Bij erkenning aansprakelijkheid moet tegenpartij uw kosten betalen

Terug naar overzicht

Bij erkenning aansprakelijkheid moet tegenpartij uw kosten betalen

De wet bepaalt dat de aansprakelijke partij verplicht is de redelijke kosten van rechtsbijstand te voldoen. Ook de kosten van onderzoek naar de (omvang van de) schade en naar de aansprakelijkheid zelf kunnen voor rekening van de aansprakelijke partij worden gebracht.

Wel moeten deze kosten redelijk zijn, zowel gelet op het financiƫle belang van de zaak als op de werkzaamheden zelf. Voor onnodige of excessieve werkzaamheden hoeft de aansprakelijke partij niet op te komen.

Als de aansprakelijkheid dus vaststaat, hoeft u in principe niet te vrezen voor advocaatkosten, vooropgesteld dat de aansprakelijke partij voldoende verhaal biedt. In de praktijk zal het de verzekeraar van de aansprakelijke partij zijn naar wie uw advocaat of belangenbehartiger zijn rekeningen stuurt. Daarover ontstaat in de praktijk nogal eens discussie.

De verzekeraar kan menen dat de in rekening gebrachte kosten niet redelijk zijn, bijvoorbeeld omdat u geen of nauwelijks schade zou hebben geleden. Als de verzekeraar dan volhardt, kan het nodig zijn om over de kosten te procederen.

In dat geval komt ook een beperking van het wettelijk systeem in beeld. De aansprakelijke partij hoeft niet te betalen voor kosten die met het voeren van een procedure zijn gemoeid. De vergoedingsplicht bestaat alleen voor zogenaamde kosten buiten rechte of buitengerechtelijke kosten (BGK). Kosten van een procedure komen dus voor uw eigen rekening, ook al heeft de tegenpartij aansprakelijkheid erkend.

Procedures gaan in die gevallen ook niet over de aansprakelijkheid maar over de aard en omvang van de schade. Als u de zaak wint zal de wederpartij weliswaar worden veroordeeld in de proceskosten, maar die stelt de rechter vast aan de hand van een forfaitair systeem. In de praktijk komt het vrijwel nooit voor dat de proceskosten de werkelijk gemaakte kosten dekken.

Een voorbeeld.

Peter Versteeg wordt slachtoffer van een verkeersongeval en lijdt forse schade. De (verzekeraar) van de tegenpartij betwist echter elke aansprakelijkheid. Peter schakelt een advocaat in die voor hem door middel van (sommatie)brieven en andere acties probeert de tegenpartij te overtuigen van het feit dat zij de schade van Peter moet vergoeden.

Deze inspanningen lopen op niets uit en in overleg met zijn advocaat besluit Peter een gerechtelijke procedure te starten. Op dat moment zijn de advocaatkosten al opgelopen tot 1.500 euro. Dit zijn de zogenaamde buitengerechtelijke kosten (BGK).

In de procedure wordt Peter in het gelijk gesteld. Maar de procedure heeft ook het nodige aan advocaatkosten gekost. Deze kosten bedragen 3.000 euro exclusief BTW. De rechter veroordeelt de tegenpartij tot een zogenaamde proceskostenveroordeling van 1.200 euro.

Dat betekent dat Peter nog steeds 1.800 euro exclusief BTW aan advocaatkosten voor zijn eigen rekening moet nemen. De eerder door Peter betaalde buitengerechtelijke kosten (BGK) van 1.500 exclusief BTW moet de tegenpartij wel voldoen.

Bij een gedeeltelijke erkenning van aansprakelijkheid is de vergoedingsplicht van de aansprakelijke partij ook gedeeltelijk. Dit doet zich voor als u een deel eigen schuld aan de schade heeft.

Een voorbeeld.

Marc fietst door rood en wordt geschept door een automobilist die net zat te bellen. De verzekeraar van de automobilist erkent 50% aansprakelijkheid voor de letselschade van Marc, waarmee Marc kan instemmen. De verzekeraar zal nu niet meer dan 50% van de advocaatkosten van Marc moeten betalen. Het restant komt voor rekening van Marc zelf.

Meer en meer wordt in letselzaken gebruik gemaakt van mediation. Partijen spreken dan af dat een deskundige derde leiding geeft aan de onderhandelingen en behulpzaam is bij het doorhakken van knopen.

Wat de kosten betreft heeft deze manier van geschillenoplossing het voordeel dat de kosten die ermee gemoeid zijn, inclusief het salaris van de mediator, voor rekening van de aansprakelijke tegenpartij kunnen worden gebracht.