Wanneer kom ik in aanmerking voor een Wmo-voorziening?

Terug naar overzicht

Wanneer kom ik in aanmerking voor een Wmo-voorziening?

Om voor een Wmo-voorziening in aanmerking te komen, moet u rechtmatig in Nederland verblijven. Dat is het geval als u Nederlander bent.

Bent u geen Nederlander, dan kunt u toch recht hebben op voorzieningen als u:

  • een onderdaan bent van een EU land, een EER land of Zwitserland en in het bezit bent van een verblijfsvergunning. Uw inkomen moet wel tenminste de helft van de voor u geldende bijstandsnorm bedragen
  • een verblijfsvergunning heeft voor bepaalde of onbepaalde tijd op asielgronden
  • een reguliere verblijfsvergunning heeft voor onbepaalde tijd
  • een reguliere verblijfsvergunning heeft voor bepaalde tijd

Let op: als er op uw verblijfsvergunning de tekst staat ‘Beroep op publieke middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht', dan kan het aanvragen van een Wmo-voorziening gevolgen hebben voor uw verblijfsvergunning. Vraag in die situatie altijd deskundig advies bij een gespecialiseerde advocaat.

Aanvullende voorwaarden

Daarnaast kan de gemeente, die de Wmo moet uitvoeren, nog aanvullende voorwaarden stellen. In het algemeen worden bijvoorbeeld geen Wmo-voorzieningen toegekend als:

  • u niet woonachtig bent in de gemeente, waar u de aanvraag doet
  • de voorziening voor u algemeen gebruikelijk is
  • u geen aantoonbare meerkosten heeft
  • er sprake is van een voorliggende voorziening
  • een voorziening wordt aangevraagd waarvoor de kosten al gemaakt zijn
  • de voorziening die u aanvraagt al eerder is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken. Dit is alleen anders als de voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die u niet zijn toe te rekenen
  • uw inkomen te hoog is.

Woonachtig zijn in de gemeente waar de aanvraag wordt gedaan

U moet in de gemeente wonen waar u de aanvraag indient. Dit kan ook de gemeente zijn waar u gaat wonen. Dit is bijvoorbeeld het geval als u moet verhuizen naar een nog aan te passen woning die zich in een andere gemeente bevindt. De woonvoorziening zal dan verstrekt moeten worden door de gemeente waar u gaat wonen. Daar bevindt zich immers de woning.

Algemeen gebruikelijke voorzieningen

Voor algemeen gebruikelijke voorzieningen geeft de gemeente geen Wmo-voorziening. Dat zijn voorzieningen waarover u gelet op uw individuele situatie, ook zonder handicap of beperking, zou kunnen beschikken.

U moet hierbij denken aan voorzieningen die moeten voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • die in de reguliere handel verkrijgbaar zijn, en
  • die niet speciaal voor gehandicapten bedoeld zijn, en
  • die niet aanzienlijk duurder zijn dan vergelijkbare producten met hetzelfde doel.

Het begrip zorgt vaak voor verwarring, omdat algemeen gebruikelijke voorzieningen soms wel specifiek voor een handicap worden aangeschaft, maar vanwege hun algemeen gebruikelijke karakter toch niet vergoed worden.

Een voorbeeld.

Jan kan door een spierziekte zijn normale warmwaterkraan niet meer bedienen. Hij heeft daarvoor onvoldoende knijpkracht. Hij moet daarom een mengkraan aanschaffen voor in zijn keuken en badkamer.

Een mengkraan is verkrijgbaar bij elke doe-het-zelf zaak, is niet speciaal voor gehandicapten bedoeld en is niet heel veel duurder dan een gewone kraan. De gemeente zal de mengkraan niet op grond van de Wmo vergoeden.

Een ander voorbeeld.

Jan heeft ook een auto. Door zijn spierziekte kan hij niet meer schakelen en de ramen van zijn auto niet meer open krijgen. Dat kan wel als hij een automatische versnellingsbak heeft en elektrisch bedienbare ramen. Dat zijn echter algemeen gebruikelijke voorzieningen waarvoor dus geen voorziening wordt verstrekt.

Nog een ander voorbeeld.

Tonnie kan vanwege haar longklachten niet goed meer fietsen. Met een elektrische fiets lukt het wel. Een elektrische fiets is echter een algemeen gebruikelijke voorziening. Tonnie kan hiervoor dus geen voorziening krijgen.

Besparingsbijdrage

Wanneer een voorziening wordt verstrekt waar een algemeen gebruikelijk deel onderdeel van uitmaakt dan levert dat een besparing op.

Een voorbeeld.

Carolien vraagt vanwege een evenwichtsstoornis een driewielfiets aan. Deze wordt verstrekt. Een fiets is algemeen gebruikelijk en maakt daar onderdeel uit van de door Carolien aangevraagde driewielfiets. Zij hoeft zelf geen fiets meer te kopen. Dat levert dus een besparing op. De gemeente kan daarvoor een bijdrage vragen.

Nog een voorbeeld.

Wilma gaat binnenkort bevallen. Vanwege haar handicap heeft zij voor haar kind een aangepaste box en aankleedtafel nodig. Een box en een commode zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen. De gemeente zal de normale kosten van de box en commode in mindering brengen.

Voor het bepalen van de hoogte van de besparingsbijdrage maken gemeenten vaak gebruik van richtbedragen die door het Nibud worden gehanteerd. De gemiddelde prijs voor een box is bijvoorbeeld 140 euro en voor een commode bedraagt 115 euro.

Meerkosten

Dat zijn de extra kosten die u moet maken als gevolg van uw ziekte of handicap.

Een voorbeeld.

Alex is alleenstaand. Hij heeft ernstige longproblemen en kan niet meer met het openbaar vervoer reizen. Vast staat dat in zijn geval een eigen auto de enige adequate vervoersvoorziening is. Alex heeft echter geen rijbewijs en geen auto. Het behalen van een rijbewijs zijn algemeen gebruikelijke kosten, deze komen dus voor rekening van Alex. Er is geen sprake van meerkosten.

Een ander voorbeeld.

Een vriend van Alex, Bart is meervoudig gehandicapt. Hij bevindt zich in precies dezelfde situatie als Alex. Bart moet wel les krijgen in een aangepaste auto. De meerkosten van het les krijgen in de aangepaste auto komen voor rekening van de gemeente.

Voorliggende voorzieningen

De gemeente zal altijd kijken of er niet een andere instantie of persoon is die de voorziening kan betalen. Dat wordt een voorliggende voorziening genoemd.

Denkt u daarbij aan:

  • voorzieningen die door uw zorgverzekering of vanuit de AWBZ worden gefinancierd, zoals hulpmiddelen bij het aan- en uitkleden, slapen, eten en drinken. Maar ook andere hulpmiddelen zoals computers met bijbehorende apparatuur, een alarmeringssysteem enz. Deze hulpmiddelen zijn opgenomen in de Regeling zorgverzekering. Deze regeling wordt uitgevoerd door uw zorgverzekeraar
  • voorzieningen die door het UWV worden betaald, zoals een vervoersvoorziening om naar uw werk te gaan, of een aangepaste bureaustoel of speciale schoenen
  • voorzieningen die betaald moeten worden door de verzekering van degene die u schade heeft toegebracht

De Wmo is gericht op ondersteuning, niet op zorg. Daar zijn de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de AWBZ voor. Zo is bijvoorbeeld uit de AWBZ het onderdeel ‘huishoudelijke verzorging' (schoonmaken en dergelijke) naar de Wmo verplaatst.

Dit komt omdat huishoudelijke verzorging veel meer een vorm is van ondersteuning dan van medische zorg. De verwachting is dat in de loop van 2009 alle ondersteunende elementen uit de AWBZ zullen worden gehaald.

Geen voorziening voor al gemaakte kosten

Als u zelf al een voorziening getroffen heeft, zal de gemeente de aanvraag afwijzen.

Heeft u snel een voorziening nodig? Vraag deze dan zo spoedig mogelijk aan en dring op directe afhandeling van de aanvraag. Doet de gemeente dat niet of is de gemeente te traag in de afwikkeling van de aanvraag schakel dan een gespecialiseerde advocaat in.

Maar ga in geen geval over tot het zelf aanschaffen van de voorziening en wacht het besluit van de gemeente op uw aanvraag af.

Nog niet verstreken afschrijvingstermijn

Op alle voorzieningen zit een afschrijvingstermijn. Bij normaal gebruik zal de voorziening na een aantal jaren moeten worden vervangen. Pas dan wordt een nieuwe voorziening verstrekt. Dat is alleen anders als bijvoorbeeld door overmacht de voorziening verloren gaat.

Een voorbeeld.

Piet heeft een scootmobiel. Hij gaat hier slordig mee om. Hij is hier bij onderhoudsbeurten al een aantal keren op aangesproken. Piet volhardt in zijn gedrag. Daardoor is het scootmobiel een jaar eerder aan vervanging toe dan normaal. Piet moet dan een jaar wachten op een vervangend scootmobiel.

Nog een voorbeeld.

Sander heeft ook een scootmobiel. Tijdens een storm valt er een boom op zijn scootmobiel. Het scootmobiel wordt totaal vernield. Sander kan er niets aan doen en krijgt een vervangend scootmobiel.

Daarnaast wordt een Wmo-voorziening slechts toegekend als:

  • deze langdurig noodzakelijk is (met uitzondering van hulp in de huishouding). Het spreekt voor zich dat als u maar tijdelijk een voorziening nodig heeft, u daarvoor geen voorziening kunt krijgen. Als u bijvoorbeeld uw been breekt en de trap niet meer op kunt, dan kunt u geen traplift krijgen
  • het de goedkoopst adequate voorziening moet zijn. Ook dat is logisch. Beperkingen kunnen worden opgeheven met allerlei voorzieningen waarvan de prijzen enorm kunnen variëren. Als u bijvoorbeeld geen gebruik meer kunt maken van het openbaar vervoer dan kan een eigen auto natuurlijk een prima oplossing zijn. Maar er zijn veel goedkopere alternatieven denkbaar, waarmee hetzelfde effect kan worden bereikt
  • de voorziening vooral voor u bedoeld is. Het is niet de bedoeling dat ook allerlei anderen, zoals huisgenoten gebruik maken van uw voorziening

Te hoog inkomen

Als u een hoog inkomen hebt kan het zijn dat u niet in aanmerking komt voor een bepaalde voorziening. Elke gemeente kent daarvoor zijn eigen regels. U zult dus bij uw eigen gemeente moeten navragen of er voor de door u aangevraagde voorziening een inkomensgrens geldt.

In de WMO geldt geen vermogenstoets. De hoogte van uw vermogen doet er dus niet toe.