praktijkvoorbeelden

Terug naar overzicht

AOW-pensioen: kostganger of samenwonende?

De heer Sterk vraagt een AOW-pensioen aan en geeft op het aanvraagformulier aan dat hij als kostganger bij iemand in huis woont. Hij is van mening dat hij als alleenstaande in aanmerking komt voor een AOW-alleenstaandenpensioen.

De Sociale Verzekeringsbank (SVB) laat een medewerker een huisbezoek afleggen. Deze medewerker neemt een checklist mee en vult deze samen met de heer Sterk in. De SVB concludeert dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding en dat de heer Sterk dus alleen recht heeft op een AOW-uitkering voor samenwonenden. De heer Sterk is het hier niet mee eens en start een gerechtelijke procedure.

De rechter is van mening dat er sprake is van wederzijdse zorg en dat de relatie tussen de heer Sterk en zijn huisgenoot verder gaat dan puur zakelijk. De rechter baseert zich daarbij op het feit dat de heer Sterk weliswaar huur betaalt, maar ook gebruik maakt van de hele woning met uitzondering van één slaapkamer. De huisgenoot doet voor de heer Sterk de boodschappen, kookt en wast en maakt het huis schoon. De middag- en avondmaaltijden worden gezamenlijk genuttigd.

Daarnaast doet de heer Sterk af en toe een klusje in het huis en maakt hij gebruik van de auto van zijn huisgenoot. De huisgenoot is gedurende tien jaar gemachtigd geweest om geld van de bankrekening van de heer Sterk op te nemen.

Er is verder geen schriftelijke overeenkomst waarin bepaalde afspraken over huur zijn vastgelegd. Het kostgeld van 400 euro dat de heer Sterk moet betalen wordt door de rechter aangemerkt als een bijdrage in de kosten van de huishouding.

De rechter is het eens met de SVB: de heer Sterk voert een gezamenlijke huishouding en komt dus slechts in aanmerking voor een AOW-pensioen voor (gehuwden en) samenwonenden.