Uw Anw-uitkering en ander inkomen

Terug naar overzicht

Uw Anw-uitkering en ander inkomen

De halfwezen- en wezenuitkering is inkomensonafhankelijk. Dat wil zeggen dat er recht bestaat op deze uitkering (als u verder aan de voorwaarden voldoet) ongeacht de hoogte van uw inkomen. Alleen als er vanwege het overlijden recht bestaat op een buitenlandse uitkering die te vergelijken is met de halfwezen- of wezenuitkering, vindt er wel een verrekening plaats. Dat is ook logisch want anders zou u voor hetzelfde feit twee uitkeringen kunnen ontvangen.

De Anw-nabestaandenuitkering (voor weduwen en weduwnaars) is wel inkomensafhankelijk. Dat wil zeggen dat u er rekening mee moet houden dat uw andere inkomen (voor een deel) verrekend wordt met uw Anw-uitkering.

Inkomsten die in elk geval geen invloed hebben op uw Anw-uitkering zijn:

  • Inkomsten uit vermogen, zoals rente of dividend
  • Inkomsten uit een aanvullend bedrijfspensioen
  • Inkomsten uit een lijfrente. Ontvangt u deze lijfrente echter als gevolg van een beëindiging van uw arbeidsovereenkomst, dan wordt deze lijfrente aangemerkt als inkomsten uit arbeid.

Inkomsten uit een andere uitkering (bijvoorbeeld ZW, WAO, WIA, WW) worden in hun geheel afgetrokken van uw nabestaandenuitkering. Maar let op: als deze uitkering wordt beëindigd, kan uw recht op een Anw-uitkering herleven.

Een voorbeeld.

Als de echtgenoot van Trudy in 2003 overlijdt, wordt zij ernstig overspannen. Met ingang van 2004 komt zij in aanmerking voor een WAO-uitkering. Deze wordt volledig van haar nabestaandenuitkering afgetrokken. De SVB beëindigt daarop haar nabestaandenuitkering. In 2008 gaat het weer beter met Trudy en trekt het UWV haar WAO-uitkering in. Trudy kan dan opnieuw haar nabestaandenpensioen aanvragen.

Inkomsten uit arbeid (loon, winst uit onderneming) en een Anw-nabestaandenuitkering

Ontvangt u loon of heeft u winst gemaakt als zelfstandige? Dan geldt voor u een vrijlatingsregeling. Dat houdt in dat van uw inkomen 50% van het brutominimumloon plus 1/3 deel van het inkomen boven die 50% wordt vrijgelaten. Als uw inkomen meer bedraagt dan 2.359,02 (bedrag 2011) euro bruto per maand dan ontvangt u geen nabestaandenuitkering meer, omdat u een te hoog inkomen hebt.

Overigens geldt dezelfde vrijlatingsregeling als u een VUT-uitkering, stamrecht, vervroegd pensioen of aanvullingen op bijvoorbeeld WW of WAO van uw werkgever krijgt.

Een voorbeeld.

De echtgenoot van Anne overlijdt. Hij ontving een WAO-uitkering van 1.100 euro bruto. Dat inkomen komt met zijn overlijden te vervallen. De kinderen van Anne en haar echtgenoot zijn meerderjarig en wonen niet meer thuis. De nabestaandenuitkering van Anne bedraagt 1.113,49 bruto per maand. Maar omdat Anne als receptioniste werkt en daarmee 1.200 euro bruto per maand verdient, worden deze inkomsten op haar Anw-uitkering gekort.

Eerst wordt 50% van het minimumloon vrijgesteld: met ingang van 1 januari 2011 is dit een bedrag van 712,20 euro. Van de inkomsten daarboven wordt ook weer 1/3 vrijgelaten. Dat is dus 1/3 x (1.200 euro minus 712,20 euro) 487,80 = 162,44 euro. Uiteindelijk ontvangt Anne dus een nabestaandenuitkering van 1.113,49 minus (487,80 - 162,44) = 788,13 euro bruto.

Een ander voorbeeld.

De echtgenote van Martin overlijdt. Martin heeft een inkomen van 3.000 euro bruto per maand. Zijn vrijstelling voor de Anw bedraagt dus 3.000 - 712,20 = 2.287,80 euro. Van dit laatste bedrag wordt 1/3 vrijgelaten. Er zou dan dus een bedrag van 1.525,28 euro overblijven dat verrekend zou moeten worden. Dit bedrag is echter hoger dan de Anw-uitkering. Martin krijgt dus geen Anw-uitkering uitbetaald. Zijn recht op Anw loopt wel door. Als Martin zijn inkomen zou verliezen, komt hij alsnog in aanmerking voor een Anw-uitkering.

Het kan zijn dat u een inkomen of uitkering ontvangt waarvan u niet zeker bent of deze al dan niet van invloed is op uw Anw-uitkering. Meld het inkomen altijd bij de SVB en vraag de SVB uitdrukkelijk om een beslissing of dit inkomen van invloed is op uw Anw-uitkering.