Hoe wordt iemand onder bewind gesteld?

Terug naar overzicht

Hoe wordt iemand onder bewind gesteld?

Een verzoek tot onderbewindstelling wordt voorgelegd aan de kantonrechter van de rechtbank binnen het gebied waarin de betrokkene woont. Het verzoek kan worden ingediend door de echtgenoot, geregistreerd partner (of andere levensgezel), zijn bloedverwanten in de rechte lijn en die in de zijlijn tot de vierde graad, de voogd van de betrokkene of het openbaar ministerie. Ook de betrokkene zelf kan het verzoek doen al komt dit niet vaak voor.

Het verzoek tot onderbewindstelling hoeft niet verplicht door een advocaat te worden ingediend. U kunt gebruik maken van een speciaal formulier.

De betrokkene zelf of de verzoeker kan zelf een bewindvoerder voordragen.

Verloop van de procedure onderbewindstelling
De kantonrechter zal na ontvangst van het verzoek een mondelinge behandeling bepalen waarbij de kantonrechter de betrokkene zelf, maar ook andere belanghebbenden zoals een echtgenoot, geregistreerd partner, een andere levensgezel, kinderen en een voogd oproept.

In het geval de familieleden schriftelijk aangegeven hebben akkoord te gaan met de onderbewindstelling dan zullen zij niet meer worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling.

De kantonrechter zal tijdens de mondelinge behandeling informatie inwinnen over de situatie van de persoon waarvoor een onderbewindstelling is verzocht. In het geval de kantonrechter oordeelt dat er voldoende reden is om de onderbewindstelling uit te spreken, geeft de rechter ook aan over welke goederen de onderbewindstelling zich uitstrekt.

Het komt veel voor dat de kantonrechter de waardevolle goederen onder bewind stelt. U moet dan denken aan een huis, kunstverzamelingen, aandelenportefeuilles of een kostbaar jacht. Meestal worden een lopende bankrekening waar een vast bedrag per maand op wordt gestort ter voldoening van de kosten van de huishouding niet onder bewind gesteld.

Benoeming van bewindvoerder
De kantonrechter wijst gelijk een bewindvoerder aan. De betrokkene zelf of de verzoeker kan een bewindvoerder voordragen. De voorgedragen bewindvoerder kan zich bij het verzoek al bereid verklaren door het invullen van een bereidverklaring. De rechter zal deze voorkeur volgen, tenzij gegronde redenen zich daartegen verzetten.

De bewindvoerder mag natuurlijk zelf niet in staat van faillissement zijn gesteld of onder curatele staan. Ook mag zijn vermogen niet onder bewind zijn gesteld.

De onderbewindstelling start in principe op de dag na de uitspraak van de kantonrechter.

Als de onder bewind gestelde persoon of een van de andere belanghebbenden het niet eens is met de beslissing van de kantonrechter, dan kan binnen drie maanden na de uitspraak hoger beroep worden ingesteld.

Kosten onderbewindstelling
Het doen van een verzoek tot onderbewindstelling brengt kosten met zich mee. De rechtbank zal griffierechten in rekening brengen. Deze griffierechten bedragen 75 euro.

Vergoeding voor de bewindvoerder

De bewindvoerder krijgt een beloning voor zijn uit te oefenen taken. De kantonrechter stelt deze vergoeding vast. De bewindvoerder heeft recht op 5% van de netto-opbrengst van alles dat onder het bewind valt. 

Deze vergoeding is wel aan een maximum gebonden. Bij een niet-professionele bewindvoerder bedraagt de maximumvergoeding 587 euro per jaar. Professionele bewindvoerders (mensen die van het bewindvoerderschap hun beroep hebben gemaakt) krijgen een hogere vergoeding. Een bewindvoerder die bij een branchevereniging is aangesloten krijgt maximaal een bedrag van 881euro (exclusief BTW) per jaar. Een bewindvoerder die niet bij een branchevereniging is aangesloten ontvangt maximaal 1.013 euro (exclusief BTW) per jaar.

Einde van onderbewindstelling
Het bewind eindigt op het moment dat de kantonrechter het bewind weer opheft. De kantonrechter kan het bewind alleen opheffen op het moment dat vast komt te staan dat iemand zijn belangen weer zelf kan behartigen. Het verzoek tot opheffing kan door de onderbewind gestelde zelf, maar ook door zijn familieleden of de bewindvoerder zelf worden verzocht.

Het bewind eindigt ook op het moment dat de kantonrechter het bewind verandert in een ondercuratelestelling of een mentorschap. De bewindvoerder, de onder bewindgestelde zelf, maar ook zijn familieleden kunnen dit verzoek aan de kantonrechter doen.

De kantonrechter zal een dergelijk verzoek toewijzen op het moment komt vast te staan dat de maatregel van bewind de belangen van de betrokkene onvoldoende beschermt.