Studieschulden

Terug naar overzicht

Studieschulden

Een studieschuld kan op verschillende manieren ontstaan. Misschien heeft u de prestatienorm niet gehaald of heeft u zelf bij de DUO een lening aangevraagd. Kort samengevat zijn er de volgende studieschulden:

  • een rentedragende lening
  • een prestatiebeurs die (nog) niet is omgezet in een gift
  • te veel ontvangen studiefinanciering
  • collegegeldkrediet

Nieuwe regels voor terugbetalen van studieschuld

Vanaf 1 januari 2012 gelden er nieuwe regels over het terugbetalen van een studieschuld. Deze nieuwe regels gelden alleen voor terugbetalers die op of na 1 augustus 2009 voor het eerst studiefinanciering hebben ontvangen en op zijn vroegst pas per 1 januari 2012 hoeven te beginnen met het aflossen van de studieschuld.

De belangrijkste wijzigingen voor deze groep terugbetalers zijn:

  • automatische incasso voor iedereen
  • u betaalt altijd terug naar draagkracht als dit in uw voordeel is 
  • bij het berekenen van die draagkracht telt het inkomen van uw partner altijd mee.

Terugbetalers die onder de 'oude' regels vallen, maar op 31 december 2011 nog niet zijn begonnen met het verplicht aflossen van hun studieschuld, kunnen overstappen naar de 'nieuwe' terugbetalingsregels.

De DUO maakt onderscheid tussen kortlopende en langlopende schulden. Kortlopende schulden worden ook op korte termijn geïncasseerd. Denk dan aan de periode dat u nog studiefinanciering ontvangt. Kortlopende schulden zijn bijvoorbeeld:

  • te veel aan u uitgekeerde studiefinanciering
  • onterecht bezit van de OV-chipkaart

U krijgt een bericht van de DUO waarop staat hoeveel geld u had horen te krijgen en wat uw schuld is. Tevens maakt het DUO bekend op welke wijze dit bedrag op u verhaald zal worden. Zolang u nog studiefinanciering ontvangt zal de DUO deze schuld verrekenen met uw beurs, met een maximaal bedrag van 144,28 euro per maand.

De DUO moet bij het vaststellen van het maandelijkse aflossingsbedrag (dus ook bij verrekening) wel rekening houden met uw inkomsten en uitgaven. Als u nog studiefinanciering ontvangt is het aan te raden om direct met de DUO contact op te nemen en te verzoeken een lager aflossingsbedrag vast te stellen. Bewijsstukken van uw inkomsten en uitgaven moet u dan meesturen. Zo voorkomt u dat u in de geldproblemen komt.

Tegen het bericht tot terugbetaling kunt u uiteraard bezwaar maken. Als u bijvoorbeeld vindt dat het bedrag dat wordt teruggevorderd te hoog is vastgesteld. U kunt dan binnen zes weken bezwaar aantekenen. Let op: het maken van bezwaar schort uw betalingsverplichting niet op, ook al staat vast dat u gelijk heeft. Als het gaat om een hele duidelijk fout is het aan te raden om contact op te nemen met de DUO om te kijken of een formele bezwaarprocedure voorkomen kan worden.

Langlopende studieschulden

Langlopende schulden zijn schulden die bestaan uit rentedragende leningen en leningen die veroorzaakt worden door het niet halen van de prestatienorm. Het kan ook zo zijn dat het een kortlopende schuld is die omgezet is in een langlopende schuld.

Het aflossen van langlopende schulden begint met een aanloopfase en sluit af met een afloopfase. Als u afgestudeerd bent, of als u met uw opleiding stopt, dan begint op 1 januari volgend op de datum waarop u met uw studie bent gestopt de aanlooptijd van twee jaar te lopen. In die periode bent u nog niet verplicht om de schuld af te lossen. Wel wordt vanaf 1 januari de rente over uw langlopende schuld voor een periode van vijf jaar vastgesteld.

De aflosfase begint direct na de aanloopfase. Deze fase duurt maximaal vijftien jaar, de minimale aflossing per jaar bedraagt 45,41 euro.