Wanneer kan een vreemdeling ongewenst verklaard worden?

Terug naar overzicht

Wanneer kan een vreemdeling ongewenst verklaard worden?

Een ongewenstverklaring wordt gegeven aan vreemdelingen die niet meer in Nederland mogen verblijven en aan wie geen inreisverbod kan worden opgelegd. Het gaat in de praktijk dan om onderdanen van een lidstaat van de EU of Zwitserland en hun familieleden die:

  • geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland en tegelijkertijd bij herhaling een strafbaar feit hebben begaan op grond van de Vreemdelingenwet. Denk bijvoorbeeld aan het niet naleven van de meldingsplicht.
  • bij een rechterlijk vonnis zijn veroordeeld wegens een misdrijf waarop een gevangenisstraf van drie jaren of meer staat.
  • een gevaar of bedreiging vormen voor de openbare orde of de nationale veiligheid.

Ook kan een vreemdeling ongewenst worden verklaard wanneer dit geregeld is in een specifiek verdrag of in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland.

Tegen de beslissing tot ongewenstverklaring kan de vreemdeling binnen vier weken in bezwaar gaan. Vervolgens kan de vreemdeling tegen de beslissing op dit bezwaar beroep in stellen bij de rechtbank.

Gevolgen van ongewenstverklaring
De ongewenstverklaring zorgt ervoor dat de vreemdeling niet (langer) rechtmatig in Nederland verblijft en dus illegaal is. Verder is de ongewenst verklaarde vreemdeling als hij (toch) in Nederland verblijft strafbaar. Dit is normaal gesproken niet het geval. Illegaal verblijf is op zichzelf genomen namelijk niet strafbaar.

Als de vreemdeling een (nood)paspoort heeft kan hij direct worden uitgezet.

De ongewenstverklaring wordt na tien jaar opgeheven bij mensen die een gewelds- of opiumdelict hebben gepleegd. Indien een vreemdeling wegens een gevaar voor de nationale veiligheid ongewenst is verklaard en het gevaar na 10 jaar nog steeds bestaat, dan kan deze termijn nog langer zijn. Bij andere delicten geldt een termijn van vijf jaar. Bij onrechtmatig verblijf in Nederland en het bij herhaling plegen van strafbare feiten op grond van de Vreemdelingenwet geldt een termijn van één jaar.

De ongewenstverklaring kan door de minister van Veiligheid en Justitie op aanvraag door de vreemdeling worden opgeheven. In heel bijzondere gevallen (tijdelijk verblijf aan familie of gezinsleden) kan de minister de ongewenstverklaring tijdelijk opheffen.

Een voorbeeld.
Najib, een vreemdeling met een tijdelijke verblijfsvergunning, heeft een aantal winkeldiefstallen gepleegd. Hij is hiervoor strafrechtelijk veroordeeld. Naast dat Najib veroordeeld is, is hij door de IND ook ongewenst verklaard. Nederland wil Najib uitzetten naar Marokko. Marokko dient Najib eerst te accepteren. Dit gebeurt met een bepaald document: de laissez passer. Marokko accepteert Najib en hij wordt gedwongen uitgezet naar Marokko. Najib mag voor enkele jaren Nederland niet meer in.