geregistreerd partner (of andere levensgezel), zijn bloedverwanten in de rechte lijn en die in de zijlijn tot de vierde graad, de voogd van de betrokkene, zijn voogd, zijn curator of het openbaar ministerie. De betrokkene zelf kan het verzoek ook doen.

Een verzoek tot instelling van mentorschap hoeft niet verplicht via een advocaat te worden ingediend. Het verzoek tot instelling van mentorschap kan door middel van het invullen van een speciaal formulier worden gedaan. De betrokkene zelf of de verzoeker kan zelf een mentor voordragen.

Mondelinge behandeling
De kantonrechter zal na ontvangst van het verzoek een mondelinge behandeling bepalen waarbij de kantonrechter de betrokkene zelf, maar ook andere belanghebbenden zoals een echtgenoot, geregistreerd partner, een andere levensgezel, kinderen of een voogd oproept.

In het geval de familieleden schriftelijk aangegeven hebben akkoord te gaan met de instelling van het mentorschap dan zullen zij niet meer worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling.

De kantonrechter zal tijdens de mondelinge behandeling informatie inwinnen over de situatie van de persoon waarvoor het mentorschap is verzocht. Als de kantonrechter oordeelt dat er voldoende redenen zijn, zal de rechter het mentorschap uitspreken.

Tegen deze uitspraak kan binnen drie maanden beroep worden ingesteld.

Benoeming mentor
Gelijktijdig met het instellen van het mentorschap benoemt de rechter een mentor. Bij het verzoek tot instelling van een mentorschap kan ook worden vermeld wie als mentor wordt voorgedragen. De voorgedragen mentor kan zich al voor de mondelinge behandeling bereid verklaren om als mentor op te treden.

De kantonrechter zal op de mondelinge behandeling vervolgens beoordelen of de voorgedragen mentor geschikt is om zijn taken te vervullen.

De wet geeft geen voorwaarden omtrent de eigenschappen van een mentor, maar wel wordt er in de wet beschreven wie er geen mentor kunnen worden. Geen mentor kunnen worden:

  • personen die handelingsonbekwaam zijn (bijvoorbeeld omdat iemand failliet verklaard is)
  • personen die zelf onder mentorschap staan
  • rechtspersonen (dus stichtingen of besloten vennootschappen)
  • de direct betrokken of behandelende hulpverleners (arts, verpleger)
  • personen die behoren tot de leiding of tot het personeel van de instelling waar de onder mentoraat gestelde verblijft

Kosten van verzoek tot mentorschap
Het doen van een verzoek tot instelling van mentorschap brengt kosten met zich mee. De rechtbank zal hiervoor zogenaamde griffierechten in rekening brengen. Deze griffierechten bedragen 75 euro.

Einde van mentorschap
Het mentorschap eindigt door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor het is ingesteld, maar ook door de dood of de onder curatelestelling van de betrokkene. Het mentorschap kan worden omgezet in een ondercuratelestelling.

De kantonrechter kan op verzoek van de betrokkene, zijn mentor, of op vordering van het Openbaar Ministerie, het mentoraat opheffen.

Ook interessant voor u: