Bezwaar tegen indicatiestelling of beslissing zorgkantoor of zorgverzekeraar

Terug naar overzicht

Bezwaar tegen indicatiestelling of beslissing zorgkantoor of zorgverzekeraar

In het kader van de AWBZ kunt u op verschillende momenten geconfronteerd worden met een beslissing waar u het niet mee eens bent. U heeft dan het recht om tegen deze beslissing bezwaar te maken en vaak kunt u desnoods ook nog beroep instellen bij de rechtbank.

Bezwaar tegen indicatiebesluit

Als u het niet eens bent met een indicatiebesluit kunt u hiertegen binnen 6 weken bezwaar maken bij het CIZ dat het indicatiebesluit heeft genomen. Het CIZ heeft zes weken de tijd om een beslissing op uw bezwaarschrift te nemen.

Het CIZ kan ook advies vragen aan het College voor zorgverzekeringen (CVZ) over uw bezwaarschrift. Dat gebeurt altijd, als het CIZ denkt dat uw bezwaarschrift (deels) ongegrond is. Het CVZ heeft maximaal tien weken de tijd om hier antwoord op te geven.

Als het CVZ niet binnen tien weken antwoordt, kan het CIZ het bezwaarschrift toch zelf afhandelen. In totaal heeft het CIZ volgens deze procedure wettelijk maximaal 21 weken om uw bezwaarschrift af te handelen.

Als u het niet mee eens bent met de beslissing die het CIZ naar aanleiding uw bezwaar neemt, dan kunt u beroep instellen bij een rechtbank. U dient dan een beroepschrift in bij de rechtbank, sector bestuursrecht. Dat moet binnen zes weken, gerekend vanaf één dag nadat de beschikking op uw bezwaarschrift is verstuurd. Het is verstandig om hierbij de hulp van een gespecialiseerde advocaat in te roepen.

Als u het niet eens bent met de uitspraak van de rechtbank, kunt u nog in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, binnen 6 weken na de uitspraak van de rechtbank.

Bezwaar tegen besluit van het zorgkantoor, de zorgverzekeraar of CAK

Als uw bezwaar is gericht tegen een beslissing in verband met het persoonsgebonden budget (PGB), dan moet u een bezwaarschrift indienen bij het zorgkantoor. Op de website van uw Zorgkantoor wordt precies aangegeven bij welk onderdeel van het zorgkantoor dat moet gebeuren.

Als het gaat om een besluit over een verblijf in een AWBZ-instelling, dan moet u het bezwaar indienen bij uw eigen zorgverzekeraar.

Voor een verblijf in een AWBZ instelling wordt de eigen bijdrage AWBZ vastgesteld door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Als u het niet eens bent met de vaststelling van de eigen bijdrage dan moet een bezwaarschrift bij het CAK worden ingediend.

Het zorgkantoor, uw zorgverzekeraar en het CAK hebben 6 weken de tijd om een beslissing op uw bezwaarschrift te nemen.

Als u het niet mee eens bent met de beslissing op bezwaar van het zorgkantoor, zorgverzekeraar of CAK, dan kunt u beroep instellen bij de rechtbank. Dat moet binnen zes weken, gerekend vanaf één dag nadat de beslissing op uw bezwaarschrift is verstuurd. Het is verstandig om hierbij de hulp van een gespecialiseerde advocaat in te roepen.

Als u het niet eens bent met de uitspraak van de rechtbank, kunt u nog in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, binnen 6 weken na de uitspraak van de rechtbank.

Let op: het kan zijn dat u het zowel niet eens bent met het besluit over uw indicatie als over de verstrekking van de geïndiceerde zorg. In dat geval moet u zowel bezwaar maken tegen het besluit van het CIZ als tegen het besluit van het zorgkantoor.

Een voorbeeld.

Marcel krijgt een indicatie voor persoonlijke verzorging. Hij vindt dat hij meer uren persoonlijke verzorging nodig heeft. Marcel moet dan bezwaar maken tegen deze beslissing van het CIZ. Hij vindt bovendien dat de vastgestelde eigen bijdrage foutief is vastgesteld. Marcel moet dan ook bezwaar maken tegen het besluit van de CAK.