Wanneer kan ik mijn achternaam laten wijzigen?

Terug naar overzicht

Wanneer kan ik mijn achternaam laten wijzigen?

Er zijn verschillende redenen op grond waarvan u uw eigen achternaam of de achternaam van uw (minderjarige) kind kunt wijzigen:

  1. Een minderjarig kind wil zijn of haar achternaam veranderen in die van de nadere ouder of verzorger.
  2. Als een kind tot een gezin behoort waarvan de andere kinderen andere achternamen hebben.
  3. Als een kind verschillende nationaliteiten heeft.
  4. Als een meerderjarige, die tijdens zijn minderjarigheid een naamswijziging heeft ondergaan, deze ongedaan wil maken.
  5. Als een meerderjarige zijn achternaam wil wijzigen in die van een ouder of een verzorger.
  6. Als een meerderjarige de naamskeuze van zijn ouders wil herzien.
  7. Als de meerderjarige dezelfde naamswijziging wil als zijn ouders.
  8. Als u genaturaliseerd wordt.
  9. Als u een onwelvoeglijke of bespottelijke achternaam heeft.
  10. Als u een veel voorkomende naam heeft die problemen oplevert.
  11. Als het gaat om een onjuist gespelde achternaam.
  12. Als u uw Friese achternaam wilt herkrijgen.
  13. Als u een toevoeging van uw achternaam wilt vanwege uw familienaam.
  14. Als u de achternaam van uw moeder wilt vanwege het uitsterven van deze naam.
  15. Als u uw naam wilt wijzigen omdat anders iemand lichamelijke of geestelijke schade lijdt.

                        _____________________________________

1. Een minderjarig kind wil zijn of haar achternaam veranderen in die van de andere ouder of verzorger
Na een echtscheiding of het verbreken van een niet-huwelijke relatie kan het kind de naam krijgen van de ouder die het kind verder gaat verzorgen en opvoeden. Als het kind meerdere ouders heeft die samen het ouderlijk gezag hebben, dan moeten beide ouders het verzoek tot naamswijziging ondertekenen.

Als een ouder het kind samen met een partner (niet-ouder) opvoedt, kan het kind de naam krijgen van de partner. Als een kind wordt opgevoed en verzorgd door pleegouders, kan het kind de naam krijgen van een van de pleegouders.

Verzorgingsperiode: 3 of 5 jaar
De ouder of verzorger van wie het kind de achternaam wil aannemen, moet het kind gedurende een bepaalde aaneengesloten periode (onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek) hebben verzorgd en opgevoed. Voor kinderen onder de twaalf jaar is deze periode vijf jaar, voor kinderen boven deze leeftijd is deze periode drie jaar. 

Als het gaat om een verzoek voor meerdere kinderen (waaronder een kind dat jonger is dan twaalf jaar), dan is de termijn drie jaar.

Bij de beoordeling van het verzoek staat het belang van het kind voorop. Hierbij spelen onder andere de volgende factoren een rol:

  • Is het kind op de hoogte van zijn afkomst?
  • Komt de naamswijziging de eenheid van naam in het gezin ten goede?
  • Draagt het kind in het dagelijks verkeer de gevraagde naam al en zo ja, hoe lang?
  • Accepteert het kind de huidige gezinssituatie?
  • Welke rol speelt ieder van de ouders in het leven van het kind?
  • Hoe is het contact tussen het kind en de ouder wiens naam het heeft?

Weigerende ouder
In principe is het de bedoeling dat als beide ouders het gezamenlijke ouderlijk gezag hebben, het verzoek ondertekenen. In sommige gevallen zal een van beide ouders dit niet willen.

Als het gaat om een verzoek tot naamswijziging van een kind jonger dan 12 jaar, dan zal het verzoek worden afgewezen als één van de ouders (met ouderlijk gezag) weigert in te stemmen met het verzoek, behalve wanneer:

  • de weigerende ouder, van wie het kind de naam draagt, strafrechtelijk is veroordeeld wegens het plegen van misdrijf tegen het kind. Het gaat dan onder andere om misdrijven tegen de zeden, tegen de persoonlijke vrijheid of tegen het leven gericht en om mishandeling.
  • de weigerende ouder door de rechter is ontzet uit het ouderlijk gezag. Dit kan bijvoorbeeld op grond van grove verwaarlozing van de verzorging of opvoeding van één of meer van de kinderen of in geval van een onherroepelijke veroordeling tot vrijheidsstraf van twee jaar of langer.
  • de verzoekers aantonen dat de weigerende ouder niet meer dan een vierde deel van de periode voorafgaand aan de verzorgingstermijn van vijf jaar in gezinsverband met het kind heeft samengeleefd. Dit gaat om de situatie waarin de weigerende ouder niet of nauwelijks met het kind heeft samengeleefd.

Een voorbeeld.
Felix is op 23 maart 2004 geboren. Zijn ouders scheiden op 1 april 2006 wanneer Felix 2 jaar is. Felix heeft de achternaam van zijn vader. Gedurende zijn eerste twee levensjaren is Felix in een gezinssituatie met zijn vader en moeder opgegroeid.

Na de echtscheiding neemt de moeder van Felix zijn verzorging alleen op zich. De moeder van Felix dient op 23 maart 2013 een verzoek tot achternaamswijziging in. Als de vader van Felix hier niet mee instemt, kan het verzoek alleen worden toegewezen als sprake is van bovenstaande uitzonderingssituaties.

Als het gaat om een kind van 12 jaar of ouder dan zal het verzoek worden afgewezen als één van de ouders (met ouderlijk gezag) weigert in te stemmen met het verzoek, behalve wanneer het kind:

  • op de hoogte is gesteld van de bezwaren van die ouder en
  • bij zijn of haar toestemming blijft

In dit geval is de wil van het kind dat ouder is dan 12 jaar doorslaggevend

2. Als een kind tot een gezin behoort waarvan de andere kinderen andere achternamen hebben
Soms hebben kinderen uit hetzelfde gezin, met dezelfde ouders, toch verschillende achternamen. Dit kan bijvoorbeeld komen doordat de kinderen in verschillende landen geboren zijn. In die situatie kunnen de ouders een verzoek indienen om de achternaam van een kind te wijzigen om de eenheid van naam in het gezin terug te brengen.

3. Als een kind verschillende nationaliteiten heeft
Ook voor kinderen die naast de Nederlandse nationaliteit ook de nationaliteit van een ander land hebben, kan een verzoek tot naamswijziging worden gedaan.

4. Als een volwassene, die tijdens zijn minderjarigheid een naamswijziging heeft ondergaan, deze ongedaan wil maken

Als een minderjarig kind een naamswijziging heeft ondergaan, kan deze wijziging ongedaan gemaakt worden op het moment dat het kind meerderjarig wordt. De meerderjarige krijgt dan de achternaam die hij of zij oorspronkelijk had weer terug.

5. Als een volwassene zijn achternaam wil wijzigen in die van een ouder of een verzorger
Een meerderjarig persoon kan zijn of haar achternaam laten wijzigen in de achternaam van de ouder of verzorger die hem of haar tijdens de minderjarige leeftijd heeft opgevoed en verzorgd.

Zo kan een meerderjarige, die als minderjarige enige tijd door de nieuwe partner van de moeder is verzorgd, de naam van deze partner vragen. Daarnaast is het ook mogelijk dat een meerderjarige de naam van één van de pleegouders aanneemt, op het moment dat de meerderjarige tijdens de minderjarigheid door de pleegouders is verzorgd.

Uiteraard moet de partner of pleegouder hier wel mee instemmen. Als deze persoon niet akkoord gaat, wordt het verzoek afgewezen.

6. Als een volwassene de naamskeuze van zijn ouders wil herzien
Sinds 1 januari 1998 mogen ouders bij de geboorte van hun eerste kind samen de achternaam van hun kind kiezen. Het kind kan dan de achternaam van de vader of van de moeder krijgen. Is deze keuze eenmaal gemaakt, dan kan de keuze niet meer ongedaan gemaakt worden.

Als het kind meerderjarig geworden is, kan het eenmalig verzoeken om herziening van deze naamskeuze. Dit verzoek kan ingediend worden tot drie jaar na het bereiken van de meerderjarige leeftijd. Vanaf het 21e jaar is dit verzoek dus niet meer mogelijk.

7. Als een volwassene dezelfde naamswijziging wil als zijn ouders
Op het moment dat de achternaam van de ouder wordt gewijzigd, wijzigt in principe ook de achternaam van het minderjarige kind van deze ouder. De achternaam van een meerderjarig kind verandert niet automatisch in de gewijzigde achternaam van de ouder.

Wel kan een meerderjarige in die situatie een verzoek doen tot naamswijziging in de nieuwe achternaam van de ouder. Dit verzoek moet door de meerderjarige wel worden ingediend voor het bereiken van de 21-jarige leeftijd. Ook moet de meerderjarige dezelfde achternaam hebben (gehad) als de ouder van wie de naam is gewijzigd.

8. Bij naturalisatie
Ook bij naturalisatie (het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit) kan de achternaam worden gewijzigd. Dit verzoek kan alleen worden toegewezen als de verzoeker een niet-Nederlandse achternaam heeft en de nieuwe gewenste achternaam zoveel als mogelijk is afgeleid van de oude naam.

9. Als u een onwelvoeglijke of bespottelijke achternaam heeft
U kunt ook om een naamswijziging verzoeken als u een onwelvoeglijke of bespottelijke achternaam heeft. Het gaat er dan wel om dat in feite iedereen uw bestaande naam zo negatief ervaart.

Een voorbeeld.
Jan-Willem Slager is chirurg. Jan-Willem ervaart zijn naam als onwelvoeglijk vanwege zijn beroep. Als Jan-Willem op grond hiervan een verzoek tot wijziging van zijn achternaam indient, is de kans dat dit verzoek wordt toegewezen reëel.

10. Als u een veel voorkomende naam heeft die problemen oplevert
Het is mogelijk om uw achternaam te wijzigen op het moment dat uw naam veel voorkomt en dit ook problemen voor u oplevert. Voorwaarde voor de toewijzing van het verzoek is dat de nieuwe naam zoveel mogelijk moet worden afgeleid van de oude naam.

Een voorbeeld.
U werkt in een klein stadje als accountant. Uw achternaam is De Vries en het toeval wil dat er in uw woonplaats nog twee accountants werkzaam zijn met dezelfde achternaam. Dit levert regelmatig verwarring op. U besluit op grond hiervan een verzoek in te dienen om uw achternaam te wijzigen.

11. Als het gaat om een onjuist gespelde achternaam
U kunt een verzoek tot naamswijziging indienen als uw naam zoals die in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen, verkeerd gespeld is. Het gaat dan om een verkeerde spelling ten opzichte van de registers van de burgerlijke stand ten tijde van de invoering (1810 - 1838).

Een voorbeeld is bijvoorbeeld de situatie dat uw naam in plaats van met een t met een d is geschreven of in plaats van ij met een y. Voorwaarde is wel dat u moet kunnen aantonen dat uw achternaam anders in de akten van de burgerlijke stand werd gespeld.

12. Als u uw Friese achternaam wilt herkrijgen
Een enkele keer is - na invoering van de burgerlijke stand in Friesland - een Friese achternaam door de ambtenaar van de burgerlijke stand gewijzigd in een Nederlandse naam. Het is mogelijk om via een verzoek tot naamswijziging de oorspronkelijke Friese naam te herkrijgen.

13. Als u een toevoeging van uw achternaam wilt vanwege uw familienaam
U kunt om een toevoeging van uw achternaam verzoeken als u kunt aantonen dat deze toevoeging al deel uitmaakte van uw familienaam toen de burgerlijke stand werd ingevoerd (1810 - 1835).

Het is dan mogelijk om een naam aan uw achternaam toe te voegen. U moet dan wel aantonen dat, tijdens de invoering van het register van de burgerlijke stand, de toe te voegen naam ook daadwerkelijk deel uitmaakte van uw achternaam die door uw voorouders is gevoerd en daarna niet in onbruik is geraakt.

14. Als u de achternaam van uw moeder wilt vanwege het uitsterven van deze naam
Op het moment dat de geslachtsnaam van uw moeder is uitgestorven of op het punt staat uit te sterven kunt u verzoeken om een naamswijziging.

Dit wordt alleen toegestaan als de vader en de grootvader van de moeder geen mannelijke nakomelingen meer hebben en die redelijkerwijs ook niet meer te verwachten zijn. Ook moet u aan de hand van de gegevens uit de bevolkingsadministratie wel aantonen dat de naam van uw moeder met uitsterven wordt bedreigd.

15. Als u uw naam wilt wijzigen omdat anders iemand lichamelijke of geestelijke schade lijdt
In zeer uitzonderlijke gevallen kan een geslachtsnaamswijziging worden toegekend op het moment dat het achterwege blijven van een naamswijziging iemands lichamelijke of geestelijke gezondheid ernstig schaadt.

De ernstige schade van geestelijke en/of lichamelijke gezondheid wordt psychische hinder genoemd. En deze psychische hinder kan betrekking hebben op het dragen van de bestaande naam of op het niet dragen van een gewenste naam. De psychische hinder moet worden vastgesteld door een onafhankelijk deskundige. Deze deskundige moet als psychiater of als psycholoog zijn ingeschreven.

De kosten van het verkrijgen van een rapport van een deskundige dient de aanvrager zelf te dragen.