Kosten en kostenvergoedingen in de hoger beroepsprocedure

Terug naar overzicht

Kosten en kostenvergoedingen in de hoger beroepsprocedure

Als u besluit om hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep aan te tekenen tegen een uitspraak van de rechtbank, dan moet u de Centrale Raad van Beroep zogenaamde griffierechten betalen. Deze administratieve kosten bedragen in dit geval 110 euro. Pas wanneer het griffierecht is voldaan, zal uw beroep in behandeling genomen worden.

Daarnaast kunt u tegen de volgende kosten aanlopen:

  • uw reis- en verblijfkosten
  • de kosten van een professionele rechtshulpverlener, bijvoorbeeld een advocaat (als u die hebt ingeschakeld)
  • de kosten van een deskundige, als u die hebt ingeschakeld

Kan ik gemaakte kosten vergoed krijgen?

Als u in hoger beroep (gedeeltelijk) gelijk krijgt, kunt u in aanmerking komen voor een proceskostenvergoeding. U moet hier dan bij de Centrale Raad van Beroep voorafgaand aan de uitspraak wel om gevraagd hebben.

Deze proceskostenvergoeding is geen compensatie van de werkelijk door u gemaakte kosten. De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld aan de hand van een speciaal puntensysteem. U moet er rekening mee houden dat een (aanzienlijk) deel van uw kosten niet vergoed wordt.

Wel kunt u naast een proceskostenvergoeding de Centrale Raad van Beroep ook vragen om een vergoeding voor door u geleden schade. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de wettelijke rente over de te laat betaalde uitkering.

Immateriële schadevergoeding

Als uw zaak niet binnen een redelijke termijn is afgewikkeld (dus bezwaar, beroep en eventueel hoger beroep), kunt u vragen om een immateriële schadevergoeding. Dit is een compensatie voor alle narigheid, die u heeft moeten ondervinden. Hoe langer de uitkeringsinstantie of de gerechtelijke instantie over de beslissing heeft gedaan, hoe hoger de schadevergoeding.

Om in aanmerking te komen voor de immateriële schadevergoeding, moet de beslissing wel heel lang op zich hebben laten wachten. De Centrale Raad van Beroep heeft aangegeven dat een zogenaamde bestuursrechtelijke procedure (de procedure rondom een uitkering) in totaal niet langer dan 4 jaar mag duren:

  • de bezwaarprocedure mag 6 maanden duren
  • de beroepsprocedure mag 18 maanden duren
  • de hoger beroepprocedure mag 24 maanden duren

Als de termijn van de procedure als geheel wordt overschreden, komt u in principe in aanmerking voor een immateriële schadevergoeding van 500 euro per half jaar (of deel daarvan) dat de termijn overschreden is.