Ga naar content

Verkeersongevallen: Veelgestelde vragen

Ja. Vaak wordt ten onrechte gedacht dat de achteroprijder altijd aansprakelijk is voor de schade. Hoewel dat in de praktijk vaak het geval is, geldt ook in deze situatie de hoofdregel: wie eist, bewijst. Dus de voorligger zal moeten aantonen dat de achteroprijder fout gehandeld heeft en niet andersom.

Overigens komt het in de praktijk wel voor dat door verzekeringsmaatschappijen van deze (bewijs)regel wordt afgeweken. In veel gevallen erkent de verzekeraar van de achteroprijder aansprakelijkheid omdat het voor de hand ligt dat de achteroprijder te dicht op zijn voorganger reed en/of zijn auto niet tijdig tot stilstand heeft kunnen brengen.

Vaak wel, als het ongeval plaatsvond met een bestuurder van een motorvoertuig. In dat geval heeft u een bewijsvoordeel. De bestuurder van het motorvoertuig zal moeten bewijzen dat hem helemaal niets te verwijten viel.

In de praktijk is dit lastig te bewijzen. De kans dat u uw schade vergoed krijgt, is dan ook erg groot.

Niet altijd, maar heel vaak wel. Dat heeft te maken met de bescherming van jonge kinderen in het verkeersrecht, met name als er een motorvoertuig bij het ongeval is betrokken.

Bijna altijd. Dat gebeurt op grond van de Schaderegeling schuldloze derde waaraan de meeste verzekeraars zijn gebonden. Op grond van deze regeling is de verzekeringsmaatschappij van de auto, motorfiets of bromfiets waarin of waarop u zat, verplicht uw schade te vergoeden.

Nee, niet altijd. De voorligger zal moeten bewijzen dat de achteroprijder fout gehandeld heeft. Vaak lukt dit en moet de achteroprijder de schade vergoeden.

Ja, maar waarschijnlijk niet de gehele schade. De tegenpartij zal op grond van ‘eigen schuld' een deel van zijn schade zelf moeten dragen. Mogelijk moet hij ook een deel van uw schade vergoeden.

Terug naar boven