Verplichte bloedtest in strafzaken

Terug naar overzicht

Verplichte bloedtest in strafzaken

0 Beoordelingen

03-01-2010 | Marjolein Dikkerboom

Verplichte bloedtest in strafzaken

Op 10 november 2009 heeft de Eerste Kamer een wetsvoorstel aangenomen waarin aan het openbaar ministerie de bevoegdheid wordt verleend een verdachte of een derde te verplichten om mee te werken aan een bloedtest.


Op dit moment is het nog zo dat een verdachte van een verkrachting of een geweldsmisdrijf waarbij bijvoorbeeld bloedcontact is geweest, kan weigeren om mee te werken aan een bloedtest. Slachtoffers blijven dan in het ongewisse of ze misschien besmet zijn met SOA's of andere ernstige besmettelijke ziektes. Zij kunnen zichzelf laten testen, maar vaak geldt er een incubatietijd.

In sommige gevallen wordt er bij zedenmisdrijven een preventieve medicatie voorgeschreven. Het gaat dan om een behandeling met HIV remmende stoffen waardoor de kans verkleint dat het HIV virus zich in het lichaam gaat nestelen. Deze medicatie moet uiterlijk 72 uur nadat het contact heeft plaatsgevonden ingenomen worden. Het is zware medicatie waarbij bijwerkingen kunnen optreden.

Meer aandacht voor slachtoffer in strafproces

Het is voor het slachtoffer dan ook van groot belang om te weten of een verdachte wel of niet besmettelijke ziektes heeft. Nu moet het slachtoffer bij een weigerachtige verdachte zelf een civiel kort geding op te starten om een bloedtest af te dwingen. In de toekomst komt aan deze praktijk dus een einde.

Deze nieuwe regeling borduurt voort op de tendens om meer aandacht te besteden aan de positie van het slachtoffer in het strafproces.

Voldoende aanwijzingen voor besmetting door strafrechtelijk handelen

De verdachte kan alleen tot medewerking worden verplicht als er voldoende aanwijzingen bestaan dat besmetting door het strafrechtelijke handelen is overgebracht. De verdachte mag tegen de uitslag van de bloedtest een tegenonderzoek laten uitvoeren.

In principe beslist de officier van justitie of bij een weigerachtige verdachte een verplichte bloedtest wordt afgenomen. Besluit de officier om dit achterwege te laten, dan kan het slachtoffer van een zeden- of geweldsdelict de rechter zelf verzoeken om de verdachte alsnog te laten testen. Dit zelfstandige recht van het slachtoffer is een doorbraak in de erkenning van de positie van het slachtoffer in het strafproces.

Naar verwachting treedt deze nieuwe regeling op 1 juli 2010 in werking.

Marjolein Dikkerboom is strafrechtadvocaat en verbonden aan Ten Berge Leerkotte Advocaten. Uw reactie is welkom op dikkerboom@tbladvocaten.nl.

Beoordelingen

Log in of registreer en geef ook uw beoordeling.