Schadepost: smartengeld

Terug naar overzicht

Schadepost: smartengeld

Smartengeld is een ander woord voor vergoeding van immateriële schade. Smartengeld biedt compensatie en genoegdoening voor - kort gezegd - smart (of leed). U moet hierbij denken aan pijn, geestelijk leed of gederfde levensvreugde.

U heeft in het algemeen recht op smartengeld bij het oplopen van lichamelijk letsel. Ook voor geestelijk letsel kan smartengeld worden toegekend, maar alleen in bijzondere gevallen. Hierbij moet u bijvoorbeeld denken aan de situatie waarin u zich onder behandeling van een psychiater heeft moeten stellen en, herleidbaar tot het ongeval, een in de psychiatrie erkend ziektebeeld heeft ontwikkeld.

Kort gezegd komen alleen de zwaardere vormen van psychisch leed voor smartengeld in aanmerking. Het feit dat u door het ongeval een sterk psychisch gevoel van onbehagen gekregen heeft, is als regel onvoldoende.

De hoogte van het smartengeld

De wet geeft geen exacte richtlijnen hoe het smartengeld in een bepaalde zaak moet worden gewaardeerd. Dit wordt overgelaten aan de rechter die uw zaak moet behandelen. Dat neemt niet weg dat de rechter zich daarbij zal laten leiden door min of meer vergelijkbare gevallen.

Hoewel het lastig is om smart, pijn en verdriet in verschillende zaken met elkaar te vergelijken, is toch redelijk te voorspellen hoe hoog het smartengeld in uw geval zal zijn. Zo houdt de ANWB bijvoorbeeldoverzichten bij van verschillende zaken waarin smartengeld is toegewezen. Deze uitspraken worden gebundeld in de ANWB Smartengeldgids die ongeveer twee keer per jaar verschijnt.

De hoogte van het smartengeld is met name afhankelijk van de aard en de ernst van het letsel. Maar ook andere factoren kunnen een rol spelen, zoals de aard van de aansprakelijkheid. Zo zal een verkeersongeval anders worden beoordeeld dan een moord of een seksueel vergrijp.

Soms wordt bij smartengeld gedacht aan (zeer) hoge bedragen. In Nederland is hiervan echter geen sprake. Smartengeld is in het algemeen slechts een beperkt bedrag.

Een voorbeeld.

Een man van 49 jaar wordt als voetganger aangereden door een auto. Door het ongeval loopt hij letsel op aan zijn linkerknie. Hij had daarvoor al wat problemen met zijn rechterknie, maar deze problemen traden alleen op na een grote inspanning (hardlopen).

Door het ongeval kan de man niet meer hardlopen, skiën en gymnastieklessen geven. De rechtbank in Amsterdam bepaalt dat de man recht heeft op een smartengeldvergoeding van 11.685 euro.

Netto

Smartengeld is zoals de meeste vergoedingen van letselschade niet aan inkomstenbelasting onderworpen. U ontvangt het smartengeld in principe dan ook als netto bedrag. Mogelijk moet u over de vergoeding wel vermogensbelasting betalen (box 3) als u de vermogensvrijstellingen overschrijdt.

Smartengeld valt vanwege het persoonlijke karakter ook niet in de huwelijksgemeenschap. Bij het vaststellen van alimentatie kan overigens wel met smartengeld rekening gehouden worden.

In het algemeen zal een smartengelduitkering niet van invloed zijn op een eventuele bijstandsuitkering. Wel zal de gemeente mogelijk kritisch willen bekijken of het daadwerkelijk gaat om smartengeld of om een schadevergoeding voor materiële schade die bewust onder de noemer van smartengeld wordt uitgekeerd. Ook heeft de gemeente de mogelijkheid om een eigen beleid te voeren waarin is opgenomen welk bedrag aan smartengeld wordt vrijgesteld.

Smartengeld is verschuldigd vanaf de datum van het ongeval. Dit betekent dat vanaf deze datum ook de wettelijke rente gaat lopen, zelfs als het nog jaren duurt voordat het smartengeld daadwerkelijk wordt uitgekeerd. Om de voorkomen dat de wettelijke rente te veel oploopt, betaalt de aansprakelijke partij vaak voorschotten op het smartengeld.