Welke rechten en plichten gelden er bij trouwen of geregistreerd partnerschap?

Terug naar overzicht

Welke rechten en plichten gelden er bij trouwen of geregistreerd partnerschap?

Op het moment dat u trouwt gaan er tussen u en uw echtgenoot specifieke rechten en plichten gelden. Dezelfde rechten en plichten gelden ook als u kiest voor het geregistreerd partnerschap. Deze rechten en plichten worden nauwkeurig in de wet beschreven.

Van sommige van deze rechten en plichten mag u afwijken. Dat kan bijvoorbeeld door het opmaken van huwelijkse voorwaarden of (bij geregistreerd partnerschap) partnerschapsvoorwaarden.

De belangrijkste rechten en plichten gaan over:

  • de verplichting om elkaar te onderhouden en de aansprakelijkheid voor huishoudelijke schulden;
  • de toestemming die in bepaalde situaties noodzakelijk is van de andere partner;
  • de verzorging en opvoeding van eventuele kinderen;
  • vermogen en bezittingen;
  • pensioen;
  • het voeren van elkaars achternaam;
  • aanverwantschap (uw schoonfamilie);
  • erfgenaamschap.

Onderhoudsverplichting en aansprakelijkheid huishoudelijke schulden
Echtgenoten zijn verplicht elkaar het nodige te verschaffen. Dit houdt in dat u en uw partner over en weer verplicht zijn om, voor zover zij inkomsten hebben, naar rato bij te dragen aan de kosten van de huishouding. Daarnaast zijn echtgenoten elkaar huwelijksgetrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. Hulp en bijstand houdt in dat u elkaar helpt en ondersteunt waar dit nodig of wenselijk is.

Daarnaast bent u allebei aansprakelijk voor huishoudelijke schulden die een van beide partners aangaat.

Een voorbeeld.
Karin koopt een wasmachine op afbetaling, maar betaalt de aflossingen niet. Haar man, Peter, kan dan worden aangesproken om alsnog voor deze betalingen zorg te dragen. Dit is anders als Peter bijvoorbeeld een oldtimer op afbetaling koopt. De aanschaf van een oldtimer is namelijk geen uitgave die betrekking heeft op de gewone gang van de huishouding.

Op het moment dat Peter niet betaalt, kan de verkoper van de oldtimer alleen Peter aanspreken tot betaling, maar de verkoper kan zich zowel verhalen op het vermogen van Peter als de gemeenschappelijke goederen van Peter en Karin.

Op het moment dat er gemeenschappelijke goederen zijn uitgewonnen om de schuld van de oldtimer te voldoen, moet Peter het bedrag dat uit gemeenschappelijke goederen is voldaan, aan de gemeenschap terugbetalen.

Bij huwelijkse voorwaarden kan van deze regels worden afgeweken.

Verplichte toestemming van de andere echtgenoot bij bepaalde handelingen
De ene echtgenoot heeft in sommige gevallen toestemming nodig van de andere echtgenoot om bepaalde (rechts)handelingen te verrichten. Zo heeft de ene echtgenoot de toestemming van de andere echtgenoot nodig bij het afsluiten van een hypotheek op een woning, zelfs als de woning het eigendom is van een van beide echtgenoten.

Ook is toestemming nodig voor het doen van een grote gift. Een voorbeeld: Karin wil maandelijks vijf euro geven aan de Dierenbescherming. Hiervoor hoeft zij haar man, Peter, geen toestemming te vragen. Maar als Karin haar broer een schuld van 15.000 euro wil kwijtschelden heeft zij wel de toestemming van Peter nodig. Het kwijtschelden van een schuld is volgens de wet namelijk hetzelfde als het doen van een gift.

Wat kan Peter nu doen als hij er achter komt dat Karin de schuld heeft kwijtgescholden zonder zijn toestemming? Peter kan dan binnen drie jaar na ontdekking de zogenaamde vernietiging van deze handeling inroepen. Dit betekent dat hij de broer van Karin een brief kan sturen waarin hij hem meedeelt dat de schuld alsnog afgelost moet worden.

Verzorging en opvoeding van eventuele kinderen
Het ligt natuurlijk voor de hand dat u allebei de verplichting heeft om de kosten voor de opvoeding en verzorging van uw kinderen op te brengen. Naast een puur financiële verplichting hebben ouders ook de verplichting om de kinderen op te voeden.

Deze verplichting beperkt zich niet alleen tot eigen kinderen. De verplichting tot verzorging en opvoeding van kinderen heeft ook betrekking op eventuele andere kinderen die tot het gezin behoren, zoals stief- en pleegkinderen.

Vermogen en bezittingen
Als u getrouwd bent kan dat ook gevolgen hebben voor de omvang van uw vermogen en bezittingen. Als u niets afspreekt met uw echtgenoot bent u automatisch in gemeenschap van goederen gehuwd. Dit betekent dat alle bezittingen en schulden van de echtgenoten gemeenschappelijk worden.

Als u dit niet wilt, dan kunt u voorafgaand aan het huwelijk afwijkende afspraken maken over vermogen en bezittingen. Deze afspraken noemt men ook wel huwelijkse voorwaarden. Of het in uw geval wenselijk is om huwelijkse voorwaarden te laten maken, hangt af van uw specifieke situatie. Een aantal bekende redenen waarom mensen kiezen voor huwelijkse voorwaarden zijn:

  • de persoonlijke overtuiging van een of beide partners dat het wenselijk is om de vermogens gescheiden te houden;
  • een groot verschil in vermogen tussen de ene en de andere partner voorafgaand aan het huwelijk;
  • de omstandigheid dat een van beide partners een eenmanszaak heeft en de andere partner niet verantwoordelijk wil zijn of worden voor eventuele schulden die hieruit kunnen voortkomen;
  • vroeger werden er veelal huwelijkse voorwaarden onder druk van de familie opgesteld als één partij vermogend was en de andere partij juist niet.

Huwelijkse voorwaarden moeten door de notaris worden opgesteld en in een daarvoor bestemd huwelijksgoederenregister worden ingeschreven. Voor het geregistreerd partnerschap geldt hetzelfde. Als u niets afspreekt worden ook bij het geregistreerd partnerschap alle bezittingen en schulden gemeenschappelijk.

Pensioen
Hoewel pensioen buiten de gemeenschap van goederen valt, betekent dit niet dat u of uw partner bij een echtscheiding geen aanspraak zou kunnen maken op (een deel van) het pensioen van de andere partner. De manier waarop pensioen bij een echtscheiding geregeld wordt is vastgelegd in een speciale wet, de Wet verevening pensioenrechten. De kern van deze wet is dat u over en weer recht heeft op het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd.

U kunt in huwelijkse voorwaarden regelen dat deze Wet verevening pensioenrechten niet van toepassing is en dat ieder bij echtscheiding dus alleen recht heeft op zijn of haar eigen pensioen.

Voeren van elkaars geslachtsnaam
Huwelijkspartners hebben het recht om na het sluiten van het huwelijk elkaar achternaam (geslachtsnaam) te voeren. Dit geldt ook voor geregistreerde partners.

Ook mag men beide achternamen voeren in een volgorde die men wenst.

Een voorbeeld.
Anna de Jong trouwt met Thomas Klein. Anna mag na de huwelijkssluiting voor het voeren van haar achternaam een keuze maken uit de volgende opties:

  • Anna de Jong
  • Anna de Jong - Klein
  • Anna Klein de Jong
  • Anna Klein

Andersom kan ook. Thomas kan ook de achternaam van Anna voeren. In principe kan Thomas kiezen uit de volgende variaties:

  • Thomas Klein
  • Thomas Klein - de Jong
  • Thomas de Jong
  • Thomas de Jong - Klein.

Ouders die gehuwd zijn kunnen kiezen of zij hun kinderen de achternaam van de vader of de moeder willen geven. Het is niet toegestaan om het kind een achternaam te geven die een combinatie is van de beide achternamen van de ouders.

Let op: op het moment dat u als ouders bij het eerste kind een naamskeuze heeft gemaakt, geldt deze naamskeuze ook voor de volgende kinderen. U kunt dus niet uw eerste kind de achternaam van de vader geven en een tweede kind de achternaam van de moeder.

Officieel moeten de ouders samen naar de ambtenaar van de burgerlijke stand om kenbaar te maken welke achternaam het kind gaat voeren. U kunt dit niet schriftelijk doen. Als u niet samen voor of bij de aangifte van de geboorte een verklaring aflegt dat het kind de achternaam van de moeder moet krijgen, krijgt het kind automatisch de achternaam van de vader.

De naamskeuze moet uiterlijk bij de aangifte van de geboorte worden gedaan. Het is ook mogelijk om al voor de geboorte een naamskeuze te doen. Het is dan ook aan te raden om tijdens de zwangerschap naar de burgerlijke stand te gaan om de naamskeuze officieel te maken. Dit is met name aan de orde als de ouders er voor kiezen dat het kind de achternaam van de moeder gaat voeren.

Het kind krijgt dus de achternaam van de vader als de ouders niet voor of bij de aangifte van de geboorte samen een verklaring hebben afgelegd.

Op officiële documenten als paspoort, rijbewijs of identiteitskaart wordt altijd uw eigen achternaam vermeld, ook als u gekozen heeft voor de achternaam van uw partner (of voor een combinatie). U kunt er wel voor kiezen om uw achternaam aan te vullen met die van uw partner. Tussen uw achternaam en die van uw partner komt dan de toevoeging ‘e/v' (echtgenoot van) of ‘w/v' (weduwe van) te staan.

Na een echtscheiding mag u de geslachtsnaam van uw ex-partner blijven voeren.
Als uw ex-partner het hier niet mee eens is en er zijn geen kinderen uit het huwelijk geboren, kan hij of zij de rechter verzoeken om u te verbieden de naam van uw ex-partner te blijven voeren.

Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat uw ex-partner van mening is dat u iets gedaan heeft waardoor uw ex-partner (met zijn of haar naam) in een kwaad daglicht is komen te staan.

Schoonfamilie (aanverwantschap)
Door het huwelijk en geregistreerd partnerschap ontstaat aanverwantschap. Dat wil zeggen dat de familieleden van de ene echtgenoot ‘aangetrouwde' familie wordt van de andere echtgenoot. Om tot uitdrukking te brengen hoe ver iemand binnen een (schoon)familie van een ander afstaat, spreekt men van graden van verwantschap.

Een voorbeeld.
Tussen twee broers bestaan (bloed)verwantschap in de tweede graad. U kunt dit beredeneren door van de ene broer een denkbeeldige stap te doen naar de ouders en vervolgen met een tweede denkbeeldige stap weer af te dalen naar de tweede broer. Grootouders en kleinkinderen zijn op die manier ook (bloed)verwanten in tweede graad.

De graad van verwantschap tussen schoonfamilie en familie is gelijk aan de bloedverwantschap tussen de andere echtgenoot en diens bloedverwant.

Een voorbeeld.
De aanverwantschap tussen de vrouw en de broer van haar man (haar zwager) noemt men een verwantschap in tweede graad omdat de man en zijn broer ook tweedegraads (bloed)verwanten zijn.

Het ontstaan van aanverwantschap heeft bepaalde gevolgen. Zo is de broer van de man bijvoorbeeld nooit verplicht te getuigen tegen de vrouw van de man.

Erfgenaamschap
Op het moment dat u getrouwd bent of geregistreerd partner bent, bent u elkaars wettelijk erfgenaam. Ook eventuele kinderen die gedurende het huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn geboren worden de wettelijk erfgenamen van hun ouders. Welke gevolgen dat heeft, leest u hier.