Terugkeerbeleid van illegale vreemdelingen

Terug naar overzicht

Terugkeerbeleid van illegale vreemdelingen

Sinds 24 december 2010 is de Terugkeerrichtlijn van de Europese Unie van kracht. Het doel van deze richtlijn is het ontwikkelen van gemeenschappelijke regels voor alle lidstaten van de EU op het gebied van migratie- en terugkeerbeleid van illegale vreemdelingen.

Op 31 december 2011 is deze richtlijn ingevoerd in de Nederlandse wetgeving. Dit heeft gezorgd voor twee grote veranderingen:

  • De invoering van het terugkeerbesluit.
  • De mogelijkheid van het opleggen van een inreisverbod, geldend voor het hele Schengengebied.

Het terugkeerbesluit
De Terugkeerrichtlijn verplicht lidstaten om een terugkeerbesluit uit te reiken aan onderdanen van derde landen (vreemdelingen uit andere dan EU-landen en Zwitserland) die geen legaal verblijf hebben. In dit besluit wordt vastgesteld dat het verblijf van de vreemdeling illegaal is en dat deze terug moet keren naar zijn land van herkomst. Het terugkeerbesluit is dus een kennisgeving van illegaal verblijf.

Een illegale vreemdeling die in Nederland wordt aangetroffen en nooit een procedure tot legaal verblijf heeft gestart, krijgt in principe een terugkeerbesluit uitgereikt. Maar voordat dit besluit wordt uitgereikt wordt de vreemdeling hierover gehoord. De vreemdeling krijgt dus de mogelijkheid om zijn situatie toe te lichten. Als uit dit verhoor bijvoorbeeld blijkt dat de vreemdeling van plan is om asiel aan te vragen, wordt hij in de gelegenheid gesteld om hiervoor een aanvraag in te dienen. In dat geval wordt pas een terugkeerbesluit uitgereikt als de vreemdeling van deze aanvraag geen gebruik maakt of als deze aanvraag wordt afgewezen.

Een terugkeerbesluit kan dus ook worden uitgevaardigd, als een aanvraag tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning (asiel en regulier) wordt afgewezen.

Er wordt geen terugkeerbesluit gegeven aan een vreemdeling die in het bezit is van een verblijfsvergunning of andere vorm van toestemming tot verblijf van een andere lidstaat van de EU. Deze vreemdeling kan wel worden opgedragen zich onmiddellijk naar het grondgebied van die lidstaat te begeven. Wanneer hier niet aan wordt voldaan kan alsnog een terugkeerbesluit gegeven worden.

Termijn voor vrijwillige terugkeer
In het terugkeerbesluit wordt een termijn aangegeven waarin de vreemdeling Nederland zelfstandig dient te verlaten om terug te gaan naar het land van herkomst. Dit wordt de termijn voor vrijwillige terugkeer genoemd. In het algemeen is deze termijn vier weken, maar het kan korter (of langer) zijn afhankelijk van persoonlijke omstandigheden. De vreemdeling met een terugkeerbesluit zal Nederland onmiddellijk moeten verlaten (zonder termijn voor vrijwillige terugkeer) als:

  • een risico op onderduiken bestaat. Het gaat dan om het risico dat de vreemdeling zich zal onttrekken aan toezicht van de overheid; 
  • de aanvraag van de vreemdeling tot het verlenen of verlengen van een verblijfsvergunning is afgewezen wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens; of 
  • de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid. Hiervan zal sprake zijn bij verdenking of veroordeling van een misdrijf.

Aan de vreemdeling die niet binnen de opgegeven termijn vertrekt, kan een inreisverbod worden opgelegd.

Bezwaar of beroep tegen terugkeerbesluit?
Tegen een terugkeerbesluit kan in principe bezwaar of beroep worden ingesteld. Dit moet meestal binnen vier weken gebeuren. Neem contact op met een in vreemdelingenrecht gespecialiseerde advocaat voor de details.