Geschillen over huurprijs en servicekosten

Terug naar overzicht

Geschillen over huurprijs en servicekosten

Als u met uw verhuurder een geschil hebt over de hoogte van de huurprijs en/of de servicekosten, kunt u in veel gevallen een beroep doen op de huurcommissie. De huurcommissie is een onafhankelijke commissie die in het leven geroepen is om een uitspraak te doen als huurder en verhuurder een conflict hebben:

  • over de all in huurprijs
  • omdat de huurder een huurprijsverlaging wil
  • omdat de verhuurder een huurprijsverhoging wil
  • over de jaarlijkse huurprijsverhoging
  • over ernstige onderhoudsgebreken door nalatigheid van de verhuurder én over de vraag of - als daar sprake van is - de huur wel mag worden verhoogd.

U kunt niet bij de huurcommissie terecht als het gaat om:

  • geliberaliseerde woonruimte (woonruimte waarvan de huurprijs per 1 juli 2010 boven de 647,53 euro per maand ligt)
  • geschillen over het opzeggen van de huurovereenkomst

Procedure bij huurcommissie

Zowel de huurder als de verhuurder kan bij een bepaald geschil - of het nu gaat over de hoogte van de huur, de redelijkheid van de huurverhoging, of de hoogte van de servicekosten een verzoekschrift indienen bij de huurcommissie.

Voor elk geschil bestaat een apart formulier dat u hiervoor kunt gebruiken. Nadat een verzoek is ingediend bij de huurcommissie moet de verzoekende partij zogenaamde legeskosten betalen. Deze kosten bedragen 11 euro.

Nadat de legeskosten betaald zijn, stelt de huurcommissie een onderzoek in. Dit onderzoek kan ertoe leiden dat er ook in de woonruimte gekeken wordt. Een onderzoeker maakt een rapport en zowel huurder als verhuurder krijgen van dit rapport een kopie.

Vervolgens worden huurder en verhuurder uitgenodigd voor een mondelinge behandeling. Beiden mogen voor deze mondelinge behandeling ook nog schriftelijk reageren.

Als de huurder of verhuurder het niet eens is met een uitspraak van de huurcommissie, dan moet degene die het met de uitspraak oneens is binnen acht weken na die uitspraak een procedure begonnen zijn bij de kantonrechter.

De huurder of verhuurder kan de burgerlijke rechter dus vragen om opnieuw naar de zaak te kijken. Wordt er binnen acht weken geen gerechtelijke procedure opgestart, dan is de uitspraak van de huurcommissie definitief bindend en moeten beide partijen zich hieraan houden.