Levensloopverlof opnemen

Terug naar overzicht

Levensloopverlof opnemen

U kunt uw levenslooptegoed alleen opnemen voor onbetaald verlof. Dat mag u doen zo vaak als u wilt. Maar in het algemeen heeft u toestemming van uw werkgever nodig voor het opnemen van onbetaald verlof.

De levensloopregeling geeft u dus geen wettelijk recht om verlof op te nemen wanneer u dat wenst. U kunt alleen verlof opnemen met toestemming van uw werkgever of omdat u een beroep doet op een verlofregeling die uw werkgever min of meer moet accepteren.

Ouderschapsverlof en langdurig zorgverlof zijn bijvoorbeeld verlofregelingen die door uw werkgever alleen in zeer uitzonderlijke gevallen geweigerd kunnen worden.

Het bedrag dat u tijdens uw onbetaald verlof maandelijks uit laat keren van uw levenslooprekening mag niet meer zijn dan het loon wat u direct vóór uw onbetaald verlof ontving. Minder is wel toegestaan.

Eerder stoppen met werken

U kunt er ook voor kiezen om het levensloopsaldo te gebruiken om eerder te stoppen met werken of om het levensloopsaldo, onder bepaalde voorwaarden, toe te voegen aan uw ouderdomspensioen.

Een voorbeeld.

Mevrouw De Laat zou in principe op 65-jarige leeftijd met pensioen gaan. Ze heeft inmiddels het maximale levenslooptegoed van 210% opgebouwd en wil dit tegoed gebruiken om eerder te stoppen met werken.

Mevrouw De Laat kan, in overleg met haar werkgever, besluiten om al op 62-jarige leeftijd te stoppen en gedurende de drie jaren tot aan haar pensioendatum 70% van haar laatstverdiende loon uit haar levenslooptegoed op te nemen.

Opnemen van levenslooptegoed en de fiscus

Op het moment dat u uw levenslooptegoed tot uitkering laat komen (tijdens een periode van onbetaald verlof), zal uw werkgever de verschuldigde loonbelasting moeten inhouden en bent u de zogenaamde inkomensafhankelijke bijdrage van uw zorgverzekering verschuldigd.

U ontvangt dan wel een belastingkorting, de zogenaamde levensloopverlofkorting (voor 2011: 201 euro) voor elk jaar dat u aan de levensloopregeling deelneemt.

Een voorbeeld.

U heeft 5 jaar in een levensloopregeling gespaard en u besluit in overleg met uw werkgever onbetaald verlof op te nemen. U heeft dan recht op 5x de levensloopverlofkorting die geldt in het jaar van verlof/opname. Deze heffingskorting wordt door uw werkgever verrekend met de loonbelasting. Deze korting mag nooit meer zijn dan het bedrag dat u opneemt voor het verlof.

Nog een voorbeeld.

U heeft 15 jaar deelgenomen aan een levensloopregeling en het spaarsaldo op uw levenslooprekening bedraagt inmiddels 15.000 euro. U besluit in een bepaald jaar verlof op te nemen en u wilt hiervoor 10.000 euro van uw levenslooprekening laten uitkeren.

Stel dat uw inkomen in een belastingtarief van 42% valt. Normaal gesproken zou er over de 10.000 euro dan 4.200 euro aan loonheffing moeten worden ingehouden. U heeft echter recht op 15 x 201 euro (3.015 euro) levensloopkorting. U hoeft in dat geval slechts 4.200 - 3.015 = 1.185 euro belasting te betalen. U houdt dus 8.815 euro netto over.

Vrijstelling levenslooptegoed box 3

Deelnemen aan de levensloopregeling heeft nog een extra voordeel. Er geldt namelijk een extra vermogensvrijstelling voor het saldo op een levenslooprekening in box 3 van de inkomstenbelasting. In box 3 worden in feite uw inkomsten (rente, dividend) uit sparen en beleggen belast.

Deze vrijstelling is ongemaximeerd.

In box 3 moet u normaliter over uw gemiddelde vermogen (bezittingen minus schulden) 1,2% vermogensrendementsheffing betalen. Het bedrag dat u dus op uw levenslooprekening heeft staan blijft bij de bepaling van uw vermogen buiten beschouwing.

Hoe wordt het levensloopsaldo uitgekeerd?

Zodra u daadwerkelijk verlof opneemt, en daarvoor uw spaartegoed van de levensloopregeling wilt gebruiken, dan keert de (bank)instelling waar uw levenslooprekening loopt het benodigde geld uit aan uw werkgever. Uw werkgever betaalt deze bedragen, onder inhouding van de verschuldigde loonbelasting, netto aan u uit.

Als de werkgever niet meer bestaat (bijvoorbeeld als gevolg van faillissement) en u wilt levensloopverlof opnemen, dan mag de financiële instelling op verzoek van u het levenslooptegoed rechtstreeks aan u overmaken onder inhouding van loonheffing.

Als u helemaal nooit verlof opneemt, dan zal het levenslooptegoed op 65-jarige leeftijd aan u worden uitgekeerd onder inhouding van de verschuldigde loonbelasting. U heeft dan nog wel recht op de zogenaamde levensloopverlofkorting.

Levensloopregeling is per 1 januari 2012 afgeschaft

U kunt vanaf 1 januari 2012 niet als nieuwe deelnemer aan een levensloopregeling starten, de regeling is namelijk met ingang van die datum afgeschaft. Als u vóór 1 januari 2012 al deelnam aan de levensloopregeling, blijft de regeling voor u openstaan. Vanaf 2013 kunt u uw levenslooptegoed belastingvrij overzetten naar het nieuwe vitaliteitssparen.