praktijkvoorbeelden

Terug naar overzicht

Te laat inleveren van de OV-studentenkaart. Overmacht?

Gerdien verblijft in Peru. Tijdens haar verblijf in Peru komt zij van 7 mei 2005 tot 29 mei 2005 in de gevangenis terecht. Haar documenten, waaronder de OV-kaart, worden in beslag zijn genomen. Na haar detentie is Gerdien gedwongen om in Peru te verblijven tot 21 juli 2007 in afwachting van een noodpaspoort. Omdat ze te weinig geld had kon zij pas op 10 augustus via Spanje terugkeren naar Nederland waarna ze op 12 augustus 2005, en nogmaals op 7 oktober 2005, melding heeft gemaakt van vermissing van haar OV-kaart. Gerdien moet een bedrag van 476 euro terugbetalen vanwege onterecht kaartbezit.

Tegen deze beslissing van de IB-Groep stelt Gerdien bezwaar in en gaat zij later in beroep bij de rechtbank.

Gerdien voert aan dat het niet tijdig inleveren van de OV-kaart haar op geen enkele wijze kan worden toegerekend nu ze niet in staat was om de kaart zelf tijdig in te leveren. Gerdien overlegt een verklaring van de Nederlandse ambassade.

Volgens de rechtbank had Gerdien bijvoorbeeld telefonisch of via de Nederlandse ambassade in Peru contact kunnen opnemen met de IB-Groep om te melden dat haar OV-kaart in beslag genomen was en dat zij Peru niet kon verlaten.

Bovendien had Gerdien er voor moeten zorgen dat haar belangen - vanaf 29 mei 2005 - door een derde werden behartigd. Gerdien heeft niet kunnen bewijzen dat dit niet mogelijk was. Er is dus geen sprake van een evident geval van overmacht voor het maken van een uitzondering op de inleverplicht. De IB-Groep heeft volgens de rechter terecht het bedrag van 476 euro teruggevorderd.