Pensioen en echtscheiding

Terug naar overzicht

Pensioen en echtscheiding

Bij een echtscheiding zal er in de meeste gevallen ook een verdeling moeten plaatsvinden van de opgebouwde pensioenen. De manier waarop dit moet gebeuren staat in de Wet verevening pensioenrechten.

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvps)
Voor echtscheidingen die definitief geworden zijn voorafgaand aan 1 mei 1995 (de datum waarop de Wet verevening pensioenrechten in werking getreden is) is de hoofdregel dat het pensioen moet worden verdeeld als er sprake is geweest van een gemeenschap van goederen of van huwelijkse voorwaarden waarin bepaald is dat het pensioen verdeeld moet worden. Sinds 1 mei 1995 is dit niet meer het geval en moet er verdeeld worden op grond van de Wet verevening pensioenrechten en niet omdat het pensioen deel uitmaakt van de gemeenschap.

Voor echtscheidingen die definitief geworden zijn vóór 1982 geldt er geen verplichting tot verrekening of verdeling van pensioenrechten.

Gescheiden na 1 mei 1995
Als u bent gescheiden (of u gaat scheiden) na 1 mei 1995 geldt de hoofdregel dat beide echtgenoten recht hebben op de helft van het ouderdomspensioen wat door de ander is opgebouwd tijdens het huwelijk. Dit recht ontstaat automatisch (in vaktaal: ontstaat van rechtswege) bij het definitief worden van de echtscheiding.

Een voorbeeld.
Pim en Charlotte zijn 15 jaar getrouwd geweest. Charlotte heeft tijdens het huwelijk nooit gewerkt en heeft dus geen pensioen opgebouwd. Pim werkt al jaren bij een grote uitgeverij en neemt deel in een pensioenregeling.

Op het moment dat Pim en Charlotte besluiten te scheiden, heeft Pim over de periode dat partijen gehuwd zijn een ouderdomspensioen opgebouwd van 10.000 euro per jaar. Dit wil zeggen dat Pim in ieder geval vanaf zijn 65-jarige leeftijd van de pensioenverzekeraar jaarlijks levenslang 10.000 euro krijgt uitgekeerd.

Op grond van de Wet verevening pensioenrechten heeft Charlotte recht op de helft van dit ouderdomspensioen.

Binnen twee jaar na echtscheiding zelf actie ondernemen
De partner die aanspraak wil maken op (de helft van) het ouderdomspensioen van de andere partner moet daarvoor wel zelf actie ondernemen. Deze partner moet binnen twee jaar nadat de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand de pensioenuitvoerder melden dat hij of zij aanspraak maakt op (de helft van) dit ouderdomspensioen. Hiervoor kunt u gebruik maken van een speciaal formulier.

Door dit formulier tijdig in te sturen krijgt u een rechtstreeks recht op uitbetaling van (de helft van) het ouderdomspensioen door de pensioenuitvoerder. Deze pensioenuitvoerder is dan dus verplicht om u op de pensioengerechtigde leeftijd van uw ex-partner steeds rechtstreeks te betalen.

Als u niet binnen twee jaar de pensioenuitvoerder informeert, kunt u het ouderdomspensioen niet rechtstreeks bij de pensioenuitvoerder meer claimen, maar moet u contact opnemen met uw ex-partner om van hem of haar de helft van het ouderdomspensioen te ontvangen.

Conversie
In plaats van het laten uitbetalen van de helft van het ouderdomspensioen van uw ex-partner, kunt u ook kiezen voor een andere vorm van verdeling: conversie. Conversie betekent letterlijk ‘omzetting'.

Bij conversie vraagt u de pensioenuitvoerder om uw recht op uitbetaling van de helft van het ouderdomspensioen (inclusief een eventueel weduwepensioen) van uw ex-partner om te zetten in een pensioen van uzelf. U bent dan dus niet meer afhankelijk van het verloop van het ouderdomspensioen van uw ex-partner.

Neem contact op met een pensioenadviseur als u overweegt om van deze conversiemogelijkheid gebruik te maken. De pensioenuitvoerder moet overigens wel uitdrukkelijk akkoord gaan met de conversie.

Nabestaandenpensioen
Een eventueel nabestaandenpensioen valt in principe niet onder de Wet verevening pensioenrechten. Dit komt omdat er volgens de pensioenvoorwaarden pas recht op een nabestaandenpensioen bestaat als het huwelijk door het overlijden van een van de echtgenoten eindigt. In het geval van een echtscheiding eindigt het huwelijk echter door de echtscheiding en niet door overlijden van een van u beiden.

Bij sommige pensioenverzekeraars wordt ook een zogenaamd bijzonder nabestaandenpensioen opgebouwd. Dit bijzonder nabestaandenpensioen valt wel onder Wet verevening pensioenrechten. Bij bijzonder nabestaandenpensioen heeft de ex-partner volgens de pensioenvoorwaarden ook recht op een nabestaandenpensioen als de ex-partner komt te overlijden. Het nabestaandenpensioen dat dan wordt uitgekeerd is het pensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd.

Kosten van pensioenverevening
Het is van belang om te weten dat een pensioenverzekeraar kosten in rekening mag brengen voor het verevenen van de pensioenrechten. Uit de Wet verevening pensioenrechten vloeit voort dat deze kosten voor de partners gezamenlijk zijn.

Deze kosten kan de pensioenverzekeraar rechtstreeks in rekening brengen of verrekenen met de pensioenen zelf.

Lijfrenten en levensverzekeringen
De Wet verevening pensioenen geldt alleen voor pensioenen die vallen onder de Pensioen- en spaarfondsenwet. Levensverzekeringen en lijfrenten vallen dus niet onder deze regeling.

Dat betekent niet dat u geen recht zou hebben op een verdeling van deze verzekeringen. Als u in gemeenschap van goederen was gehuwd moeten deze polissen of de waarde ervan gewoon verdeeld worden. Ook als u huwelijkse voorwaarden bent aangegaan kan er, afhankelijk van hetgeen er in de huwelijkse voorwaarden is opgenomen, een verplichting tot verrekening bestaan.