Het verloop van de beroepsprocedure

Terug naar overzicht

Het verloop van de beroepsprocedure

Nadat u een beroepschrift heeft ingediend, zal de rechtbank uw beroepschrift doorsturen aan de betreffende overheidsinstantie (in vaktaal: bestuursorgaan). Deze overheidsinstantie zal dan een schriftelijke reactie opstellen, het zogenaamde verweerschrift. U krijgt via de rechtbank een kopie van dit verweerschrift.

Kort hierna zal de rechtbank een datum bepalen waarop uw beroep mondeling tijdens een zitting wordt behandeld. Zowel u als de overheidsinstantie worden dan uitgenodigd om de wederzijdse standpunten mondeling toe te lichten.

Mondelinge behandeling

U mag tot 10 dagen voorafgaand aan deze zitting bij de rechtbank nog documenten aan de rechtbank toezenden ter ondersteuning van uw argumenten. U kunt deze stukken dan tijdens de rechtbankzitting toelichten. U moet de overheidsinstantie dan overigens ook een kopie van deze nieuwe stukken toezenden.

Tijdens de mondelinge behandeling van uw beroepschrift bij de rechtbank zal de rechtbank u en waarschijnlijk ook de tegenpartij (de overheidsinstantie) vragen stellen.

De rechtbank zal u als indiener van het beroepschrift (in vaktaal wordt u ‘eiser' genoemd) als eerste het woord geven om uw beroepschrift toe te lichten. Daarna krijgt de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan, in de procedure ‘verweerder' genoemd, de gelegenheid haar standpunt toe te lichten.

Meestal vindt er dan nog een tweede gespreksronde plaats waarbij beide partijen nogmaals op elkaar mogen reageren. Deze tweede gespreksronde noemt men ook wel de tweede termijn.

De rechtbank kan tussendoor vragen stellen aan u en de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan. Als de rechtbank geen vragen meer heeft en zich voldoende acht voorgelicht wordt de mondelinge behandeling beëindigd en het onderzoek gesloten.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank doet in het algemeen binnen 6 weken na afloop van de zitting uitspraak. Deze uitspraak wordt schriftelijk aan u en het bestuursorgaan toegezonden. U hoeft hiervoor niet opnieuw naar de rechtbank te komen.

Kosten verbonden aan beroepsprocedure

Aan het instellen van beroep bij een rechtbank zijn kosten verbonden. Dit noemt men griffierecht. Als indiener van het beroepschrift bent u verplicht om dit griffierecht te betalen. Als u dit griffierecht niet betaalt, neemt de rechtbank uw beroepschrift niet in behandeling. Uw beroep wordt dan niet-ontvankelijk verklaard.

De hoogte van het griffierecht bedraagt in 2009 in de meeste bestuursrechtelijke zaken:

  • voor particulieren 150 euro
  • voor rechtspersonen (bedrijven) 297 euro

In beroepszaken betreffende een uitkering of huursubsidie geldt er een lager griffierecht voor particulieren van 41 euro.