Vanaf welk moment heb ik recht op een advocaat?

Terug naar overzicht

Vanaf welk moment heb ik recht op een advocaat?

In de wet staat niet precies aangegeven op welk moment u als verdachte recht heeft op een advocaat. In elk geval staat vast dat u ook al in de voorfase van het strafproces (dus als het vooronderzoek door de politie nog in volle gang is) al recht heeft op rechtsbijstand. Dit blijkt onder meer uit de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak Salduz tegen de staat Turkije.

Salduz-arrest: ook recht op contact met advocaat in voorfase

In de zaak van Salduz tegen de staat Turkije heeft het Europese Hof op 27 november 2008 overwogen dat artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) eist dat een verdachte toegang tot een raadsman moet krijgen vanaf het moment dat de ondervraging door de politie begint.

Dit arrest heeft belangrijke consequenties gehad voor verdachten met betrekking tot het verhoor door de politie. Voorafgaand aan deze belangrijke Europese uitspraak had de Hoge Raad, de hoogste rechterlijke instantie in Nederland, nog aangegeven dat een verdachte in principe geen recht op rechtsbijstand voor het eerste politieverhoor heeft.

Consultatiebijstand

Na het Salduz-arrest was dit Nederlandse standpunt niet langer houdbaar. Sinds 1 april 2010 is in de zogenaamde Aanwijzing Rechtsbijstand Politieverhoor geregeld dat een aangehouden verdachte het recht heeft om voorafgaand aan het verhoor door de politie een advocaat te raadplegen. Deze vorm van rechtsbijstand wordt ‘consultatiebijstand' genoemd.

Zowel minderjarige als meerderjarige verdachten hebben recht op consultatiebijstand. De politie is verplicht u voorafgaand aan het verhoor op dit recht wijzen. De consultatiebijstand bestaat uit een gesprek van de verdachte met een advocaat dat plaatsvindt voorafgaand aan het eerste inhoudelijke verhoor van de verdachte door de politie.

Met ‘inhoudelijk verhoor' wordt bedoeld het verhoor van een verdachte over zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit, in de eerste zes uur van het politieonderzoek en eventueel verhoor dat plaats vindt voor een eventuele inverzekeringstelling.

A, B en C-zaken

De wijze waarop u als verdachte contact met een advocaat kunt hebben in het kader van dit consultatierecht hangt af van het soort zaak waarvan u verdacht wordt. Er is een indeling gemaakt in A-, B-, en C-zaken. Het gesprek tussen de raadsman en verdachte vindt in de regel in categorie A en B-zaken plaats in een persoonlijk contact op het politiebureau. Bij categorie C-zaken gaat het in principe om telefonisch contact met een advocaat.

Categorie A zaken zijn zeer ernstige of maatschappelijk gevoelige misdrijven, of zaken waarin aan een kwetsbaar persoon extra rechtsbescherming moet worden geboden. Onder zeer ernstige of maatschappelijk gevoelige zaken vallen misdrijven waarop een gevangenisstraf van 12 jaar of meer op staat. Daarnaast kunt u denken aan delicten met grote maatschappelijke impact en veel commotie, zoals zedenzaken die met een gevangenisstraf van minstens acht jaar worden bedreigd.

Categorie B zaken zijn misdrijven waarbij voorlopige hechtenis is toegelaten en die niet onder categorie A zaken vallen.

Categorie C zaken zijn misdrijven waarbij voorlopige hechtenis niet mogelijk is en overtredingen.

Meerderjarige verdachten kunnen in categorie B en C -zaken afzien van consultatiebijstand. In categorie A-zaken is het voor een verdachte niet mogelijk af te zien van een raadsman. Voor minderjarige verdachten geldt echter naast bovenstaande een meer uitgebreide regeling.

Minderjarige verdachten

De politie moet de aangehouden minderjarige verdachte eveneens meedelen dat hij recht heeft op consultatiebijstand van een raadsman. De Hoge Raad heeft echter verder overwogen dat voor aangehouden minderjarige verdachten geldt dat zij, naast het recht op consultatiebijstand, recht hebben op bijstand door een raadsman of een ander vertrouwenspersoon tijdens het verhoor door de politie. Dit betreft niet enkel het eerste verhoor.

Het verdient de voorkeur dat de verhoorbijstand wordt verleend door een advocaat. Het staat de verdachte echter vrij om een vertrouwenspersoon te raadplegen, zoals een ouder, wettelijk vertegenwoordiger of een ander vertrouwenspersoon. Een inmiddels meerderjarige verdachte die wordt verhoord over een feit op de pleegdatum waarvan hij minderjarig was heeft enkel recht op verhoorbijstand van een raadsman.

Minderjarigen in de leeftijd van 12 tot en met 15 jaar die worden verdacht van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, kunnen geen afstand doen van het recht op consultatiebijstand. Dit geldt ook voor 16- en 17 jarigen bij categorie A-zaken: ernstige misdrijfzaken. In de regel wordt tijdens het consultatiegesprek met een raadsman besproken dat deze ook de verdere verhoren bijwoont.

16-en 17 jarigen kunnen bij B-zaken wel afstand doen van zowel het recht op consultatiebijstand als van het recht op bijstand door een raadsman tijdens het verhoor. Het afstand doen van consultatiebijstand of het recht op bijstand tijdens het verhoor geldt voor alle minderjarige verdachten van 12 tot en met 17 jaar die zijn aangehouden voor een C-zaak. De gebruikmaking van een raadsman tijdens het verhoor brengt in C-zaken kosten met zich mee, die zijn namelijk voor eigen rekening.

Op het moment dat u dus opgehouden wordt voor het eerste verhoor heeft u als minderjarige en meerderjarige onder bovengenoemde omstandigheden recht op consultatiebijstand door een raadsman. Meerderjarigen hebben vooralsnog geen recht op bijstand tijdens het verhoor. In verschillende arrondissementen zijn echter al wel pilots bezig om te bekijken of ook voor meerderjarige verdachten verhoorbijstand wenselijk is.

Recht op advocaat tijdens inverzekeringstelling

Na het eerste verhoor (dat maximaal zes uur kan duren en waarbij de tijd tussen 00.00 uur en 09.00 uur niet wordt meegerekend) kunt u in verzekering gesteld worden (u wordt na een verhoor dus niet weer vrijgelaten). Dan heeft u volgens de wet ook recht op een advocaat. Ook indien u geen gebruik gemaakt heeft van consultatiebijstand.

Als u zelf geen advocaat heeft, krijgt u min of meer automatisch een advocaat toegewezen.
In vaktaal zegt men dat u een advocaat krijgt ‘toegevoegd'. De advocaat die aan u wordt toegewezen is een deelnemer aan de zogenaamde piketregeling.

Piketregeling

De piketregeling is eigenlijk een soort samenwerkingsverband van een groot aantal advocaten die bij toerbeurt ‘dienst hebben' en oproepbaar zijn op het moment dat een verdachte behoefte heeft aan rechtsbijstand. Als het gaat om contact met een advocaat op basis van het consultatierecht en dus voorafgaand aan het eerste politieverhoor, dan spreekt men ook wel van Salduz-piket.

Alle advocaten die deelnemen aan de piketregeling moeten voldoen aan bepaalde inschrijvingsvoorwaarden voor de toelating tot de piketdienst. Om toegelaten te worden tot de piketdienst dient de advocaat een strafpiketcursus gevolgt te hebben en moet de advocaat met een ervaren advocaat tenminste drie keer hebben meegelopen met piketdiensten en voorgeleidingen.

Daarnaast dient de advocaat geslaagd te zijn voor het examen straf- en strafprocesrecht. Hierdoor heeft u als verdachte een zeker houvast dat uw piketadvocaat een bepaalde minimum kwaliteit bezit. Het aanbod van piketadvocaten is ondanks deze voorwaarden divers.

De ene piketadvocaat werkt bijvoorbeeld al jaren bij een groot strafrechtkantoor en is gespecialiseerd in strafrecht. Een andere piketadvocaat is net zijn eigen kantoor begonnen en behandeld naast strafzaken ook tal van andere zaken.

U hoeft niet zelf voor uw piketadvocaat te zorgen. Het systeem van de piketregeling treedt automatisch in werking op het moment dat u wordt opgehouden voor verhoor door de politie dan wel als u door de (hulp)officier van justitie in verzekering bent gesteld. Deze (hulp)officier van justitie doet melding van uw inverzekeringstelling bij de zogenaamd piketcentrale van de Raad voor Rechtsbijstand.

De piketcentrale geeft deze melding door aan een piketadvocaat die op dat moment dienst heeft. Alle ingeschreven piketadvocaten hebben bij toerbeurt dienst, ook in de weekenden.

De piketcentrale maakt een rooster zodat alle aangesloten advocaten precies weten wie op welke dag ‘piketdienst' heeft. Nadat de piketadvocaat de melding ontvangen heeft, zal hij u zo snel mogelijk op het politiebureau (of waar u zich maar voor verhoor bevindt) bezoeken.

Voorkeursmelding

Als u een vaste advocaat heeft die op de dag dat u wordt opgehouden voor verhoor of  als in verzekering wordt gesteld geen piketdienst heeft, maar die normaal gesproken wel aan de piketregeling deelneemt, dan kunt u aangeven dat u rechtsbijstand wenst van die betreffende advocaat.

Die advocaat krijgt dan een zogenaamde voorkeursmelding van de piketcentrale binnen.

Gekozen advocaat

Als u een vaste advocaat heeft die niet deelneemt aan de piketregeling, dan zal deze advocaat u alleen bijstaan op basis van het uurtarief dat hij hanteert.

Maakt u namelijk gebruik van een piketadvocaat (eventueel op voorkeursbasis), dan hoeft u voor de rechtsbijstand in de zogenaamde piketfase niets te betalen.

Wacht met verklaren tot u uw (piket)advocaat spreekt

Als u bent aangehouden door de politie, weet uw (piket)advocaat uiteraard nog van niets. Uw (piket)advocaat krijgt van deze aanhouding geen melding.

U bent misschien behoorlijk van slag en u krijgt ook nog eens te horen dat u in verzekering gesteld wordt. U heeft nog geen advocaat gezien of gesproken, maar de politie mag en kan u wel verhoren. In veel gevallen is het dan verstandig om u te beroepen op uw zwijgrecht en (nog) geen verklaring(en) af te leggen totdat u met een advocaat gesproken hebt.

Let op: een zwijgende houding kan er toe leiden dat de politie u langer vasthoudt. Maar bedenk dat het soms verstandiger is om in deze fase iets langer vast te zitten en te zwijgen, dan een verklaring af te leggen die er uiteindelijk toe leidt dat u mogelijk nog veel langer vast komt te zitten.

Hierbij geldt hoe ernstiger de strafzaak, des te groter zijn de belangen en des te meer redenen om geen verklaringen af te leggen totdat u een advocaat gesproken heeft.

Bij een moordzaak is uw belang om u te beroepen op uw zwijgrecht natuurlijk veel groter dan wanneer u verdacht wordt van diefstal van een pak scheermesjes.