Wat is een inreisverbod en wanneer kan het worden opgelegd?

Terug naar overzicht

Wat is een inreisverbod en wanneer kan het worden opgelegd?

Het Europese inreisverbod is een administratieve maatregel om ongewenste vreemdelingen uit Nederland te weren. Het terugkeerbesluit dat aan illegale vreemdelingen opgelegd kan worden, kan gecombineerd worden met een inreisverbod.

Ook kan het inreisverbod na het verlopen van de vrijwillige vertrektermijn, dus bij latere beslissing, opgelegd worden. Er kan een inreisverbod opgelegd wanneer de vreemdeling:

  • Nederland onmiddellijk moet verlaten;
  • Nederland niet zelf binnen de hem opgelegde vertrektermijn heeft verlaten.

Een inreisverbod kan niet worden opgelegd aan een gemeenschapsonderdaan (onderdaan van een lidstaat van de EU of Zwitserland) en diens familieleden, of aan een vreemdeling die niet in Nederland verblijft. Het is mogelijk om af te zien van oplegging van een inreisverbod in verband met humanitaire redenen.

Wanneer er sprake is van een voornemen om een inreisverbod op te leggen, zal de betreffende vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld om zijn mening hierover kenbaar te maken. Dit zal mondeling of schriftelijk gebeuren. Een inreisverbod kan alleen gegeven worden in combinatie met of in navolging van een terugkeerbesluit.

Gevolgen van een inreisverbod
De vreemdeling die een inreisverbod heeft ontvangen kan niet (meer) rechtmatig verblijven in Nederland en de meeste landen van de EU (behalve in Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk) zolang het inreisverbod van kracht is.
De vreemdeling die gedurende deze periode toch in een van de ‘verboden landen' verblijft is dus illegaal. Hierop zijn enkele uitzonderingen:

  • het rechtmatig verblijf in afwachting van de beslissing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel;
  • de situatie waarin de vreemdeling of een van zijn gezinsleden niet kan reizen in verband met diens gezondheidstoestand; 
  • als de uitzetting van de vreemdeling op grond van een rechterlijke beslissing achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift of beroepschrift is beslist.

In deze drie situaties heeft een vreemdeling rechtmatig verblijf, ondanks een opgelegd inreisverbod. Wanneer de vreemdeling echter strafrechtelijk is veroordeeld voor een misdrijf gelden de laatste twee uitzonderingen niet.

Duur van het inreisverbod
De duur van het inreisverbod is afhankelijk van individuele omstandigheden en kan dus per persoon verschillen. Normaal gesproken is het verbod niet langer geldig dan vijf jaar. Hiervan kan alleen worden afgeweken wanneer er sprake is van bedreiging van de openbare of nationale veiligheid.

Wie zich niet aan dit inreisverbod houdt en in Nederland verblijft of weer in reist, is strafbaar. Deze overtreding kan gestraft worden met ten hoogste zes maanden hechtenis of een geldboete tot 3.900 euro. In principe zal er een geldboete worden opgelegd en bij niet-betaling hiervan vervangende hechtenis. Als het gaat om een vreemdeling die een inreisverbod heeft gekregen vanwege een strafbaar feit of omdat hij een gevaar vormt voor de openbare orde of veiligheid, geldt een zwaardere straf (7.800 euro boete of zes maanden gevangenisstraf).

Bezwaar of beroep tegen inreisverbod?
Tegen een terugkeerbesluit kan in principe bezwaar of beroep worden ingesteld. Dit moet meestal binnen vier weken gebeuren. Neem contact op met een in vreemdelingenrecht gespecialiseerde advocaat voor de details.

Het inreisverbod kan (op aanvraag) worden opgeheven wanneer de vreemdeling kan aantonen dat hij binnen de opgelegde vertrektermijn Nederland heeft verlaten. Ook kan het verbod opgeheven worden wanneer de vreemdeling ten minste de helft van de duur van het verbod buiten Nederland heeft verbleven en zich niet schuldig heeft gemaakt aan misdrijven.