Verkeersongevallen tussen voetgangers en fietsers

Terug naar overzicht

Verkeersongevallen tussen voetgangers en fietsers

Bij verkeersongevallen tussen twee fietsers of tussen een voetganger en een fietser gelden de normale regels van het bewijsrecht: wie eist, bewijst.

Het komt er op neer dat in het geval u schade oploopt (bijvoorbeeld letselschade of schade aan uw fiets), u moet bewijzen dat een andere partij aansprakelijk is. In de meeste gevallen zult u moeten bewijzen dat de tegenpartij een verkeersfout heeft gemaakt.

Denkt u bij een verkeersfout bijvoorbeeld aan:

  • een voorrangsfout
  • te snel rijden
  • rijden zonder licht
  • een onverwachte of vreemde manoeuvre, bijvoorbeeld het plotseling oversteken van een voetganger

Maar het kan natuurlijk ook zo zijn dat zowel u als de tegenpartij allebei in bepaalde mate schuld hebben aan de aanrijding. In de praktijk komt dit vaak voor.

Een voorbeeld.

Tijdens een donkere oktoberavond rijdt Simone op haar fiets naar huis. Plotseling komt zij in botsing met Luuk die als voetganger plotseling de weg overstak. Simone was voor Luuk ook niet goed zichtbaar omdat zij zonder licht reed.

Simone loopt behoorlijk wat schade op en stelt Luuk aansprakelijk. Omdat Luuk weigert te betalen, start Simone een gerechtelijke procedure.

De rechter vindt dat Luuk de schade van Simone moet vergoeden (hij stak immers plotseling over en verleende Simone geen voorrang), maar vindt wel dat ook Simone een verwijt gemaakt kan worden.

 Luuk hoeft dan ook maar 60% van de schade van Simone vergoeden. 40% van de schade van Simone blijft voor haar eigen rekening.

De rechter mag overigens elke andere verdeling toepassen. Denk aan een verdeling van 50/50%, 60/40% of zelfs 90/10%. Op basis van de specifieke omstandigheden van het geval zal de rechter bepalen of en in welke mate iemand zijn eigen schade moet dragen.