praktijkvoorbeelden

Terug naar overzicht

18 jaren gevangenisstraf na moord

Verdachte K. werd door de rechtbank Dordrecht tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld voor een moord gepleegd op 28 april 2004. In hoger beroep kwam ook het gerechtshof tot de conclusie dat er sprake was van moord. Wel kwam het gerechtshof tot een ‘mildere' straf: 18 jaar gevangenisstraf.

Volgens het gerechtshof heeft K op 28 april 2004 het slachtoffer op de openbare weg en in het bijzijn van anderen op koelbloedige en lafhartige wijze in de rug geschoten. Het slachtoffer is nadat hij was geraakt in elkaar gezakt en is later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen komen te overlijden.

K. heeft daarmee op brute wijze het 31-jarige slachtoffer het meest fundamentele recht, te weten het recht op leven, ontnomen. Deze gewelddadige dood moet volgens het gerechtshof een diepe wond hebben geslagen in het leven van de nabestaanden van het slachtoffer en onherstelbaar groot leed hebben veroorzaakt.

Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van de zus van het slachtoffer blijkt dat het verlies van haar broer een diepe impact op haar leven heeft gehad. Ook de omstanders en de samenleving als geheel zijn geschokt door dit feit.

K. heeft volgens het gerechtshof de aanwezige getuigen van de moord, met het voor die moord gebruikte wapen, fors bedreigd, met het doel hen ervan te weerhouden een verklaring tegen hem af te leggen.

Uit het strafblad van K. bleek bovendien dat hij in 2003 was veroordeeld voor een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden voor twee diefstallen, waarvan één met geweld, bezit van een wapen met munitie en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Ook bleek uit een bericht van het politiekorps te Zweden dat K. daar in 2000 was veroordeeld voor het plegen van een levensdelict op vijftienjarige leeftijd. Daarnaast heeft K. zelf aangegeven dat hij in Italië was veroordeeld voor het bezit van een behoorlijke hoeveelheid cocaïne.

Met betrekking tot vraag welke vraag K. opgelegd moet krijgen, is het gerechtshof van mening dat K. (24 jaar) ook bij een ernstig misdrijf uit humanitaire overwegingen in beginsel uitzicht behoort te hebben op een terugkeer in de samenleving.

Aan de andere kant heeft K in koelen bloede, ogenschijnlijk zonder enige aanleiding, een persoon van het leven beroofd. Hij heeft zich in een periode van ongeveer vijf jaar tot tweemaal toe schuldig gemaakt aan een levensdelict en heeft daarnaast nog andere ernstige delicten gepleegd. Uit de rapportages van de deskundigen komt naar voren dat de kans op herhaling van het plegen van ernstige agressieve delicten bestaat, waarbij psycholoog Van Zeijl aangeeft dat die kans groot moet worden ingeschat.

Deze omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van het gerechtshof - mede gelet op de straftoemeting in soortgelijke ernstige geweldszaken (met dodelijke afloop) - het opleggen van een gevangenisstraf van zeer lange duur. Een levenslange gevangenisstraf vindt het gerechtshof te ver gaan.