Wat betekent: voeging in het strafproces als benadeelde partij?

Terug naar overzicht

Wat betekent: voeging in het strafproces als benadeelde partij?

Dit is een belangrijke manier om relatief eenvoudig schade op de dader te verhalen. In feite gaat het hier om een civiele procedure binnen het strafproces. Maar juist omdat het als het ware een procedure binnen een procedure gaat, kan uw schade slechts summier behandeld worden.

De strafrechter heeft slechts beperkte tijd en middelen om uw schade te beoordelen. Mede daarom beoordeelt hij allereerst of uw schadeclaim voldoende eenvoudig van aard is. Dat wil zeggen: zonder veel moeite kan worden vastgesteld. Als dat niet het geval is, kan de rechter u niet-ontvankelijk verklaren. Dat wil dan zeggen dat de strafrechter uw schadeclaim niet in behandeling neemt en u verwijst naar de burgerlijke rechter.

Een voorbeeld.

Bart voegt zich als benadeelde partij in het strafproces tegen Marc, die hem zwaar heeft mishandeld. Bart stelt dat hij door de mishandeling ook psychisch letsel heeft opgelopen, waardoor hij niet meer kan werken en daardoor is ontslagen. De hiermee gemoeide schade in de vorm van arbeidsvermogensschade vordert hij van Marc.

Op de zitting betwist Marc het verband tussen de mishandeling, het ontslag en de gevorderde schade. De rechter vindt de vordering te gecompliceerd en verklaart Bart niet-ontvankelijk. Hij moet zijn vordering bij de civiele rechter aanhangig maken.

Nog een voorbeeld.

Bart stelt dat door de mishandeling zijn bril kapot ging en dat hij zijn jas moest laten reinigen. Ook stelt hij dat een litteken dat hij aan de mishandeling heeft overgehouden, een smartengeldvergoeding van 2.500 euro rechtvaardigt. Bij zijn voegingsformulier heeft hij bonnetjes gevoegd van de opticien en de stomerij, alsmede een foto van het litteken.

De rechter, die Marc schuldig acht aan de mishandeling, voelt voor toewijzing van de vordering van Bart omdat die eenvoudig van aard is en rechtreeks voorvloeit uit de (bewezen) mishandeling. Alleen de smartengeldvordering vindt hij te hoog, gelet op hem bekende, vergelijkbare gevallen. Hij matigt die tot 750 euro.

De strafrechter beperkt zich dus tot vorderingen waarover duidelijkheid bestaat of makkelijk duidelijkheid kan worden verkregen. Wel bestaat de mogelijkheid de vordering te splitsen in een eenvoudig en een niet eenvoudig deel.

Ook de strafrechter kan die splitsing maken. Hij wijst dan toe wat eenvoudig is en verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk. Een niet-ontvankelijk verklaring door de strafrechter betekent niet dat u als benadeelde partij uw vordering niet alsnog aan de burgerlijke rechter kunt voorleggen.

Bij een afwijzing van de vordering ligt dat anders: de vordering is dan inhoudelijk beoordeeld en als benadeelde partij kunt u er niet meer mee naar de burgerlijke rechter in eerste aanleg. Afwijzingen komen in de praktijk zeer weinig voor, niet-ontvankelijk verklaringen des te meer. Het vorderingsrecht van de benadeelde partij is niet aan een maximum gebonden. De procedure is kosteloos.

Speciaal voegingsformulier

Het indienen van de vordering in het strafproces gebeurt in de meeste gevallen voorafgaand aan de zitting. Daarvoor bestaat een speciaal voegingsformulier dat de officier van justitie bij het zittingsdossier zal voegen.

Op een andere manier voegen is ook mogelijk, zelfs op de terechtzitting zelf, maar men moet er dan rekening mee houden sneller niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het voegingsformulier maakt duidelijk hoe u uw vordering moet verwoorden en onderbouwen. Door u laat te voegen, benadeelt u in beginsel ook de verdediging die zich niet of slecht kan voorbereiden op uw vordering.

Het is mogelijk dat u al in een vroeg stadium aangeeft dat u zich wit voegen als de verdachte vervolgd wordt. Vaak zal die vraag al bij de aangifte aan de orde komen. Justitie houdt u dan op de hoogte van de ontwikkelingen en zal u uitnodigen een voegingsformulier in te dienen. Het feit dat u heeft aangegeven dat u zich wilt voegen, kan voor Justitie ook aanleiding zijn om een bemiddelingspoging te doen.

Ook als u niet heeft aangegeven dat u zich wilt voegen als benadeelde partij, kunt u van Justitie een zogeheten slachtofferbrief verwachten waarin men u vraagt of u op de hoogte wilt worden gehouden en of u zich wilt voegen. Is dat het geval, dan ontvangt u alsnog een voegingsformulier.

Niet iedereen kan zich voegen. Kort gezegd komt dit recht alleen toe aan rechtstreekse slachtoffers, dat wil zeggen: partijen die rechtstreeks schade hebben geleden door het strafbaar feit dat aan de verdachte ten laste is gelegd.

Inzage in strafdossier verdachte

De benadeelde partij heeft onder voorwaarden recht op inzage in het strafdossier van de verdachte. Het is aan de Officier van Justitie en ter zitting aan de rechter overgelaten welke stukken de benadeelde partij mag inzien. Inzage kan bijvoorbeeld geweigerd worden als de persoonlijke levenssfeer van de verdachte ernstig in het geding is.

Een voorbeeld.

U vraagt inzage in het strafdossier van de verdachte. De officier van justitie stemt daarin toe, met dien verstande dat u geen kennis mag nemen van een forensisch psychiatrische rapportage over de verdachte.

Tijdens de zitting is uiteraard tijd ingeruimd voor de behandeling van de vordering. Het tijdstip van behandeling ligt na het requisitoir van de Officier van Justitie en voordat de verdediging het woord krijgt. Alle partijen hebben recht op weerwoord. De verdachte heeft altijd het laatste woord. De Officier van Justitie is niet verplicht zich over uw vordering uit te laten, maar zal dat in de praktijk vrijwel altijd doen.

De rechter doet tegelijk met zijn uitspraak over de verdachte, uitspraak over de vordering van de benadeelde partij. Uw vordering kan alleen worden toegewezen als de verdachte schuldig wordt bevonden. U kunt als benadeelde partij zelf geen hoger beroep instellen als u het met de beslissing van de strafrechter oneens bent.

Als de verdachte of de Officier van Justitie hoger beroep instelt, dan loopt de voeging door, althans voor het deel van de schadevordering dat is toegewezen. Voor wat niet was toegewezen, moet de benadeelde partij zich in hoger beroep opnieuw voegen.

Als de vordering is afgewezen kunt u als benadeelde partij nog in hoger beroep bij de burgerlijke rechter. Dit moet plaatsvinden binnen drie maanden na het wijzen van het strafvonnis. Bij de burgerlijke rechter gelden andere spelregels en de procedure is niet kosteloos. Bovendien staat hoger beroep niet open voor vorderingen die minder dan 1.750 euro bedragen.

Bij een toewijzing van een vordering benadeelde partij moet u zelf werk maken van de incasso. Het strafvonnis - u heeft recht op een afschrift - geeft een zogenaamde executoriale titel.

Dat betekent dat u het door een deurwaarder ten uitvoer kunt laten leggen. De deurwaarder kan in verband daarmee beslag leggen op (bijna) alle zaken van de dader.