Ga naar content

Mijn kind wil niet naar de andere ouder. Wat nu?

Ben je zelf gescheiden en geeft je kind aan dat hij of zij niet meer naar de andere ouder toe wil? Weet je niet wat je hiermee moet doen? Onze eigen Judex-mediator Marieke van Plateringen schrijft elke maand een blog. Ze geeft praktische tips en heeft handige feitjes. Nieuwsgierig? Lees dan snel verder.

Op het moment dat je kind niet naar de andere ouder wil kan dit diverse gevoelens bij je oproepen. Misschien voel je je verdrietig, omdat je het graag anders ziet. Wellicht heb je medelijden met die andere ouder, omdat hij/zij dit heel moeilijk vindt. Mogelijk begrijp je je kind en stimuleer je zijn of haar gevoelens, omdat je geen goed contact hebt met de andere ouder. Misschien ervaar je het als een soort ‘overwinning’, omdat jullie kind blijkbaar liever bij jou is.

Je moet wel iets met deze situatie, wat je gevoelens ook zijn. In deze blog vertel ik hoe je hier het beste mee om kunt gaan.

Moet ik mijn kind dwingen als hij/zij niet naar de andere ouder wil?

In de meeste gevallen is het antwoord: Ja! Dit klinkt niet logisch, want wie wil zijn kind dwingen om iets te doen wat hij/zij echt niet wil? Alle ouders hebben volgens de wet recht op omgang met hun kind. Je hebt als ouder ook de plicht om mee te werken aan de omgang met de andere ouder van je kind. Op het moment dat er zwaarwegende redenen zijn kan een rechter de omgang met het kind ontzeggen, maar dit gebeurt niet snel.

Wat zijn zwaarwegende redenen volgens de rechter?

Om te beginnen wordt er gekeken of de betreffende ouder geschikt is om aan de opvoeding van het kind bij te dragen. Daarnaast wordt er gekeken of de omgang met diezelfde ouder een ernstig nadeel op kan leveren in de ontwikkeling van het kind. Tenslotte kijkt de rechter naar de bezwaren die het kind zelf heeft. Om welke redenen wil het kind niet meer naar zijn/haar vader of moeder?

Hoe pakt een rechter dit aan?

Een rechter raadpleegt in de meeste gevallen De Raad voor de Kinderbescherming en vraagt om onderzoek te doen naar deze specifieke situatie. De Raad voor de Kinderbescherming zoekt uit welke omgangsregeling passend is. De Hoge Raad (de hoogste rechterlijke instantie) heeft bepaald dat er alles aan gedaan moet worden om te zorgen dat elk kind met beide ouders contact kan houden. Op het moment dat dit echt niet mogelijk is, kan het oordeel van de rechter zijn dat er voor een periode van maximaal één jaar geen contact mag zijn met de betreffende ouder. Daarna wordt er opnieuw naar de situatie gekeken.

Conclusie: Er moet veel aan de hand zijn met het contact tussen kind en ouder op het moment dat een rechter besluit dat een ouder geen contact meer mag hebben met zijn/haar kind.

In veel gevallen zal er nooit een gerechtelijke uitspraak komen, omdat weinig ouders hiervoor daadwerkelijk naar een rechter stappen.

Wat kun je doen als je kind niet naar de andere ouder wil?

Op het moment dat je kind aangeeft dat hij/zij niet naar de andere ouder wil gaan, moeten bij jou de alarmbellen gaan rinkelen. Jouw kind geeft op dit moment een duidelijk signaal af. Er is iets aan de hand. Mogelijk iets groots, maar gelukkig is het vaak iets kleins dat makkelijk opgelost kan worden.

Een scheiding heeft met grote regelmaat een behoorlijke impact op een kind. Het kind krijgt (voor een deel) een andere plek om te wonen. Het kind ziet de ouders minder. Soms wordt er ook gewisseld van school, sportclub, muziekvereniging en zijn er nieuwe partners (mogelijk met kinderen) bij betrokken. De duidelijkheid, structuur en veiligheid dat een kind eerst had, is (deels) weg. Vaak krijgt een kind te maken met ruzies of spanningen tussen de ouders. Het kind voelt dat, ook al is hij/zij niet fysiek bij een ruzie of woordenwisseling aanwezig.

Regelmatig gebeurt het dat een kind boos is op de ouder die is weggegaan. Het kind voelt zich in de steek gelaten. Vaak is de grootste wens van een kind (soms nog jaren na de scheiding) dat de ouders weer bij elkaar komen en alles zoals vroeger wordt. Veel kinderen zitten na de scheiding van hun ouders niet lekker in hun vel. Ze zijn boos en verdrietig en kunnen probleemgedrag vertonen.

Wanneer een kind ziet dat een ouder boos is op de andere ouder of zich verdrietig voelt, wil het kind voor deze ouder zorgen en hem/haar beschermen. Af en toe gaat het zelfs zover dat een kind denkt dat de boosheid en het verdriet verdwijnt als hij/zij niet meer naar de andere ouder toe gaat. 

Wat kan er nog meer aan de hand zijn?

Het kind heeft vaak een voorstelling van hoe het contact met zijn/haar ouders moet zijn. Soms is dit contact anders dan hoe het kind zich had voorgesteld. Voor beide ouders kan dan onduidelijk zijn wat er aan de hand is met hun kind. Voornamelijk jonge kinderen kunnen dit vaak nog niet goed verwoorden. De kans is ook aannemelijk dat de ouders (nog) niet goed met elkaar kunnen communiceren over dit onderwerp. Als de scheiding niet fijn is verlopen of pas kort geleden is, is dit ook begrijpelijk. De kunst is om als ouders gezamenlijk op zoek te gaan naar de oorzaak en het vinden van een oplossing. Vaak valt dit niet mee.

Praat veel met je kind

Praat veel met je kind, ook over jullie scheiding. Geef je kind (indien dit kan) eerlijk antwoord op vragen over de scheiding en spreek nooit op een negatieve manier over de andere ouder, ook al is dit wellicht erg verleidelijk. Je non-verbale communicatie is ook belangrijk. Geef je kind de mogelijkheid om zijn/haar eigen mening te vormen over de andere ouder en over wat er is gebeurd. Beïnvloed je kind zo min mogelijk hierin. Dit is belangrijk voor de ontwikkeling van je kind. Misschien vind je dit erg lastig, vooral als jouw contact met de andere ouder niet goed is. Doe je best om je eigen gevoelens even opzij te zetten.

Vertel meerdere malen tegen je kind dat hij/zij niet de oorzaak is van jullie scheiding. Praat niet met je kind over wie ‘de schuldige’ is, maar bespreek de gevolgen en de gevoelens die je kind heeft omtrent de scheiding.

Zoek samen als ouders een oplossing

Op het moment dat je kind niet meer naar de andere ouder wil is er altijd iets aan de hand. Kijk en luister goed naar je kind. Kun je een reden bedenken? Als je de oorzaak gevonden hebt, neem dan contact op met de andere ouder en bespreek dit.

In situaties dat dit één op één contact met de andere ouder niet makkelijk loopt kun je er altijd een mediator bij vragen. Wanneer de oorzaak duidelijk is, kun je samen op zoek gaan naar een oplossing. Een oplossing is vrijwel nooit dat je kind de andere ouder niet of nauwelijks meer zal zien. Probeer hier open in te staan, ook al ben je het volkomen met je kind eens.

Als je kind niet meer naar jou toe wil

Op het moment dat jij de ouder bent waar het kind niet meer naar toe wil gaan, zoek dan contact met de andere ouder. Probeer samen tot een oplossing te komen, eventueel met een mediator erbij. In bijna alle gevallen heb je recht op omgang met je kind! Wanneer het niet lukt om samen een oplossing te vinden, vraag dan advies aan een advocaat over hoe je het beste kunt handelen.

Conclusie

Er is iets aan de hand als je kind niet meer naar de andere ouder wil. Probeer duidelijk te krijgen wat de oorzaak is. Meestal is het iets kleins dat makkelijk op te lossen is. Bij jonge kinderen is dit vaak lastiger dan bij oudere kinderen. Wanneer je de oorzaak duidelijk hebt, zoek dan contact met de andere ouder en probeer het samen op te lossen. Je kunt hier altijd een mediator bij betrekken. 

Doe je best om je eigen gevoelens richting de andere ouder opzij te zetten, want het is het bijna altijd in het belang van je kind dat hij/zij opgroeit met een moeder en een vader om zich heen. Beide ouders hebben het recht op een omgangsregeling met hun kind. Daarnaast heb je als ouders de plicht om het contact met de andere ouder positief te stimuleren, ook wanneer dit erg moeilijk blijkt.

Terug naar boven