Dienstongeval en beroepsziekte bij ambtenaren

Terug naar overzicht

Dienstongeval en beroepsziekte bij ambtenaren

Dienstongevallen en beroepsziekten moeten onderscheiden worden van de ‘normale' ziekte en arbeidsongeschiktheid van een ambtenaar. Voor Dienstongevallen en beroepsziekten gelden bijzondere regels. Deze regels hebben betrekking op de manier waarop u als ambtenaar een claim bij uw werkgever kunt indienen en op de wijze waarop de aansprakelijkheid van uw werkgever wordt vastgesteld.

In de praktijk bestaat op dit punt weinig verschil tussen ambtenaren en niet-ambtenaren. De meeste regels die op het punt van arbeidsongevallen en beroepsziekten gelden voor gewone werknemers, gelden ook voor ambtenaren. Soms is het zelfs mogelijk de burgerlijke rechter een oordeel te vragen over de aansprakelijkheid en/of de vaststelling van de schadevergoeding.

Wat is een dienstongeval?

Een dienstongeval is een ongeval dat in overwegende mate zijn oorzaak vindt in de aard van de ambtenaar opgedragen werkzaamheden of in bijzondere omstandigheden waaronder deze werkzaamheden moeten worden verricht. In andere woorden: er is sprake van een dienstongeval als u een ongeval overkomt in de uitoefening van uw werkzaamheden.

Er is (volgens de wet) geen sprake van een dienstongeval als het ongeval aan de schuld of onvoorzichtigheid van de ambtenaar zelf is te wijten. In de praktijk is deze situatie van schuld of onvoorzichtigheid vrijwel nooit aan de orde omdat u het daarvoor als ambtenaar wel heel erg bont gemaakt moet hebben. Het moet dan bijvoorbeeld gaan om een situatie waarbij u willens en wetens duidelijke veiligheidsregels aan uw laars heeft gelapt.

De officiële regel die bepaalt of u recht heeft op schadevergoeding luidt als volgt:

Voor zover dit niet rechtstreeks voortvloeit uit de op de ambtenaar van toepassing zijnde rechtspositionele voorschriften, heeft de ambtenaar recht op vergoeding van de schade die hij lijdt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, tenzij het betrokken bestuursorgaan aantoont dat het zijn verplichtingen is nagekomen de werkzaamheden van de ambtenaar zodanig in te richten, alsmede voor het verrichten van die werkzaamheden zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de ambtenaar in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt, of aantoont dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ambtenaar.'

Kort gezegd is het voldoende dat u zich op het standpunt stelt en eventueel bewijst dat het ongeval u in de uitoefening van de werkzaamheden is overkomen en dat er verband bestaat tussen uw (letsel)schade en het ongeval.

Vervolgens is het aan het bestuursorgaan (uw werkgever) om te bewijzen dat het er (redelijkerwijs) alles aan heeft gedaan om de schade te voorkomen. Uw werkgever is dus niet altijd aansprakelijk bij een dienstongeval, maar alleen als het daadwerkelijk tekort geschoten is het nemen van maatregelen of het geven van aanwijzingen die de schade hadden kunnen voorkomen. Uw werkgever heeft dus een zware zorgplicht.

Een voorbeeld.

Bij het ophalen van vuilnis komt een vuilnisman ten val omdat het geijzeld heeft. Hij loopt daarbij letsel op aan arm- en schouder en valt uit voor zijn werk. Uiteindelijk raakt hij aangewezen op een WIA-uitkering. Hij stelt zijn werkgever, de gemeente, aansprakelijk voor de schade in de vorm van een verminderd inkomen en smartengeld.

Omdat niet ter discussie staat dat het ongeval tijdens de werkzaamheden plaatsvond, er geen sprake is van opzet of roekeloosheid en het verband tussen het ongeval en de schade duidelijk is, moet de gemeente bewijzen dat zij er alles aan gedaan heeft wat redelijkerwijs van haar mocht worden verwacht ter voorkoming van dit ongeval.

De rechter acht de gemeente aansprakelijk, omdat de werkzaamheden zo hadden kunnen worden ingericht dat er minder gevaar zou zijn, bijvoorbeeld door het ter beschikking stellen van gladheidbestendige schoenen.

Dit voorbeeld maakt duidelijk dat u als slachtoffer een sterk bewijsvoordeel heeft. De bewijslast wordt als het ware omgedraaid. Als uw werkgever niet kan aantonen dat het er alles aan gedaan heeft om schade te voorkomen (en deze zorgplicht gaat behoorlijk ver), moet uw schade vergoed worden.

Beroepsziekten

Voor beroepsziekten gelden in feite dezelfde regels, als is het vaak lastiger om aan te tonen dat een bepaalde beroepsziekte echt is veroorzaakt bij en door de werkzaamheden.

Het probleem is dat vrijwel alle beroepsziektes een sluipend karakter hebben en ook door niet werkgerelateerde factoren kunnen zijn veroorzaakt. Denk aan RSI, rugklachten of een burn-out. In veel gevallen kan de diagnose van beroepsziekte niet makkelijk gesteld worden en zal het van de omstandigheden van uw geval afhangen of uw werkgever verplicht is uw schade te vergoeden.

Werkgever aansprakelijk stellen

Als u als ambtenaar met letselschade geconfronteerd wordt, bestaat er de mogelijkheid het bestuursorgaan (uw werkgever) te vragen aansprakelijkheid te erkennen en de schade te vergoeden. Dit komt neer op vragen om een zuiver schadebesluit.

De beslissing van het bestuursorgaan is in beginsel een beslissing waartegen bezwaar kan worden gemaakt, waarna nog in beroep kan worden gekomen bij de bestuursrecht en, uiteindelijk, bij de Centrale Raad van Beroep.

Als uw werkgever de aansprakelijkheid erkent of in het kader van een bezwaarprocedure erkent, kunt u ervoor kiezen om bij de burgerlijke rechter verder te procederen over de vaststelling en hoogte van de schade.

In sommige opzichten is de burgerlijke rechter royaler met het toekennen van schadevergoeding, bijvoorbeeld ten aanzien van het smartengeld. Overleg met uw advocaat over de voor- en nadelen van een procedure bij de burgerlijke rechter ten opzichte van een procedure bij de bestuursrechter.

Als de aansprakelijkheid van uw werkgever eenmaal vaststaat, heeft u er in feite recht op dat alle door het ongeval veroorzaakte schade vergoed wordt.