Erfbelasting bij standaard situatie (wettelijke verdeling)

Terug naar overzicht

Erfbelasting bij standaard situatie (wettelijke verdeling)

Als er geen sprake is van een testament, maar er wel kinderen zijn dan treedt de zogenaamde wettelijke verdeling in werking. Dit komt er kort gezegd op neer dat de langstlevende partner alle goederen en schulden van de nalatenschap krijgt en de kinderen pas recht hebben op hun deel op het moment dat de langstlevende partner zelf ook komt te overlijden.

De langstlevende partner verstrekt de kinderen als het ware een tegoedbon die zij pas later kunnen uitoefenen.

De belastingdienst betrekt de vorderingen van de kinderen wel bij het bepalen van de verschuldigde successierechten. Dit gebeurt door de vorderingen te waarderen op eenzelfde manier als dat gebeurt bij vruchtgebruik. De belastingdienst stelt zich op het standpunt dat de langstlevende ouder in feite het (vrucht)gebruik heeft van de vordering van de kinderen. Deze partner kan het deel van de kinderen namelijk gebruiken waarvoor hij/zij dat wil.

Een voorbeeld.

Robert en Jeannette waren gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij hebben twee meerderjarige kinderen. Robert overlijdt. Er is geen testament, dus de nalatenschap wordt afgewikkeld volgens de zogenaamde wettelijke verdeling.

Het saldo van de bezittingen minus de schulden van het totale vermogen van Robert en Jeannette bedraagt 420.000 euro. De helft daarvan, 210.000 euro, vormt de nalatenschap. (De andere helft behoort namelijk tot het vermogen van Jeannette.)

Volgens de wettelijke verdeling hebben Jeannette en de twee kinderen elk recht op 70.000 euro. Maar Jeannette krijgt op grond van de regels van de wettelijke verdeling voorlopig de volle 210.000 euro. De kinderen houden een vorderingsrecht van elk 70.000. Dit vorderingsrecht kunnen zij pas uitoefenen als Jeannette overlijdt.

Jeannette is 62 jaar. De belastingdienst waardeert de twee vorderingen van de kinderen (in totaal 140.000 euro) volgens de regels van het vruchtgebruik. Dat betekent 6% van 140.000 euro vermenigvuldigd met een factor 10. Daarmee waardeert de belastingdienst de vorderingen dus op een bedrag van 8.400 euro x 10 = 84.000 euro.

De totale nalatenschap van Jeannette wordt door de belastingdienst dus gewaardeerd op 70.000 euro + 84.000 euro = 154.000 euro. De vorderingen van de kinderen worden voor het successierecht afgewaardeerd met eenzelfde bedrag zodat de waardering van de erfenis per kind uitkomt op 70.0000 euro - 42.000 euro = 28.000 euro.

Hoewel de kinderen dus voorlopig nog niets in handen krijgen, moet er wel per kind over 28.000 euro worden afgerekend. De wet heeft wel geregeld dat Jeannette als langstlevende partner in dit geval de door de kinderen verschuldigde successierechten moet voorschieten. Dit komt in dit voorbeeld neer op ongeveer 1.800 euro.

Wettelijke verdeling en inkomstenbelasting

De wettelijke verdeling is voor wat betreft de inkomstenbelasting ‘gedefiscaliseerd'. Dit houdt in dat de langstlevende partner de zogenaamde overbedelingschuld (de vorderingen die hij/zij nog aan de kinderen schuldig is) niet in mindering mag brengen op de vermogensrendementheffing van box III. De kinderen hoeven op hun beurt de vorderingen die zij hebben niet op te geven als vermogen in de zin van box III.

Erfbelasting bij ouderlijke boedelverdeling

Tot aan de invoering van het nieuwe erfrecht op 1 januari 2003 werd voor de verzorging van de langstlevende echtgenoot veelvuldig gebruik gemaakt van testamenten met daarin opgenomen een zogenaamde ouderlijke boedelverdeling.

Bij testament werd dan een verdeling tot stand gebracht tussen langstlevende partner en de kinderen op een manier die veel gelijkenis vertoond met de huidige wettelijke verdeling.

De langstlevende partner verkreeg alle bezittingen in eigendom onder de verplichting om ook alle schulden van de nalatenschap te voldoen. Daarnaast bleef de langstlevende partner dan aan de kinderen een som geld schuldig ter grootte van ieders erfdeel.

De kinderen kregen dus een vordering toegedeeld die pas opeisbaar was bij overlijden van de langstlevende. Soms was bepaald dat deze vorderingen renteloos zouden zijn. Soms werd in het testament een rentevergoeding opgenomen die eveneens pas opeisbaar was bij het overlijden van de langstlevende partner.

Hoewel deze testamenten met ouderlijke boedelverdeling in het huidige erfrecht niet meer gemaakt kunnen worden, zijn de testamenten die op die manier voor 1 januari 2003 zijn opgesteld wel degelijk rechtsgeldig. In een aanvullend testament kunnen aan deze ouderlijke boedelverdeling zelfs nog bepalingen worden toegevoegd als u dat wenselijk acht.

Als u daarmee als erfgenaam te maken krijgt, zal voor de successierechten een zelfde waardering plaatsvinden zoals hierboven is aangegeven bij de wettelijke verdeling.