Wat houdt de wettelijke verdeling in?

Terug naar overzicht

Wat houdt de wettelijke verdeling in?

De wettelijke verdeling is een systeem van erven dat van toepassing is op gehuwden (of geregistreerd partners) met een of meer kinderen. De wettelijke verdeling is van toepassing als de overledene geen testament heeft opgemaakt.

Het basisprincipe van de wettelijke verdeling is simpel: de langstlevende echtgenoot (of partner) verkrijgt de volledige nalatenschap van de overledene. Dit gaat van rechtswege (automatisch) en hiervoor hoeven dus geen juridische handelingen meer verricht te worden.

Dit betekent niet dat de kinderen onterfd zijn. Zij krijgen een vordering in geld op de langstlevende ouder. De langstlevende ouder hoeft de schuld aan de kinderen in principe pas af te lossen als hij of zij ook komt te overlijden. Hij of zij heeft tijdens de rest van zijn of haar leven dus geen last van erfrechtelijke aanspraken van de kinderen.

De langstlevende echtgenoot of partner moet wel zorgen voor het voldoen van de schulden van de nalatenschap. Tot die schulden behoren dus ook de erfdelen van de kinderen of kleinkinderen. Zij verkrijgen als gevolg van het systeem van de wettelijke verdeling ieder hun erfdeel in de vorm van een geldvordering ten laste van hun langstlevende ouder, een soort tegoedbon dus.

De kinderen zullen moeten afwachten wat de waarde van deze tegoedbon is als de langstlevende ouder daadwerkelijk komt te overlijden. Deze ouder is namelijk niet verplicht om enige zekerheid te stellen ten behoeve van de kinderen.

Een voorbeeld.

Mark en Violet zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Tot de gemeenschap van goederen behoort:

  • een woning ter waarde van 300.000 euro
  • spaartegoeden voor een bedrag van 50.000 euro
  • een auto ter waarde van 20.000 euro
  • een resterende hypotheekschuld van 70.000 euro

Mark komt te overlijden en laat Violet en twee volwassen kinderen achter, Pim en Marieke. Omdat er geen testament is opgemaakt, geldt de zogenaamde wettelijke verdeling.

De nalatenschap van Mark bestaat uit zijn aandeel in de totale gemeenschap van goederen en bedraagt dus de helft van 300.000 + 50.000 + 20.000 - 70.000 = 150.000 euro. Violet krijgt in eerste instantie de volledige nalatenschap. Wel heeft zij een schuld aan Pim en Marieke van elk 50.000 euro.

Violet besluit na enige tijd om de woning te verkopen en de hypotheek af te lossen. Zij houdt aan deze verkoop dus (300.000 - 70.000) 230.000 euro over. Vervolgens neemt zij haar intrek in een luxe verzorgingstehuis voor senioren waarvan de kosten 3.500 euro per maand bedragen. Na zes jaar komt ook Violet te overlijden.

De opbrengst van de woning is volledig opgegaan aan de maandelijkse kosten voor het verzorgingshuis voor senioren. De auto heeft nog maar een restwaarde van 2.000 euro. Het spaartegoed is nog volledig aanwezig. Daarmee bedraagt de nalatenschap van Violet nog maar 52.000 euro. Daartegenover staan de twee geldvorderingen van Pim en Marieke van elk 50.000 euro. Van hun oorspronkelijke vordering is per persoon nog maar 26.000 euro over.

De belastingdienst zal bij het overlijden van Mark wel over 2 x 50.000 euro successierechten heffen.

Een tweede voorbeeld.

Olaf en Debby zijn gehuwd op basis van huwelijkse voorwaarden. Deze voorwaarden houden een uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen in. Olaf en Debby zijn allebei al eens eerder getrouwd geweest. Olaf heeft uit zijn eerdere huwelijk drie kinderen en Debby één.

De echtelijke woning is van Olaf en is 400.000 euro waard. Debby heeft een spaartegoed van 100.000 euro. De resterende hypotheekschuld bedraagt 200.000 euro. Aan het opmaken van een testament is nooit gedacht.

Op een dag komt Olaf te overlijden. Ook in dit geval is de wettelijke verdeling van toepassing. De erfgenamen van Olaf zijn zijn echtegenote Debby en zijn drie kinderen uit zijn eerste huwelijk, elk voor een gelijk gedeelte. (400.000 euro - 200.000 euro = 200.000 euro : 4 = 50.000 euro)

Het vermogen van Debby bedraagt na het overlijden van Olaf 500.000 euro (400.000 + 100.000). Daar tegenover staat de hypotheekschuld van 200.000 euro en drie niet-opeisbare schulden aan de kinderen van Olaf van in totaal 150.000 euro (3 x 50.000 euro).

Het kind van Debby deelt bij overlijden van zijn stiefvader niet direct mee. Bij ongewijzigde omstandigheden erft hij bij overlijden van zijn moeder 150.000 euro. Het spaartegoed van Debby plus de erfenis van 50.000 euro die Debby van Olaf had geërfd.

Vordering van kinderen wel opeisbaar bij faillissement

Op het principe dat de vordering van de kinderen pas opeisbaar is bij overlijden van de langstlevende, maakt de wet nog twee uitzonderingen. Gaat de langstlevende ouder failliet of komt deze terecht in de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP) dan kunnen de kinderen hun vordering opeisen. Het is natuurlijk maar de vraag of er dan nog wat te halen valt is.

Rente over de vordering

Volgens de wettelijke regeling hebben de kinderen in principe wel recht op een rentevergoeding over hun vorderingen. Er is alleen recht op een rentevergoeding als de wettelijke rente hoger is dan 6%. De rente die verschuldigd is bedraagt dan het verschil tussen de wettelijke rente en 6%. Overigens is de rente net zoals de geldvordering pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende ouder.

Het gaat tot slot om zogenaamde enkelvoudige rente (er is dus geen rente op rente verschuldigd).

Een voorbeeld.

De wettelijke rente is in het overlijdensjaar 8%. In dat jaar kunnen de kinderen op hun geldvordering dus een rente ‘bijschrijven' van 2%. Als er daarna in een bepaald jaar de wettelijke rente 6% of lager is, dan wordt er geen rente bijgeschreven.

De langstlevende ouder mag met ieder kind afzonderlijk (of samen) afwijkende afspraken maken over deze rentevergoeding. Hierdoor kan soms een aanzienlijke belastingbesparing bereikt worden. Als deze renteovereenkomst binnen acht maanden na het overlijden wordt gesloten, dan hanteert de belastingdienst deze afgesproken rente als waardering voor de verschuldigde successierechten. Neem hiervoor contact op met een notaris.