praktijkvoorbeelden

Terug naar overzicht

Schuld aan ouders. Te hoog vermogen voor bijstandsuitkering?

Volgens een overeenkomst van geldlening heeft de heer Smets 9.000 euro van zijn ouders geleend. De heer Smets vraagt een bijstandsuitkering aan. De schuld van 9.000 euro wordt door de gemeente niet meegenomen bij het bepalen van het vermogen van de heer Smets. De gemeente is van mening dat er geen sprake is van een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting.

De heer Smets is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter.

De rechter stelt vast dat het hier om een schuld aan een familielid gaat. Dergelijke schulden zijn in het algemeen van vrijblijvende aard. Toch wil de rechter de heer Smets in de gelegenheid stellen om alsnog aannemelijk te maken dat er wel degelijk sprake is van een daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling.

In de verklaring van de ouders, die alleen door de ouders is ondertekend (en dus niet door de heer Smets), is opgenomen dat de heer Smets maandelijks een bedrag van 100 euro dient af te lossen. Er is echter geen bepaling opgenomen over de ingangsdatum van de aflossing en over te betalen rente.
De rechter stelt bovendien vast dat de heer Smets een aantal maanden geen betalingen aan zijn ouders heeft verricht.

De rechter vindt het verder van belang dat de heer Smets op het aanvraagformulier voor zijn bijstandsuitkering niet heeft aangegeven hoeveel hij per maand aan aflossing en rente moet betalen.

De rechter komt dan ook tot de conclusie dat onvoldoende is komen vast te staan dat aan de schuld van 9.000 euro een daadwerkelijke verplichting tot terugbetaling is verbonden. In feite is sprake van een situatie waarin de heer Smets de schuld kan aflossen zodra daartoe financiƫle ruimte aanwezig is.

De verplichting tot terugbetaling is daarmee afhankelijk gesteld van een onzekere gebeurtenis in de toekomst en kan daarom niet als een daadwerkelijke terugbetalingsverplichting worden beschouwd.