Welke soorten zorg zijn er in de AWBZ?

Terug naar overzicht

Welke soorten zorg zijn er in de AWBZ?

De AWBZ kent in 2008 zes verschillende soorten zorg, de zogenaamde ‘functies':

  • Persoonlijke verzorging - als u thuis hulp nodig heeft bij de dagelijkse verzorging. Denk aan douchen, aankleden, scheren, pillen innemen, ogen druppelen of naar de wc gaan.
  • Verpleging - als u thuis medische hulp nodig heeft. Denkt u bijvoorbeeld aan wondverzorging en injecties of hulp bij zelf leren injecteren of toedienen van medicijnen.
  • Ondersteunende begeleiding
    Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning om de dag te structureren en om beter de regie te kunnen voeren over uw eigen leven. Daarnaast dagverzorging of dagbesteding, of hulp bij het leren zorgen voor uw eigen huishouden.
  • Activerende begeleiding
    Een voorbeeld hiervan is het voeren van gesprekken om uw gedrag te veranderen of gedrag te leren hanteren bij gedragsproblemen of een psychische stoornis.
  • Behandeling
    Denkt u hierbij aan zorg bij een aandoening, zoals het revalideren na een beroerte.
  • Verblijf
    Als u niet meer zelfstandig kunt blijven wonen. Bijvoorbeeld als er een beschermende woonomgeving nodig is omdat u ernstig vergeetachtig bent geworden. Of als er continu toezicht nodig is. Of omdat er zoveel zorg nodig is dat dit thuis niet meer te regelen is. Denk aan een tijdelijk of permanent verblijf in een verpleeg- of verzorgingshuis.

Binnen elk van de zes functies vallen verschillende soorten zorg. Andersom kan een bepaalde soort zorg, bijvoorbeeld thuiszorg, in verschillende functies vallen.

Een voorbeeld.

U bent aan het herstellen van een heupoperatie. U hebt dan persoonlijke verzorging en verpleging nodig. Beide zullen zij verleend worden door thuiszorg.

Veranderingen in AWBZ per 1 januari 2009

Met ingang van 1 januari 2009 zijn er een aantal zaken in de AWBZ veranderd. De belangrijkste veranderingen voor u op een rijtje:

  • Activerende Begeleiding (AB) en Ondersteunende Begeleiding (OB) verdwijnen uit de AWBZ. Hiervoor in de plaats komt een nieuwe vorm van AWBZ-zorg: Begeleiding. Ondersteunende Begeleiding komt deels terug als Begeleiding. Activerende Begeleiding gaat deels op in Behandeling en deels in Begeleiding.
  • In het verleden kon u met een psychosociaal probleem soms AWBZ-zorg krijgen. Dit is vanaf 1 januari 2009 niet meer zo.

De veranderingen zijn het gevolg van het feit dat de kosten van de AWBZ voor de overheid te hoog werden. Met de veranderingen wordt geprobeerd de AWBZ-zorg alleen te verlenen aan diegene die de zorg echt nodig hebben.

Nieuwe indicatie of herindicatie voor Begeleiding

Het CIZ gaat vanaf 1 januari 2009 alle bestaande indicaties en nieuwe aanvragen voor AWBZ Begeleiding bekijken aan de hand van de nieuwe regels. De nieuwe indicatie van mensen die nu Ondersteunende of Activerende Begeleiding hebben, zal daardoor anders zijn dan de huidige indicatie.

Hebt u een indicatie voor Ondersteunende of Activerende Begeleiding die doorloopt na 1 januari 2010 en vraagt u in 2009 niet zelf een indicatie aan? Dan benadert het CIZ u voor een nieuwe indicatie. De overheid wil namelijk dat er op 1 januari 2010 geen indicaties voor Ondersteunende of Activerende Begeleiding meer zijn. Alle indicaties moeten dan omgezet zijn naar de nieuwe functie Begeleiding.

Het jaar 2009 is een overgangsjaar. Dit betekent dat uw indicatie geldig blijft tot de einddatum van het indicatiebesluit, maar uiterlijk tot 1 januari 2010.

In de nieuwe situatie beoordeelt het CIZ de ernst (licht, matig, zwaar) van de beperkingen. Dit gebeurt op vijf onderdelen:

  • sociale redzaamheid (de regie over het eigen leven);
  • bewegen en verplaatsen (het zelfstandig voortbewegen);
  • probleemgedrag (agressief of dwangmatig, zelfverwaarlozing);
  • psychisch functioneren (denken, concentreren en waarnemen);
  • geheugen- en oriëntatiestoornissen (geheugen en bewustzijn).

Wat betekenen de veranderingen voor u?

De veranderingen van de AWBZ Begeleiding kunnen voor u een van de volgende gevolgen hebben.

Bij een eerste indicatie:

  • u krijgt een indicatiebesluit met of zonder Begeleiding.

Bij een herindicatie:

  • u krijgt een nieuw indicatiebesluit en er verandert niets aan het aantal uren Begeleiding;
  • u krijgt een nieuw indicatiebesluit en het aantal uren Begeleiding wordt minder;
  • u krijgt geen indicatie voor Begeleiding (u kunt een beroep doen op de gewenningsregeling);
  • u krijgt geen indicatie voor Begeleiding maar voor andere AWBZ-zorg.

De AWBZ-zorg kan ook uit Verpleging en/of Persoonlijke Verzorging bestaan. Ook daarin zijn er veranderingen vanaf 1 januari 2009. Sommige mensen hebben een langlopende indicatie, die in 2009 verloopt. Dan is het mogelijk dat het CIZ bij een herindicatie minder of andere zorg indiceert.

Heeft u door een psychosociaal probleem hulp nodig? Dan kunt u bijvoorbeeld een beroep doen op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bij uw gemeente.

Heeft u nog een geldige indicatie in 2009? Het jaar 2009 is een overgangsjaar. Daarom kunt u AWBZ-zorg krijgen tot de einddatum van het indicatiebesluit, maar uiterlijk tot 1 januari 2010.

Gewenningsregeling

Had u een indicatie voor Ondersteunende en/of Activerende Begeleiding maar krijgt u geen nieuwe indicatie voor Begeleiding? Dan heeft u een aantal maanden de tijd om het wegvallen van deze zorg op te vangen. Dit wordt de gewenningsregeling genoemd.

U kunt proberen de zorg op een andere manier te regelen. Bijvoorbeeld door hulp te zoeken in de naaste omgeving of zelf de Begeleiding in te kopen. Voor ondersteuning hierbij kunt u terecht bij MEE.