Ga naar content

Loon: Veelgestelde vragen

Als u in de bijstand komt, hoeft u het spaartegoed van de levensloopregeling niet bij uw vermogen te tellen. U hoeft dat spaargeld dus niet eerst op te eten om voor een uitkering in aanmerking te komen. Als het saldo eenmaal is opgenomen/afgekocht, dan wordt dit geld wel weer tot uw vermogen gerekend.

Als het gaat om uw zogenaamde bovenwettelijke vakantiedagen (bij een fulltime dienstverband gaat het om het aantal dagen boven de 20), mag dit inderdaad. Uw werkgever moet hier dan wel mee kunnen instemmen. Hetzelfde geldt voor uw ATV-dagen.

Dat ligt in eerste instantie aan het huwelijksgoederenregime. Met andere woorden: bent u getrouwd onder huwelijkse voorwaarden of in gemeenschap van goederen. In dat laatste geval zal het saldo van uw levenslooptegoed verrekend moeten worden.

Als een werknemer vroegtijdig overlijdt, kan het saldo van de levensloopregeling als 'loon uit tegenwoordige dienstbetrekking' worden belast via de aangifte inkomstenbelasting van de overleden werknemer.

Een andere mogelijkheid is dat het tegoed bij de erfgenamen zelf belast wordt. De erfgenamen kunnen dat zelf kiezen, in overleg met de executeur testamentair. Deze mogelijkheid is voordelig wanneer de erfgenamen onder een lager belastingtarief vallen dan de overleden werknemers.

Ja, dat kan. Er vindt dan wel een heffing plaats over het gehele saldo volgens de progressieve tarieven van de inkomstenbelasting in box 1.

Ja, als een werkgever een bijdrage levert aan de levensloopregeling moet hij aan de werknemer die niet aan de levensloopregeling deelneemt dezelfde bijdrage als loon uitbetalen.

De waarde van prepensioen- en overbruggingspensioenregelingen kan tot een waarde van 210% in de levensloopregeling worden ingebracht.

Bij afkoop direct na het einde van het dienstverband en bij omzetting in ouderdomspensioen bestaat geen recht op de levensloopverlofkorting.

Uw werkgever mag u na het bereiken van een diensttijd van 25 jaar én na het bereiken van een diensttijd van 40 jaar een belastingvrije uitkering toekennen ter grootte van één bruto maandloon. Uw werkgever is dit in het algemeen niet verplicht. U heeft dus geen automatisch recht op deze uitkering.

Als u echter onder een CAO valt waarin vermeld staat dat elke werknemer recht heeft op een jubileumuitkering, is uw werkgever natuurlijk wel verplicht om deze CAO-bepaling na te leven.

De jubileumuitkering hoeft overigens niet direct na het bereiken van 25 of 40 dienstjaren te worden uitgekeerd. Dit mag bijvoorbeeld ook na 27 of 43 dienstjaren en bijvoorbeeld ook bij een ontslagsituatie. Zou u bijvoorbeeld na 41 dienstjaren ontslagen worden, dan mag uw werkgever u twee maandlonen onbelast uitkeren, ervan uitgaand dat u bij uw 25-jarig jublieum nog geen uitkering ontvangen heeft. Een eventuele hogere ontslagvergoeding wordt uiteraard wel normaal belast.

Het maandloon dat in dit verband onbelast kan worden uitgekeerd bestaat uit uw brutoloon inclusief uw vakantietoeslag en eventuele 13e maand naar rato.

Dit is een volgens de Pensioenwet per 1 januari 2008 verplicht gestandaardiseerd overzicht dat u jaarlijks ontvangt van de pensioeninstantie waar u pensioenrechten hebt opgebouwd. Met de UPO worden pensioenoverzichten van verschillenden pensioeninstanties beter vergelijkbaar.

Heeft u een juridische vraag?

Omschrijf uw situatie bij Judex middels ons contactformulier en wij nemen binnen 24 uur contact op. Judex hulp is 7 dagen bereikbaar, kosteloos en vrijblijvend.

Stel uw juridische vraag
Terug naar boven