Wat is de rol van de getuige in het strafproces?

Terug naar overzicht

Wat is de rol van de getuige in het strafproces?

Als u getuige of slachtoffer bent van een strafbaar feit kan aan u gevraagd worden om in de strafzaak tegen de verdachte een verklaring af te leggen. U kunt in verschillende fases van het strafproces gevraagd worden als getuige iets te verklaring:

  • tijdens het politieonderzoek
  • tijdens het zogenaamde gerechtelijke vooronderzoek
  • tijdens de strafzitting

Getuige tijdens het politieonderzoek

U kunt al als getuige worden gehoord tijdens het politieonderzoek. Uw verklaring wordt door de politie uitgetypt en voorgelezen. Als u het eens bent met de inhoud van de verklaring is het de bedoeling dat u onder uw verklaring een handtekening zet. De politie legt uw getuigenverklaring vervolgens vast in een proces-verbaal.

In de fase van het politieonderzoek is het ook mogelijk dat de politie u vraagt om mee te werken aan een foto-onderzoek (in vaktaal: een FOSLO-confrontatie). De politie toont u dan meerdere foto's van personen waaronder de mogelijke dader.

Ook kan de politie u vragen om mee te kijken naar videobeelden (van bijvoorbeeld beveiligingscamera's), mee te werken aan een compositietekening of een spiegelconfrontatie.

Nadat de politie het onderzoek heeft afgerond, wordt het onderzoeksdossier opgestuurd naar de officier van justitie. In sommige gevallen zal de officier van justitie beslissen dat er nader onderzoek in de strafzaak nodig is. De officier wil bijvoorbeeld meer feiten boven tafel krijgen of extra bewijs verzamelen. De officier van justitie kan de rechter-commissaris dan vragen om een zogenaamd gerechtelijk vooronderzoek (gvo) te openen.

Getuige tijdens het gerechtelijk vooronderzoek

Via een dergelijk gerechtelijk vooronderzoek heeft de officier van justitie de mogelijkheid om nader onderzoek te doen. Omdat het vooronderzoek ‘zwaarder' is dan een normaal politieonderzoek (de officier van justitie mag dan bepaalde middelen inzetten), is toestemming van een rechter-commissaris nodig.

Als u in het kader van dit gerechtelijk vooronderzoek als getuige wordt opgeroepen, krijgt u in principe een uitnodigingsbrief om te verschijnen bij de rechter-commissaris. U bent in principe verplicht om te verschijnen. Doet u dat niet, dan kunt u door de politie van uw bed worden gelicht om op het verhoor te verschijnen. Het wegblijven van het verhoor is op zichzelf bovendien een strafbaar feit.

Als u op het tijdstip van de oproeping absoluut verhinderd bent, dan dient u dit voortijdig aan te geven.

Het verhoor in het kader van het gerechtelijk vooronderzoek vindt plaats in het kantoor van de rechter-commissaris. De rechter-commissaris heeft gewone kleding aan, geen toga. Hij zal u vervolgens een aantal vragen stellen.

Naast de rechter-commissaris zit een griffier die vastlegt wat er allemaal gezegd wordt. Ook zal de advocaat van de verdachte aanwezig zijn. Hij wordt ook in de gelegenheid gesteld om de getuige vragen te stellen.

De rechter-commissaris ziet er wel op toe dat de vraagstelling van de advocaat bijvoorbeeld niet suggestief mag zijn.

Soms is de officier van justitie ook aanwezig. Hij kan u dan ook vragen voorleggen. De verdachte zelf is bijna nooit aanwezig. U kunt u als getuige bij laten staan door een advocaat. Als u in aanmerking komt voor gefinancierde rechtsbijstand zijn hier geen kosten aan verbonden.

Bent u slachtoffer van een zedenzaak of een geweldsmisdrijf en wordt u als aangever gehoord, dan komt u vaak in aanmerking voor gefinancierde rechtsbijstand en hoeft u bovendien geen eigen bijdrage van 100 euro te betalen.

De griffier houdt bij wat tijdens het verhoor allemaal gevraagd en gezegd wordt. Hij zal de verklaring aan het einde van het verhoor uitwerken en voorlezen. Als u akkoord gaat met de inhoud, verzoekt hij u om uw verklaring te ondertekenen.

Meestal geen beëdiging

Als getuige tijdens het gerechtelijk vooronderzoek wordt u meestal niet beëdigd. Dat houdt in dat u geen strafbaar feit pleegt als u niet de waarheid spreekt. De rechter-commissaris zal u wel beëdigen als u een zogenaamde bedreigde getuige bent of als hij gegronde vermoedens heeft dat u niet op de zitting zult kunnen verschijnen.

Dit kan bijvoorbeeld vanwege een ernstige ziekte, een verhuizing naar het buitenland of vanwege de psychische druk om op de zitting als getuige gehoord te worden.

Beëdiging als getuige houdt in dat de rechter u zal vragen om de eed of de belofte af te leggen. U belooft daarmee naar waarheid te zullen verklaren.

Gelovigen mensen leggen de eed af: ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig'. Niet-gelovigen doen de belofte: ‘Dat beloof ik'. Als u eenmaal beëdigd bent en u liegt, dan pleegt u daarmee een strafbaar feit.

Geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht

U bent in principe verplicht om antwoord te geven op de vragen van de rechter-commissaris. In sommige gevallen hoeft u geen vragen te beantwoorden. U hebt bijvoorbeeld het recht om geen vragen te beantwoorden als u familie van de verdachte bent of als u zich kunt beroepen op een geheimhoudingsplicht.

Dit laatste heet het verschoningsrecht. U bent bijvoorbeeld arts, notaris, geestelijke of advocaat en u heeft in die hoedanigheid informatie over de verdachte of de zaak gekregen.

Als u eenmaal een verklaring bij de rechter-commissaris heeft afgelegd, hoeft u in de meeste gevallen niet nog eens ter zitting een verklaring af te leggen.

De bedreigde getuige

Als de verdachte of een derde u onder druk zet om niet te getuigen of u bedreigt, kan er een bijzondere procedure gevolgd worden. Dat kan overigens alleen als de verdachte uw identiteit niet kent en als het gaat om ernstige strafbare feiten.

Een ernstige bedreiging is aanwezig als er sprake is van vrees voor uw leven, gezondheid, veiligheid, de ontwrichting van uw gezinsleven of uw sociaal-economische bestaan.

In het kader van deze procedure wordt uw identiteit niet bekend gemaakt aan de verdachte en zijn advocaat. De rechter-commissaris bepaalt of u wel of niet als bedreigde getuige wordt aangemerkt. U kunt een advocaat in de arm nemen om deze procedure aan te vragen.

Heeft u tijdens het politieverhoor of de aangifte al aangegeven dat u wegens bedreiging liever geen aangifte doet of een verklaring aflegt, dan zal de politie gaan overleggen met de officier van justitie over het verzoek om deze bijzondere procedure toe te passen.

Getuige tijdens de strafzitting

De officier van justitie wil uiteraard zijn zaak zo goed mogelijk bij de rechter voorleggen. Daarvoor kan hij het wenselijk vinden dat een getuige in de rechtszaak tijdens het strafproces een verklaring aflegt.

Als u wordt opgeroepen om tijdens de strafzitting te getuigen, mag u alleen verklaren over uw eigen waarneming. Het gaat er dus om dat u niet verklaart wat u denkt of vermoedt dat er gebeurt is, maar dat u verklaart wat u daadwerkelijk waargenomen heeft.

Een voorbeeld.

U heeft twee volle boodschappentassen en loopt de supermarkt uit. U ziet op de parkeerplaats dat twee mannen een heftig gesprek voeren. De ene man draagt een witte jas, de andere een blauwe. U vangt wat op over een parkeerplek. Plotseling haalt de man met de witte jas uit.

Hij raakt de man met de blauwe jas vol in het gezicht. Er komt een vrouw zich met de mannen bemoeien. Uit uw boodschappentas valt een brood, u raapt het op en op het moment dat u het weer in de tas heeft gestopt ziet u dat de man in de witte jas een heftige bloedneus heeft.

De man met de witte jas heeft aangifte gedaan van mishandeling tegen de man in de blauwe jas en tegen de vrouw.

U heeft het moment waarop de man met de witte jas de bloedneus heeft opgelopen gemist. U kunt daarover dus niets verklaren. U mag geen suggesties of eigen invulling aan de situatie geven, zoals bijvoorbeeld ik denk dat de man in de blauwe jas, de man in de witte jas heeft gestompt (omdat u er vanuit uw eigen gedachten vanuit gaat dat vrouwen niet zo snel slaan).

Ook kunt u als slachtoffer/aangever ter zitting worden gehoord. Als u niet op de zitting wilt worden gehoord en/of in aanwezigheid van de verdachte, kunt u hier een punt van maken. Het is uiteindelijk de rechter die over uw verzoek beslist.

Getuigen a charge en a decharge

Er zijn twee soorten getuigen:

  • getuigen a charge
  • getuigen a decharge

Getuigen a charge zijn de personen die zijn opgeroepen door de officier van justitie. Zij leggen in de regel belastende verklaringen af voor de verdachte. De verdachte of zijn advocaat mogen echter ook getuigen oproepen. Dit zijn de getuigen a decharge.

Ook zij worden door de officier van justitie opgeroepen door middel van een brief. De getuigen a decharge leggen meestal een ontlastende, bevrijdende verklaring af. Dit houdt in dat zij in de regel een voor de verdachte gunstige verklaring afleggen.

Behandeling in principe openbaar

U kunt als getuige de rechter verzoeken om de behandeling van de zitting achter ‘gesloten deuren' te laten plaatsvinden. Dit houdt in dat de zitting dan niet openbaar is. De algemene regel is echter dat een zitting juist wel openbaar is (met uitzondering van de zittingen waar een minderjarige verdachte terecht staat).

U kunt uw verzoek vooraf aan de officier van justitie meedelen. Uiteindelijk zal de rechter beslissing op uw verzoek. Houd er rekening mee dat een niet-onderbouwd verzoek (‘Ik wil graag dat de behandeling achter gesloten deuren plaatsvindt') geen kans van slagen maakt.

Als u moet getuigen tijdens de zitting kunt u zich bij laten staan door een advocaat. De taak van uw advocaat is beperkt. Hij mag namelijk zelf geen vragen stellen. Ook kunt u ervoor kiezen om een familielid, vriend of kennis mee te nemen.

Eed of belofte?

Voorafgaand aan het getuigenverhoor zal de rechter u vragen naar uw personalia, uw woonplaats en uw beroep. Ook moet u vertellen of u familie bent van de verdachte of dat u mogelijk werkt voor de verdachte.

Als u familie van de verdachte bent, kunt u zich beroepen op uw zogenaamde verschoningsrecht en bent u niet verplicht om vragen te beantwoorden.

Als u verder geen bijzondere (familie)band met de verdachte heeft, zal de rechter u vervolgens als getuige beëdigen. Beëdiging als getuige houdt in dat de rechter u zal vragen om de eed of de belofte af te leggen. U belooft daarmee naar waarheid te zullen verklaren.

Gelovigen mensen leggen de eed af: ‘Zo waarlijk helpe mij God Almachtig'. Niet-gelovigen doen de belofte: ‘Dat beloof ik'. Als u eenmaal beëdigd bent en u liegt, dan pleegt u daarmee een strafbaar feit.

Nadat de rechter u vragen heeft gesteld, kan de officier van justitie, de advocaat van de verdachte en de verdachte zelf u nog vragen stellen.

Als u weigert om bepaalde vragen te beantwoorden en u kunt zich niet beroepen op het verschoningsrecht of een bijzondere geheimhoudingsplicht (bijvoorbeeld als advocaat of als geestelijke), dan kan de rechter u in het uiterste geval gijzelen.

Dit houdt in dat u maximaal voor een periode van 30 dagen kan worden vastgehouden om u te bewegen om alsnog een verklaring af te leggen, dit wordt in vaktaal gijzelen genoemd. U kunt niet tegen deze beslissing in beroep. De rechter zal vervolgens een nieuw tijdstip bepalen waarop u wordt gehoord.

Getuigen in hoger beroep en cassatie

Als de verdachte of de officier van justitie in hoger beroep gaat tegen het vonnis in eerste aanleg, dan is het mogelijk dat de hogere rechter (het gerechtshof) u nogmaals als getuige wil horen.

Als de zaak daarna nog wordt voorgelegd aan de Hoge Raad (cassatie), zal er geen nieuw getuigenverhoor plaatsvinden. De Hoge Raad kijkt alleen naar de juridische aspecten van de zaak en niet naar de feiten.

Vergoeding van kosten

Als getuige kunt u een vergoeding voor tijdverzuim, daarmee verband houdende noodzakelijke kosten en reiskosten krijgen. Bent u door de verdediging opgeroepen, zonder medewerking, oproeping of dagvaarding van de officier van justitie, dan zijn de kosten voor rekening van de verdachte.