Het zwijgrecht van een verdachte

Terug naar overzicht

Het zwijgrecht van een verdachte

0 Beoordelingen

13-12-2010 | Paula van der Geest

Het zwijgrecht van een verdachte

Het zwijgrecht is een klassiek burgerrecht en volgt uit artikel 29 Wetboek van Strafvordering. Het komt er, kort gezegd, op neer dat niemand kan worden gedwongen om tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen.


Geert Wilders beroept zich op zwijgrecht

Het zwijgrecht speelde en speelt een prominente rol in het strafproces tegen Geert Wilders. De politicus wordt vervolgd voor het beledigen van een groep mensen, het aanzetten tot haar en het aanzetten tot discriminatie. Sinds dag één is het proces al een ‘hot item', onder andere vanwege het feit dat Geert Wilders zich van meet af aan beroept op zijn zwijgrecht.

De voorzitter van de strafkamer van de Rechtbank maakte aan het begin van de procesdag een opmerking over deze houding. ‘De Rechtbank leest ook kranten en kijkt tegenwoordig ook het nieuws' begon hij. De Rechtbank zinspeelde erop dat veel mensen vinden dat Wilders goed is in het poneren van een stelling en vervolgens de discussie uit de weg gaat. ‘Het lijkt erop dat u dat vandaag weer doet' sprak rechter Moors.

Strafproces tegen Wilders op 7 februari 2011 opnieuw van start

De reactie van de advocaat van Wilders op deze uitspraak van de rechter was een wrakingsverzoek. Dit werd geweigerd, ware het niet dat op 22 oktober 2010 opnieuw om wraking van de betreffende strafkamer werd verzocht in verband met het weigeren van het horen van de getuige, arabist Hans Jansen. Ditmaal met succes. De Rechtbank is gewraakt en op 7 februari 2011 zal het proces opnieuw behandeld moeten worden.

Hoogstwaarschijnlijk zal Geert Wilders zich dan wederom op zijn zwijgrecht beroepen, naar eigen zeggen ‘op advies van zijn advocaat'. Wat houdt het zwijgrecht van een verdachte in? Mag je als verdachte je daar altijd op beroepen en is het wenselijk om dat te doen? Heeft het invloed op de uitkomst van de strafzaak?

Wat is het zwijgrecht?

Het zwijgrecht is een klassiek burgerrecht en volgt uit art. 29 Wetboek van Strafvordering:

‘In alle gevallen waarin iemand als verdachte wordt gehoord, onthoudt de verhoorende rechter of ambtenaar zich van alles wat de strekking heeft eene verklaring te verkrijgen, waarvan niet gezegd kan worden dat zij in vrijheid is afgelegd. De verdachte is niet tot antwoorden verplicht'.

Het zwijgrecht is een uitvloeisel van het zogenaamde nemo tenetur beginsel wat simpelweg inhoudt dat niemand gedwongen kan worden om bewijs aan te leveren voor zijn eigen schuld, de zogeheten zelfincriminatie. Het beschermt de burger ook tegen het afpersen van verklaringen of bekentenissen door verhorende ambtenaren. Het zwijgrecht vormt hier dus een onderdeel van.

Het zwijgrecht is naast artikel 29 Wetboek van Strafvordering ook impliciet geregeld in artikel 6 EVRM, wat het recht op een eerlijke procedure voorschrijft. Het zwijgrecht, en het daarmee samenhangende recht om geen bewijs aan te leveren voor je eigen schuld (zelfincriminatie) zijn immers elementaire kenmerken van een eerlijk proces. Het recht om te zwijgen volgt daarnaast uit artikel 14.3g van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, dat bepaalt dat niemand kan worden gedwongen om tegen zichzelf te getuigen of een bekentenis af te leggen.

Wanneer geldt het zwijgrecht?

Een verdachte kan zich gedurende het gehele strafproces op zijn zwijgrecht beroepen. Dat wil zeggen: vanaf het moment van de verdenking tot en met het moment van de onherroepelijke einduitspraak. Volgens de Hoge Raad is het moment van verdenking in de zin van artikel 29 Wetboek van Strafvordering ‘wanneer een opsporingsambtenaar vragen begint te stellen aan een als verdacht aangemerkt persoon betreffende diens betrokkenheid bij een geconstateerd strafbaar feit'.

Een verdachte moet gedurende het hele strafproces voorafgaand aan verhoren gewezen worden op het zwijgrecht, door de politieambtenaar tot aan de onderzoeksrechter ter terechtzitting toe. Dit is de zogeheten cautie: de mededeling aan de verdachte dat hij het recht heeft om te zwijgen. Het niet naleven van de cautieplicht kan verstrekkende consequenties hebben. Legt een verdachte voordat aan hem de cautie is gegeven een verklaring af, dan kan deze uitgesloten worden van het bewijs. Dit ligt vooral aan de omstandigheid of de cautie ten onrechte niet is uitgesproken. De rechter zal dan nagaan of de verdachte door deze fout in zijn verdediging is geschaad. Zo ja, dan wordt het daarmee verkregen bewijs genegeerd.

Uit de cautieplicht blijkt eveneens het belang dat in de Nederlandse rechtsstaat aan het zwijgrecht wordt gehecht en dat een verdachte zich gedurende het gehele proces op dit recht kan beroepen.

Beroep op zwijgrecht wenselijk?

Is het voor een verdachte echter handig om zich op zijn zwijgrecht te beroepen? Een eenduidig antwoord is niet te geven.

Met een beroep op het zwijgrecht proberen advocaten in strafzaken verdachten vaak tegen zichzelf in bescherming te nemen. Als ze immers ‘te veel zeggen' kunnen ze ongewild bewijs aandragen voor hun schuld in plaats van voor hun onschuld. Ook bestaat het risico dat een eventuele verklaring verkeerd kan worden uitgelegd of geïnterpreteerd. En een eenmaal afgelegde verklaring, kan niet zomaar terug gedraaid worden. In het proces van Wilders kwam het beroep op het zwijgrecht duidelijk naar voren, doordat Wilders alle vragen van de Rechtbank doorverwees naar zijn advocaat, die daar later in zijn pleidooi op zou terug komen.

Advocaten adviseren hun cliënten ook wel te zwijgen om zo de twijfel omtrent het ten laste gelegde feit voor te laten bestaan. Dit is vaak aan de orde in zaken die bewijstechnisch lastig rond zijn te krijgen of waarin veel onduidelijkheden bestaan omtrent de situatie waaronder het feit is gepleegd. Het zwijgrecht is dan een onderdeel van de strategie van de verdediging.

Mogelijk langer voorarrest door beroep op zwijgrecht

Wanneer je als verdachte in voorarrest zit, is het in veel gevallen ook verstandig om te zwijgen. Het is in ieder geval verstandig je op je zwijgrecht te beroepen voordat je een advocaat hebt gesproken. Wie echter tijdens de voorlopige hechtenis zwijgt, bemoeilijkt vaak het strafrechtelijke vooronderzoek. Het risico is dan dat de verdachte langer in voorlopige hechtenis kan worden gehouden. Vaak wordt hier bij een zwijgende verdachte ook mee gedreigd. Hoewel een verdachte zich dan onder druk gezet kan voelen kan het raadzaam zijn toch te blijven zwijgen, zeker nu een afgelegde verklaring als bewijs tegen de verdachte gebruikt kan worden.

Een verdachte die tijdens het onderzoek ter terechtzitting zwijgt, hoort daarvan geen gevolgen te ondervinden. De rechter mag gezien artikel 29 Wetboek van Strafvordering ook geen pressie uitoefenen om toch de verdachte over te halen te praten. Rechter Jan Moors begaf zich om die reden met zijn uitspraak in het proces Wilders volgens advocaat Bram Moskowicz dan ook op glad ijs.

Nu het zwijgrecht een klassiek burgerrecht is, mag het een verdachte niet tegengeworpen worden wanneer hij zich daarop beroept. Toch blijkt de praktijk vooral met betrekking tot een zwijgende verdachte ter terechtzitting weerbarstig. Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechter immers ook rekening met de proceshouding van de verdachte. Indien een verdachte zwijgt, is het lastig het ten laste gelegde feit in de context en omstandigheden van het geval te plaatsen en eventueel begrip te kweken bij de rechter. De verdachte legt dan immers niet uit wat is er gebeurd en hoe zijn gedrag verklaard kan worden.

Bespreek zwijgrecht met strafadvocaat

Of een verdachte zich moet beroepen op zijn zwijgrecht is dus erg afhankelijk van de omstandigheden van het geval, maar ook om welke fase in het strafproces het gaat. Zwijgen tijdens een politieverhoor heeft wellicht andere consequenties dan het zwijgen tijdens de terechtzitting. Het is in ieder geval verstandig indien je als verdachte van een strafbaar feit wordt aangemerkt, voor het verhoor een advocaat te raadplegen om te bespreken wat in die situatie het meest wenselijk is. Een beroep op het zwijgrecht staat in het strafrecht in ieder geval altijd open.

Paula van der Geest houdt zich als advocaat bezig met strafrecht en is verbonden aan Ten Berge Leerkotte Advocaten. Heeft u een vraag over strafrecht of wilt u reageren op deze column? Uw reactie is welkom op vandergeest@tbladvocaten.nl.

Beoordelingen

Log in of registreer en geef ook uw beoordeling.