Betaling, voorschotten en terugbetaling van bijstandsuitkering

Terug naar overzicht

Betaling, voorschotten en terugbetaling van bijstandsuitkering

Uw bijstandsuitkering wordt elke maand betaald. Elke gemeente bepaalt zelf op welke dag de uitbetaling plaatsvindt. Dat kan rond de 25e van de maand zijn, maar soms ook pas na afloop van de maand. Soms wordt de uitkering over de maand januari dan bijvoorbeeld pas in de 3e week van februari uitbetaald.

De reden daarvoor is dat de gemeente dan de tijd heeft om eventuele wijzigingen in de uitkering te verwerken. Zou de uitkering namelijk in dezelfde maand nog worden uitbetaald, dan moet de gemeente eventuele correcties achteraf doorvoeren.

Vakantiegeld en bijstandsuitkering

Bovenop de uitkering heeft u recht op 5% vakantiegeld. Dat wordt meestal een keer per jaar betaald, in de maand mei of juni. Als uw uitkering stopt, wordt het opgebouwde tegoed aan vakantiegeld uitgekeerd.

Voorschot op bijstandsuitkering

De gemeente heeft 8 weken de tijd om uw recht op een bijstandsuitkering vast te stellen. Dit is een lange periode vooral als u toch al weinig tot geen inkomsten heeft. U heeft dan ook recht op een voorschot.

De gemeente moet dit voorschot betalen uiterlijk binnen vier weken na de datum van de aanvraag. Daarna moet dit voorschot elke vier weken aan u worden betaald totdat vast staat dat u recht hebt op bijstand. Het voorschot bedraagt 90% van de voor u geldende norm. Het voorschot is een lening, waarover u geen rente verschuldigd bent.

Een voorbeeld.

Justin vraagt op 1 februari een bijstandsuitkering aan. Hij krijgt dan zijn eerste voorschot op uiterlijk 1 maart. Is er vier weken later nog geen uitkering vastgesteld, dan volgt het volgende voorschot. Als het recht op uitkering is vastgesteld, worden de voorschotten verrekend met de te betalen uitkering en wordt het verschil uitbetaald. Als Justin geen recht heeft op uitkering, moet hij de voorschotten terugbetalen. Hij hoeft hier geen rente over te betalen.

Geen voorschot

Er is niet altijd recht op een voorschot. Er gelden drie uitzonderingen:

  • U hebt de door de gemeente gevraagde gegevens of bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig verstrekt. Er moet u dan wel een duidelijk verwijt te maken zijn.
  • U hebt onvoldoende medewerking verleend.
  • Op het moment van de aanvraag is duidelijk dat u geen recht hebt bijstand.

Als een van deze uitzonderingen zich voordoet, hoeft de gemeente u dus geen voorschot te verlenen.

Een voorbeeld.

De gemeente vraagt Michiel om een groot aantal bankafschriften te overleggen. Michiel heeft de afschriften niet meer en krijgt van de gemeente twee weken de tijd om deze alsnog over te leggen. Michiel doet dat niet. De gemeente betaalt geen voorschot uit.

Een ander voorbeeld.

Peter vraagt een bijstandsuitkering aan. De gemeente wil een huisbezoek verrichten. Peter heeft in korte tijd op veel verschillende adressen gewoond en op het adres waar hij sinds kort ingeschreven staat (een driekamerwoning) staan acht mensen in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven. Peter heeft geen huurcontract en geen bewijs van betaling van huur. De gemeente wil dan ook zeker weten of Peter werkelijk op het door hem opgegeven adres woont. Peter weigert hieraan zijn medewerking te verlenen. De gemeente geeft Peter geen voorschot.

Als de gemeente u geen voorschot wil verlenen kunt u de voorzitter van gedeputeerde staten verzoeken de gemeente alsnog op te dragen om u voorschotten uit te keren.

Terugbetalen van bijstandsuitkering

Blijkt achteraf dat u ten onrechte of te veel bijstand heeft ontvangen, dan kan de gemeente de bijstand die u niet had mogen ontvangen terugvorderen. Die bijstand moet u dan terugbetalen.