Het verloop van een hoger beroep procedure

Terug naar overzicht

Het verloop van een hoger beroep procedure

Als u het niet eens bent met een beslissing of uitspraak van een rechter kunt u in de meeste gevallen in hoger beroep. In dat geval zal uw zaak opnieuw door van een van de vijf gerechtshoven in Nederland beoordeeld worden.

Het hoger beroep begint met een uitbrengen van een dagvaarding aan de tegenpartij. Meestal zal uw advocaat hiervoor zorgen. Houd er rekening mee dat u in de meeste gevallen binnen drie maanden na de uitspraak van de eerste rechter hoger beroep moet instellen. Als het gaat om een kort geding procedure (een spoedprocedure) is deze beroepstermijn zelfs maar vier weken.

In het algemeen wordt uw zaak bij het gerechtshof door drie rechters beoordeeld, dit noemt men ook wel de meervoudige kamer. Gaat het om één rechter dan spreekt met van een enkelvoudig kamer of enkelvoudige behandeling.

U kunt geen hoger beroep instellen als het gaat om een bedrag dat lager is dan 1.750 euro.

Appeldagvaarding en memorie van grieven

In de dagvaarding, die in hoger beroep appeldagvaarding genoemd wordt (spreek uit: a-pel dagvaarding), geeft uw advocaat aan dat hij bezwaar maakt tegen het vonnis van de lagere rechter. In een volgend document, de zogenaamde memorie van grieven, beschrijft de advocaat waarom de vorige rechter tot een verkeerde conclusie is gekomen. Elk argument dat hij hiervoor aanvoert wordt ook wel een grief genoemd.

Memorie van antwoord

Daarna krijgt de tegenpartij uiteraard ook de gelegenheid om schriftelijk te reageren. Dit stuk wordt de memorie van antwoord genoemd. De tegenpartij zal het meestal eens zijn met de beslissing van de lagere rechter en zal dan ook vooral benadrukken dat deze rechter al tot een juiste beslissing is gekomen.

Nadat beide partijen schriftelijk hun argumenten aan het gerechtshof hebben meegedeeld, zal het gerechtshof aan de beide advocaten meestal de schriftelijke keuze voorleggen of zij willen dat het gerechtshof overgaat tot het nemen van een beslissing of dat zij hun standpunten mondeling nog willen toelichten in de vorm van een pleidooi. Ook is het mogelijk dat een van beide partijen getuigen willen laten horen. In dat geval moet er een datum bepaald worden waarop een zogenaamd getuigenverhoor kan plaatsvinden.

Zitting of arrest?

In de meeste gevallen verloopt de hoger beroepprocedure helemaal schriftelijk en zal het gerechtshof na de schriftelijke ronde overgaan tot het bestuderen van alle stukken, ook de stukken die bij de eerste procedure al zijn uitgewisseld. Het duurt dan vaak nog enkele maanden voordat de definitieve beslissing van het gerechtshof schriftelijk aan beide advocaten worden gezonden. De uitspraak van het gerechtshof wordt ook wel arrest genoemd.

Het is dus ook mogelijk dat er een zitting bepaald wordt. Als een van beide advocaten (of allebei) heeft aangegeven dat hij de zaak mondeling wil toelichten, dan zal het gerechtshof een datum bepalen waarop er een zogenaamd pleidooi kan plaatsvinden. In dat geval is het dus de bedoeling dat u samen met uw advocaat in persoon bij het gerechtshof verschijnt. Uw advocaat zal zijn toelichting op voorhand al schriftelijk hebben uitgewerkt, dit document noemt men ook wel de pleitnota.

Het gerechtshof zal in haar arrest vermelden of zij het vonnis van de lagere rechter vernietigt of bekrachtigt. Als het gerechtshof het vonnis vernietigt, dan heeft het hoger beroep dus succes gehad en zal het gerechthof bepalen hoe de kwestie definitief moet worden opgelost. Als het gerechtshof in het arrest vermeldt dat zij het vonnis van de lagere rechter bekrachtigt, dan geeft het gerechtshof daarmee aan dat de eerste rechter het bij het rechte eind had.

Als u het niet eens bent met het arrest van het gerechtshof, dan kunt u tegen dit arrest bezwaar aantekenen bij de Hoge Raad. Dit noemt met ook wel 'in cassatie gaan'.