praktijkvoorbeelden

Terug naar overzicht

Wmo: Verhuizing naar nieuwbouwwoning, moet gemeente financiële tegemoetkoming betalen?

Mevrouw Lutge is bekend met een progressieve vorm van MS. Zij dient bij de gemeente Ede een aanvraag in om een voor rolstoelgebruik geschikte woning. In verband met deze aanvraag is een onderzoek gedaan door een indicatiebureau en is een programma van eisen (PvE) opgesteld, gevolgd door een indicatierapport.

Het PvE richt zich op een voor rolstoelgebruik geschikte nieuwbouwwoning, nu te verwachten is dat mevrouw Lutge in de toekomst rolstoelafhankelijk zal worden.

De huidige woning in Ede wordt niet geschikt en niet aanpasbaar geacht. Het advies is de gevraagde woonvoorziening toe te kennen. Mevrouw Lutge wil echter naar Arnhem verhuizen en dient een aanvraag in bij de gemeente Arnhem. Deze wijst de voorziening af. Reden daarvoor is dat de gemeente vindt dat de verhuizing naar een nieuwbouwwoning in de gemeente Arnhem niet noodzakelijk is.

De gemeente stelt dat mevrouw Lutge in Ede over een adequate woning had kunnen beschikken, omdat zij aanspraak kon maken op een financiële tegemoetkoming van minimaal 8.000 en maximaal 9.000 euro in de woningaanpassing. Mevrouw Lutge heeft zelf gekozen om te verhuizen naar een nieuw te bouwen woning in Arnhem te verhuizen, die zonder aanpassingen niet-adequaat is.

Daarnaast zou er in Arnhem in de regel binnen 6 tot 9 maanden een aangepaste woning beschikbaar kunnen komen. Nu mevrouw Lutge de keuze heeft gemaakt voor een nieuwbouwwoning, die zonder aanpassingen voor haar niet adequaat is, bestaat volgens de gemeente Arnhem geen aanspraak op een vergoeding.

De rechter is het niet met de gemeente Arnhem eens. De gemeente heeft niet aangetoond dat er binnen zes maanden een voor mevrouw Lutge geschikte woning in Arnhem beschikbaar zou zijn.

Nu tevens vaststaat dat de gemeente binnen een periode van zes maanden na de afwijzing van de woonvoorziening geen geschikte woning heeft gevonden dan wel heeft aangeboden, kan de gemeente zich niet in redelijkheid op het standpunt stellen dat verhuizing naar een aangepaste woning de goedkoopst adequate oplossing is. De gemeente had dan ook een financiële tegemoetkoming in de aanpassing van de woning moeten vaststellen.