praktijkvoorbeelden

Terug naar overzicht

Pre-pensioen en WW

Een werkneemster wordt ontslagen. Zij ontvangt sinds 1 januari 2012 naast haar loon een prepensioenuitkering van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Detailhandel, ter hoogte van 950 euro bruto. Het UWV stelt vast dat de werkneemster per 1 augustus 2013 recht heeft op een WW-uitkering.

De WW-uitkering wordt echter niet uitbetaald omdat de prepensioenuitkering van de WW-uitkering moet worden afgetrokken. Aangezien het bedrag van het prepensioen hoger is dan het bedrag van de WW-uitkering, komt de WW niet tot uitbetaling.

De werkneemster gaat tegen deze beslissing in bezwaar en beroep. Zij stelt dat de prepensioenuitkering niet gelijk gesteld kan worden aan ‘het ouderdomspensioen' in de zin van art. 34, lid 1, onderdeel b, WW. Zij ontvangt haar uitkering immers al vanaf 1 januari 2012, naast haar inkomen. Bovendien gaat het hier niet om een levenslange uitkering (zoals bij een normaal pensioen), maar om een uitkering die in januari 2014 zal eindigen omdat zij dan 65 jaar wordt.

De rechter stelt de werkneemster in het ongelijk een prepensioenregeling moet worden afgetrokken van de WW-uitkering. Dat zij al sinds 1 januari 2012 zowel haar loon als haar prepensioen heeft ontvangen is niet van belang.