Welke Wmo-voorzieningen zijn er allemaal?

Terug naar overzicht

Welke Wmo-voorzieningen zijn er allemaal?

Volgens de Wmo kan de gemeente u drie soorten voorzieningen aanbieden:

  1. woonvoorzieningen
  2. vervoersvoorzieningen
  3. huishoudelijke verzorging

Nieuw in de Wmo zijn de zogenaamde ‘algemene voorzieningen'. Dit zijn voorzieningen die voor korte tijd (3-6 maanden) nodig zijn. Hiervoor heeft de gemeente voorzieningen beschikbaar die zonder indicatie of eigen bijdrage verstrekt kunnen worden. Het gaat bijvoorbeeld om rolstoelpools. Dit zijn rolstoelen die tijdelijk geleend kunnen worden.

Daarnaast kunnen mensen die tijdelijk zijn aangewezen op allerlei hulpmiddelen bij het baden, douchen, wassen en toiletgebruik, deze soms lenen bij thuiszorgwinkels. Doe hierover navraag bij uw eigen gemeente.

Heronderzoek

Sommige voorzieningen zijn eenmalig, bijvoorbeeld het verbreden van uw deuren als u van een rolstoel gebruik moet gaan maken. Andere voorzieningen worden alleen tijdelijk verstrekt, bijvoorbeeld voor de duur van een indicatie. Na afloop van de indicatie wordt bekeken of de voorziening moet worden voortgezet of gewijzigd.

Een voorbeeld.

Jaap is alleenstaand en ernstig ziek. Hij kan zijn huishouden niet verzorgen. Hij krijgt een indicatie voor huishoudelijke verzorging voor de duur van een jaar. Na een jaar vindt de herindicatie plaats. Het gaat inmiddels beter met Jaap. Hij heeft daarom minder huishoudelijke verzorging nodig. De indicatie verandert daardoor en de omvang van de voorziening wordt verminderd.

Daarnaast kan om verschillende redenen de voorziening aangepast of vervangen worden.
Bijvoorbeeld omdat:

  • u meer of minder beperkingen hebt gekregen
  • u de voorziening niet of nog maar heel beperkt gebruikt
  • de voorziening aan vervanging toe is

Voorziening in de Wmo: natura of geld?

Als de gemeente uw voorziening toewijst, dan heeft u altijd de keuze tussen:

  • voorziening in natura, of
  • een persoonsgebonden budget (PGB) of een financiële tegemoetkoming.

Alleen in bijzondere gevallen kan de gemeente besluiten om alleen een bepaalde voorziening toe te wijzen. U die uitzonderlijke situatie heeft u geen keus. Bijvoorbeeld bij collectief vervoer. Als iedereen zou kiezen voor een individuele oplossing, zou een collectief vervoersysteem niet meer betaalbaar zijn.

Daarnaast kan een persoonsgebonden budget bijvoorbeeld niet worden toegekend aan iemand die aantoonbaar absoluut niet met geld kan omgaan. Dit zijn echt uitzonderingen. Over het algemeen moet de gemeente u de keus laten.

Het maken van een keus tussen de verschillende mogelijkheden kan lastig zijn. De gemeente is daarom verplicht om u uitvoerig te informeren over wat de voor- en nadelen zijn van de keuze voor een bepaalde voorziening, zodat u de juiste beslissing kunt nemen.

Ook kunt u informatie inwinnen bij belangenorganisaties. Informatie hierover kunt u vinden bij Per Saldo de belangenvereniging van en voor mensen met een persoonsgebonden budget. Zij hebben de Per Saldo - Test uzelf! waarmee u kunt testen of het PGB uw geval de beste optie is.

Een voorbeeld.

Gerard krijgt voor de duur van een jaar een indicatie voor huishoudelijke verzorging. Gerard kan een keus maken tussen:

  • hulp van een thuiszorginstelling (voorziening in natura). Gerard hoeft dan verder niets te regelen
  • een persoonsgebonden budget (PGB) of een financiële tegemoetkoming. Gerard moet dan zelf iemand zoeken die hem verzorgt.

Als Gerard in dit voorbeeld kiest voor een PGB of financiële tegemoetkoming, dan moet hij zelf een oplossing bedenken als degene die hem helpt ziek wordt. Kiest Gerard voor de hulp van een thuiszorginstelling dan zal bij ziekte van zijn hulp de thuiszorginstelling moeten zorgen voor vervanging.

Als Gerard door zijn beperkingen bijvoorbeeld echt elke dag hulp nodig heeft is het verstandig om te kiezen voor hulp van een thuiszorginstelling.

Eigen bijdrage

Soms zult u voor huishoudelijke hulp of voorziening een eigen bijdrage moeten betalen. Of u een eigen bijdrage moet betalen en hoeveel, bepaalt uw gemeente. De hoogte van uw eigen bijdrage is afhankelijk van:

  • het aantal personen binnen uw huishouden
  • uw leeftijd
  • uw (gezamenlijke) verzamelinkomen
  • de gemeente waar u woont

Om zelf een indicatie te krijgen van de hoogte van een eventuele eigen bijdrage, kunt u gebruik maken van de volgende rekenmodule.