Samenlevingscontract en overlijden

Terug naar overzicht

Samenlevingscontract en overlijden

Als u samenwoont en u wilt dat er bij het overlijden van een van uw beiden bepaalde zaken geregeld worden, dan is het verstandig om een samenlevingscontract op te laten stellen. Hoewel het niet verplicht is om een samenlevingscontract in een notariële vorm op te laten maken (bij een notaris dus), is dit in de praktijk bijna altijd wel het geval.

Dit komt omdat bepaalde juridische en belastingtechnische zaken alleen geregeld kunnen worden door middel van een samenlevingscontract dat door een notaris is opgesteld.

Een notarieel opgemaakt samenlevingscontract is nodig om:

  • als langstlevende partner aanspraak te kunnen maken op een partnerpensioen. Vrijwel alle pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen hanteren deze notariële eis.
  • in aanmerking te komen voor een gunstiger belastingtarief na overlijden. Met een notarieel samenlevingscontract komt de langstlevende partner in feite in aanmerking voor hetzelfde belastingtarief dat geldt voor gehuwden.
  • de langstlevende partner te kunnen beschermen tegen eventuele  aanspraken van kinderen geboren uit de bestaande of een vorige relatie. Die bescherming kan alleen met behulp van een testament gerealiseerd worden. Maar om een dergelijk testament te kunnen maken is ingevolge de wet een notarieel samenlevingscontract vereist.

Wat kan ik voor mijn partner regelen in een samenlevingscontract?

Een belangrijk onderwerp dat u kunt regelen in een samenlevingscontract is een zogenaamd verblijvingsbeding. Dit is een bepaling waarmee u kunt regelen dat gemeenschappelijke bezittingen (denk bijvoorbeeld aan een eigen woning en inboedelgoederen) bij het overlijden van een van de partners bij de langstlevende partner terechtkomt. Hij of zij wordt na het overlijden als het ware ook eigenaar van de andere helft van de gemeenschappelijke bezittingen.

Verblijvingsbeding

Het verblijvingsbeding kent wel een aantal specifieke kenmerken:

  • Een verblijvingsbeding is alleen geldig als de statistische sterftekans tussen beide partners ongeveer even groot is. Dat wil dus zeggen dat u beiden ongeveer even oud moet zijn. Een leeftijdsverschil van maximaal vijf jaar is in het algemeen nog net acceptabel.
  • Door het verblijvingsbeding gaat het eigendom niet automatisch over op de partner. De bezittingen moeten nog officieel aan de langstlevende partner overgedragen worden. In vaktaal: de gemeenschappelijke goederen moeten nog geleverd worden. Om te voorkomen dat erfgenamen zich proberen tegen deze levering te verzetten, is het aan te raden om aan het verblijvingsbeding een zogenaamde onherroepelijke volmacht te laten koppelen. Dit biedt de langstlevende partner de mogelijkheid om de levering van de goederen zelfstandig te regelen, zelfs als de erfgenamen van de overleden partner niet willen meewerken.
  • Aan het verblijvingsbeding is meestal de verplichting gekoppeld om eventuele schulden verbonden aan de gemeenschappelijke bezittingen over te nemen. Denkt u hierbij bijvoorbeeld aan het aandeel in de hypotheekschuld van de overleden partner.
  • Aan het verblijvingsbeding wordt vaak toegevoegd dat de langstlevende partner de gemeenschappelijke goederen krijgt toebedeeld zonder een bepaalde (financiële) tegenprestatie. Hij of zij krijgt de goederen dus ‘voor niks'.

U kunt eventuele kinderen met een verblijvingsbeding hun recht op een wettelijk minimum gedeelte van de erfenis overigens niet ontnemen. Als zij door het verblijvingsbeding in hun rechten geschaad worden, dan kunnen zij het tekort de langstlevende partner hun deel opeisen.

Een verblijvingsbeding is alleen geldig voor zover het gaat om gemeenschappelijke bezittingen. De afwikkeling van een verblijvingsbeding is behoorlijk ingewikkeld. Als u hiermee te maken krijgt is een deskundig notarieel advies vaak geen overbodige luxe.