praktijkvoorbeelden

Terug naar overzicht

Door uitzendwerk is arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan

Mevrouw K. is op 1 juli 2001 bij een kabelexploitant in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van een (1) jaar. Na afloop van deze periode wordt haar contract nog tweemaal verlengd, steeds voor zes maanden. Op 18 juni 2003 laat de werkgever mevrouw K. weten dat haar arbeidsovereenkomst niet meer verlengd zal worden en dat haar arbeidsovereenkomst dus met ingang van 1 juli 2003 beëindigd is.

Mevrouw K. stelt zich op het standpunt dat zij echter een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft. Zij wijst op het feit dat zij vóór 1 juli 2001 via een uitzendbureau ook al voor de kabelexploitant gewerkt heeft en dat deze uitzendovereenkomst meegeteld moet worden om te bepalen of er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd.

De kantonrechter in Amsterdam stelt mevrouw K. in het gelijk. De kantonrechter vindt ook dat de uitzendperiode meetelt met name omdat mevrouw K. tijdens de uitzendperiode hetzelfde werk verrichtte. De laatste verlenging is dus in feite het vierde arbeidscontract en is dus automatisch een contract voor onbepaalde tijd.