De Hoge Raad en strafzaken

Terug naar overzicht

De Hoge Raad en strafzaken

De Hoge Raad is de hoogste rechterlijke instantie in Nederland en is gevestigd in Den Haag. Als u het niet eens bent met een uitspraak van het gerechtshof (de uitspraak van een gerechtshof noemt men een arrest), kunt u cassatie instellen bij de Hoge Raad. U stelt daarmee als het ware hoger beroep in tegen het arrest van het gerechtshof.

In sommige zaken is het mogelijkheid tot cassatie beperkt, bijvoorbeeld bij overtredingen.

Cassatie stelt in bij de griffie (de administratieve afdeling) van het gerechtshof die het arrest heeft gewezen waar u het niet eens mee bent. U kunt iemand machtigen om dit namens u te doen, bijvoorbeeld uw advocaat.

U heeft slechts 14 dagen om na een arrest van het gerechtshof cassatie in te stellen. Een strafrechtadvocaat zal in dat geval namens u een schriftelijk stuk indienen waarin uitgelegd wordt waarom u in cassatie gaat. Dit stuk noemt men een cassatieschriftuur.

Beperkte toetsing door Hoge Raad

Anders dan bij de rechtbank en het gerechtshof, kijkt de Hoge Raad niet opnieuw naar de feiten en omstandigheden. De Hoge Raad zal in principe slechts naar twee vragen kijken:

  1. Is er sprake van onjuiste toepassing van het recht?
  2. Zijn er vormen verzuimd?

Uw zaak wordt dus getoetst aan de hand van deze twee vragen. Het komt er eigenlijk op neer dat de Hoge Raad controleert of in uw zaak het recht goed is toegepast en of alle regels correct zijn nageleefd.

Als dit niet het geval is, dan kan de Hoge Raad uw zaak terugverwijzen naar het gerechtshof. Dit kan hetzelfde gerechtshof zijn, maar ook een ander gerechtshof. De Hoge Raad geeft dan de opdracht om opnieuw naar uw zaak te kijken. Ook kan de Hoge Raad besluiten om zelf een uitspraak in uw zaak te doen.

Als u het ook na een behandeling door de Hoge Raad niet eens bent met de uitkomst van uw strafzaak, zou u kunnen overwegen om uw beklag te doen bij het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM). Uw beklag moet er dan op zijn gericht dat de regels van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens door de Nederlandse rechtspraak zijn geschonden.

Bij het EHRM vindt in vergelijking met de Hoge Raad geen inhoudelijke behandeling plaats, het is een formeel schriftelijke procedure.