Wat is het verschil tussen gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden?

Terug naar overzicht

Wat is het verschil tussen gemeenschap van goederen en huwelijkse voorwaarden?

Als u voor het huwelijk niets afspreekt met uw echtgenoot bent u automatisch in gemeenschap van goederen gehuwd. Dit betekent dat alle bezittingen en schulden van de echtgenoten gemeenschappelijk worden.

Als u dit niet wilt, dan kunt u voorafgaand aan het huwelijk afwijkende afspraken maken over vermogen en bezittingen. Deze afspraken noemt men ook wel huwelijkse voorwaarden.

Gemeenschap van goederen
Als u in gemeenschap van goederen gehuwd bent dan zijn alle goederen die u beiden voor en tijdens het huwelijk verkrijgt gemeenschappelijk. Dat geldt ook voor schulden. Op deze regel zijn een aantal uitzonderingen:

Een erfenis met uitsluitingsclausule
Als u een erfenis ontvangt en de overledene heeft bepaald dat de goederen uitsluitend voor u bestemd zijn (uitsluitingsclausule) dan vallen die goederen buiten de gemeenschap van goederen.

Een voorbeeld.
Lieke en Tim zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Als de ouders van Lieke overlijden, erft zij een kostbaar schilderij. In het testament van haar ouders is bepaald dat hierop een uitsluitingsclausule van toepassing is. Dit schilderij valt dus niet in de gemeenschap van goederen en wordt geen gemeenschappelijk bezit. Bij een eventuele scheiding kan Tim geen aanspraak maken op dit schilderij.

Verknochte goederen en schulden
Deze bijzonder goederen en schulden vallen ook buiten de gemeenschap. Verknochte goederen en schulden zijn goederen en schulden die op bijzondere wijze aan u of aan uw partner zijn verbonden.

De Hoge Raad, de hoogste rechterlijke instantie in Nederland, heeft strenge eisen gesteld aan de voorwaarden voor verknochtheid. Hiermee wil de Hoge Raad voorkomen dat mensen zich, met name bij een scheiding, simpelweg op het standpunt stellend dat (bijna) alle bezittingen verknocht zijn. Volgens de rechter is een ontslagvergoeding bijvoorbeeld niet verknocht, maar een invaliditeitspensioen wel.

Pensioen
Het pensioen valt ook buiten de gemeenschap van goederen. Toch moet bij echtscheiding wel een bepaalde verdeling van pensioenrechten plaatsvinden.

Wat kan een schuldeiser doen als een van beide echtgenoten een schuld is aangegaan?

Deze schuldeiser kan de schuld incasseren door het gemeenschappelijke vermogen aan te spreken, maar hij kan ook het privé vermogen aanspreken van de echtgenoot die de schuld is aangegaan.

Een voorbeeld.
Sanne en Thijs zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Thijs heeft van zijn moeder met een uitsluitingsclausule een schilderij ter waarde van 5.000 euro geërfd. Thijs heeft dus een privé vermogen van 5.000 euro. Op een dag leent Thijs 10.000 euro bij een bank. Thijs heeft geen toestemming van Sanne nodig om deze schuld aan te gaan. Deze bankschuld valt in de gemeenschap van goederen.

Als de lening niet op tijd wordt terugbetaald, kan de bank zowel het gemeenschappelijke vermogen van Sanne en Thijs aanspreken, maar ook het privé vermogen van Thijs. Stel dat de bank het privé vermogen van Thijs aanspreekt. Thijs moet het schilderij verkopen en de opbrengst van 5.000 euro aan de bank betalen. Thijs heeft vervolgens weer 5.000 euro tegoed uit het gemeenschappelijke vermogen. Dit komt omdat de banklening een gemeenschappelijke schuld is en deze schuld (voor een deel) met privé vermogen terugbetaald is.

Het omgekeerde kan ook. Stel Thijs heeft een privéschuld. Die schuld valt dus niet in de gemeenschap. De schuldeiser kan nu zowel op de privégoederen van Thijs als op de gemeenschap verhaal halen. Als de schuldeiser het gemeenschappelijke vermogen aanspreekt, moet Thijs dit bedrag uit zijn privé vermogen terugbetalen aan het gemeenschappelijke vermogen. Het ging in dit geval namelijk om een privé schuld. In vaktaal zegt men ook wel dat de gemeenschap een vordering (récompense) op de andere echtgenoot heeft.

Voor een schuldeiser maakt het dus niets uit of een schuld een gemeenschapsschuld is of niet: in beide gevallen kan hij het gemeenschappelijke vermogen aanspreken of het vermogen van de echtgenoot die de schuld is aangegaan. Het is voor een schuldeiser niet mogelijk om een privé schuld van de ene echtgenoot te verhalen op het privé vermogen van de andere echtgenoot.

Huwelijkse voorwaarden
Huwelijkse voorwaarden moeten bij de notaris worden opgesteld, anders zijn de huwelijkse voorwaarden niet geldig. Huwelijkse voorwaarden kunt u voor het huwelijk maar ook tijdens het huwelijk aangaan. Doet u dit tijdens het huwelijk, dan moeten de huwelijkse voorwaarden worden goedgekeurd door de rechtbank.

Huwelijkse voorwaarden die voorafgaand aan het huwelijk gemaakt zijn, gaan pas gelden vanaf het moment dat het huwelijk gesloten is. Huwelijkse voorwaarden hebben niet alleen gevolgen voor u en uw partner, maar kunnen ook gevolgen hebben voor derden, bijvoorbeeld schuldeisers. Daarvoor is het wel noodzakelijk dat de huwelijkse voorwaarden in het huwelijksgoederenregister zijn ingeschreven. Hiervoor zorgt de notaris.

Huwelijkse voorwaarden zijn, afgezien van een aantal dwingende wetsbepalingen, vormvrij. Dit houdt in dat u de inhoud van de huwelijkse voorwaarden zelf mag bepalen, mits u zich aan een aantal randvoorwaarden houdt. Deze randvoorwaarden (dwingende regels) zien met name op de manier waarop de huwelijkse voorwaarden moeten worden opgesteld en op welk moment de huwelijkse voorwaarden bijvoorbeeld gaan gelden.

U kunt bijvoorbeeld afspreken dat een aantal goederen gemeenschappelijk worden en de overige goederen niet. Ook kunt u afspreken dat juist geen enkel goed gemeenschappelijk wordt en dat het gezamenlijke inkomen dat na een kalenderjaar over is, gelijkelijk wordt verdeeld. In de praktijk zijn er grofweg drie verschillende soorten huwelijkse voorwaarden:

  1. De uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen
  2. Beperkte gemeenschappen
  3. Verrekenbedingen

1. Uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen
Wanneer u bij huwelijkse voorwaarden iedere gemeenschap van goederen heeft uitgesloten, blijven alle goederen en schulden privé. Er ontstaat dus geen vermenging van vermogen en goederen. Als daarnaast ook geen vorm van verrekening van inkomsten wordt afgesproken, spreekt men ook wel van koude uitsluiting.

Een verrekeningsplicht houdt in dat u afspreekt om bijvoorbeeld het gemeenschappelijke inkomen na afloop van elk kalenderjaar te verdelen als daar aan het eind van dat jaar nog iets van over is. Deze vorm van huwelijkse voorwaarden stamt uit de tijd dat de ene familie wilde voorkomen dat het familievermogen bij de andere familie terecht zou kunnen komen. Vandaag de dag wordt deze vorm van huwelijkse voorwaarden nauwelijks meer overeengekomen.

2. (Beperkte) gemeenschappen
Bij beperkte gemeenschappen spreekt u af dat een deel van de goederen, bijvoorbeeld de inboedel of de woning, gemeenschappelijk is en de rest van de goederen privé. Het is ook mogelijk dat u afspreekt dat alle goederen gemeenschappelijk zijn, maar een aantal goederen niet, zoals bijvoorbeeld erfenissen of een kostbare schilderijenverzameling. Het nadeel van deze vorm van huwelijkse voorwaarden kan zijn dat het soms moeilijk is om bij te houden wat wel en wat niet privé is.

3. Verrekenbedingen
Bij verrekenbedingen spreekt u af dat u het inkomen en/of vermogen op een bepaalde manier zult verrekenen. Er zijn in feite twee soorten verrekenbedingen:

Het periodieke verrekenbeding
Dit beding houdt in dat u na een bepaalde termijn, meestal een jaar, tot verrekening overgaat. Een veelvoorkomend periodiek verrekenbeding is het Amsterdams verrekenbeding. Dit beding gaat er vanuit dat er gescheiden vermogens zijn en dat er aan het eind van elk jaar, het inkomen van beide partners dat overblijft na voldoening van de kosten van huishouding en de kosten van de opvoeding van de kinderen, gelijkelijk (dus ieder de helft) zal worden verdeeld. Onder het te verrekenen bedrag valt ook vermogen dat door belegging van niet geconsumeerd inkomen is verkregen.

Als van het inkomen van de man aandelen worden gekocht, zal het rendement op deze aandelen tussen beide partners verdeeld moeten worden.

Het voordeel van het Amsterdams Verrekenbeding is dat partijen over en weer kunnen meeprofiteren van elkaars vermogensvooruitgang. Het nadeel is dat in de huwelijkse voorwaarden heel secuur zal moeten worden beschreven welke inkomsten als te verrekenen inkomen te beschouwen valt.

Het finaal verrekenbeding
In dit verrekenbeding wordt afgesproken dat er in een bepaald jaar of door ontbinding van het huwelijk door echtscheiding of de dood wordt afgerekend. Bij finaal verrekenbeding worden alle eigendommen van een echtpaar gelijk verdeeld op een bepaalde termijn, net zoals bij gemeenschap van goederen. Je zou dus kunnen zeggen dat dit een soort gemeenschap van goederen op termijn is.

Door een dergelijk verrekenbeding kan er bewust voor gekozen worden om bepaalde zaken (bijvoorbeeld een huis dat een van de partners geërfd heeft) buiten de verdeling te houden.