praktijkvoorbeelden

Terug naar overzicht

Het verloop van een letselschadezaak op hoofdlijnen

De zwangerschap van mevrouw Van Duin verloopt voorspoedig, maar de foetus blijft in een stuitligging te liggen. Mevrouw Van Duin wil toch via natuurlijke weg te bevallen. Deze bevalling verloopt echter dermate zwaar en moeizaam dat de arts besluit tot een keizersnee. Na de bevalling blijkt het kindje hersenletsel te hebben als gevolg van zuurstoftekort tijdens de bevalling. Zij wendt zich tot een in medische zaken gespecialiseerde advocaat met het verzoek haar te adviseren over haar positie.

Nadat mevrouw Van Duin en de advocaat de zaak besproken hebben, vraagt de advocaat mevrouw Van Duin om een machtiging te tekenen om het medisch dossier op te vragen. Na ontvangst van het medische dossier bespreek de advocaat de zaak met zijn medisch adviseur en maakt hij een eerste inschatting van de zaak. De kansen, kosten en strategie bespreekt de advocaat vervolgens met mevrouw Van Duin.

Mogelijk kan de advocaat het ziekenhuis ertoe bewegen om te erkennen dat het ziekenhuis aansprakelijk is. (Dit noemt men de erkenning van aansprakelijkheid buiten rechte.). Maar in veel gevallen zal de tegenpartij pas willen overgaan tot het erkennen van de aansprakelijkheid als de rechter zich over de zaak gebogen heeft.

Ook het ziekenhuis zal zich afvragen of de arts op enig moment een andere keuze had kunnen én moeten maken in het belang van de gezondheid van moeder en kind. Als het ziekenhuis de aansprakelijkheid betwist, bijvoorbeeld op grond van de stelling dat de hersenbeschadiging als een akelige maar niet verwijtbare complicatie moet worden beschouwd, kan het nodig zijn een procedure te beginnen.

De advocaat zal mevrouw De Bruin dan adviseren over het procesrisico - dat wil zeggen de kans dat de rechter het ziekenhuis gelijk geeft - en over de kosten van de procedure afgezet tegenover de mogelijke opbrengsten. De advocaat zal met mevrouw Van Duin spreken over de duur van een procedure en de emotionele belasting die procesvoering meebrengt, bij de toch al niet geringe belasting van het grootbrengen van een gehandicapt kind.

Daar staat tegenover dat als de rechter tot het oordeel komt dat het ziekenhuis aansprakelijk is, van het ziekenhuis een substantiële schadevergoeding kan worden verkregen, zowel ten behoeve van het kind zelf als voor de ouders die extra verzorgingskosten zullen maken of voorzieningen moeten treffen. Ook als zij het gehandicapte kind zelf willen verzorgen, kan daar onder bepaalde omstandigheden een zorgvergoeding voor worden gevorderd.

De advocaat zou mevrouw Van Duin ook kunnen adviseren de zaak voor te leggen aan het Medisch Tuchtcollege. Dit college doet geen uitspraken over de schadeplichtigheid van de arts, maar wel over de vraag of er medisch verwijtbaar is gehandeld. Zo ja, dan kan het Medisch Tuchtcollege een disciplinaire maatregel opleggen.

De burgerlijke rechter, die het ziekenhuis wel tot een schadevergoeding kan veroordelen, volgt in de meeste gevallen het oordeel van het Medisch Tuchtcollege over de verwijtbaarheid van het medisch handelen. Mevrouw Van Duin zal waarschijnlijk ervaren dat het ziekenhuis en/of de arts een afwachtende houding aannemen totdat hun eigen verzekeraar een standpunt inneemt. Dit is vaak onvermijdelijk omdat het uiteindelijk de verzekeraar is die de schadevergoeding moet betalen als de arts aansprakelijk is.

De advocaat zal bij alle keuzemomenten over de (on-)mogelijkheden en risico's moeten adviseren, zodat mevrouw Van Duin steeds zelf kan beoordelen wat (juridisch) het meest in het belang van haar en het kind is.

Ook interessant voor u: