Overheid moet burger betalen bij trage besluitvorming

Terug naar overzicht

Overheid moet burger betalen bij trage besluitvorming

0 Beoordelingen

28-12-2009 | Robert-Jan Schenkman

Overheid moet burger betalen bij trage besluitvorming

Een veel gehoorde klacht is dat de overheid traag werkt en dat het vaak lang duurt voordat op een aanvraag (om bijvoorbeeld een vergunning) of op een bezwaarschrift is beslist. De burger voelt zich vaak machteloos bij het uitblijven van een beslissing.

Sinds een paar maanden is de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen' in werking getreden en heeft u als burger een effectief instrument in handen om op te treden tegen trage besluitvorming door de overheid.

Kort gezegd kunnen bestuursorganen (lees: overheidsinstanties) een dwangsom opgelegd krijgen als zij de termijn waarbinnen zij behoren te beslissen, overschrijden. Als u met een traag beslissende overheidsinstantie te maken krijgt, houd dan rekening met de volgende punten.

Tijdige beslissing

U heeft als burger recht op een tijdige beslissing van de overheid. Afhankelijk van de aanvraag die u heeft ingediend bij een bepaalde overheidsinstantie, geldt een vaak een specifieke beslistermijn.

Wettelijke beslistermijn

Soms staat er in de wet hoeveel tijd de overheid heeft om op een aanvraag te beslissen, dit noemt men een wettelijke beslistermijn. Zo moet de overheid bijvoorbeeld binnen 5 weken beslissen op een aanvraag om een tewerkstellingsvergunning. Dit is heel specifiek geregeld in de Wet Arbeid Vreemdelingen. In die situatie is de beslistermijn direct duidelijk.

Als er geen wettelijke beslistermijn is, moet de overheid binnen een ‘redelijke termijn' op uw aanvraag beslissen. Wat redelijk is hangt af van de soort aanvraag. Een redelijke beslistermijn kan een aantal weken zijn, maar soms ook een aantal maanden. In het algemeen wordt aangenomen dat de redelijke beslistermijn is verstreken als niet binnen 8 weken na ontvangst van uw aanvraag door de overheidsinstantie een beslissing genomen is.

Als het gaat om de beslistermijn op een door u ingediend bezwaarschrift, dan geldt in principe een termijn van 6 weken. Wel heeft de betreffende overheidsinstantie de mogelijkheid om deze beslistermijn met nog eens 6 weken uit te stellen.

Beslistermijn verstreken? Onderneem actie!

Als de bovengenoemde wettelijke of redelijke beslistermijn is verstreken en de overheid heeft nog geen beslissing op de aanvraag of het bezwaarschrift genomen, dan kunt u in actie komen.

U kunt de overheidsinstantie dan een brief sturen waarin u melding maakt van het feit dat over uw aanvraag (of bezwaarschrift) niet tijdig een beslissing genomen is en u vraagt de instantie vervolgens om een dwangsom. Een dwangsom is een ‘financiële' straf voor het niet tijdig nemen van een beslissing.

Met deze brief stelt u de overheid ‘in gebreke'. De overheid heeft na uw brief (in juridische vaktaal: uw ingebrekestelling) alsnog 2 weken de tijd om op uw aanvraag te beslissen.

Gevolgen van de dwangsom

Als de overheid na uw brief (ingebrekestelling) niet binnen 2 weken alsnog heeft beslist dan heeft dit twee belangrijke directe gevolgen:

  • De dwangsom begint automatisch te lopen. U heeft dan recht op een dwangsom voor elke dag dat de overheid te laat is met beslissen. Deze dwangsom is 20 euro per dag voor de eerste twee weken, 30  euro per dag voor de volgende twee weken en 40 euro per dag voor de overige dagen. De dwangsom loopt voor maximaal 42 dagen en bedraagt maximaal 1.260 euro.
  • U kunt direct beroep bij de rechtbank instellen tegen het niet tijdig nemen van een beslissing. Dit is een verschil met vroeger waarbij eerst bezwaar moest worden in gesteld bij het bestuursorgaan tegen het uitblijven van een beslissing voordat u beroep bij de rechtbank kon instellen.

Als u het beroep bij de rechtbank wint (in vaktaal: de rechtbank verklaart uw beroep gegrond), dan moet de overheidsinstantie binnen 2 weken na de uitspraak alsnog een beslissing nemen.

Conclusie

Samenvattend zijn er de volgende 3 stappen:

  1. U moet eerst vaststellen dat de beslistermijn verstreken is.
  2. U stelt het bestuursorgaan vervolgens met een brief in gebreke waarin u verzoekt om toepassing van een dwangsom.
  3. Twee weken na uw brief (ingebrekestelling) begint de dwangsom automatisch te lopen en kunt u bovendien beroep bij de rechtbank instellen tegen het uitblijven van een beslissing.

Tot slot: Stel het bestuursorgaan kort nadat de beslistermijn is verstreken in gebreke. Wacht hier niet te lang mee omdat het bestuursorgaan geen dwangsom verschuldigd is als u het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke hebt gesteld.

Robert-Jan Schenkman is verbonden aan Westhoff Advocaten en als advocaat gespecialiseerd in bestuursrecht. Uw reactie is welkom op rjschenkman@westhoff.nl

Beoordelingen

Log in of registreer en geef ook uw beoordeling.