Wachtgeld en uitkering voor de ontslagen ambtenaar

Terug naar overzicht

Wachtgeld en uitkering voor de ontslagen ambtenaar

Tot 2001 vielen ambtenaren onder wachtgeldregelingen. Vanaf 2001 vallen ambtenaren onder de toepassing van de werkloosheidswet (WW). Omdat de WW in bijna alle gevallen (veel) lager uitvalt dan de vroegere wachtgeldregelingen, is de zogenaamde bovenwettelijke regeling in het leven geroepen.

Deze bovenwettelijke regeling bestaat uit een aanvullende uitkering en een aansluitende uitkering. De bedoeling van deze bovenwettelijke uitkeringen is om het uitkeringsniveau van uw vroegere wachtgeld zoveel mogelijk te handhaven.

Een voorbeeld.

Pieter werkt al 25 jaar als ambtenaar een ministerie. In het jaar 2000 wordt Pieter ontslagen. Pieter komt in aanmerking voor wachtgeld.

Erik werkt ook bij een ministerie. In het jaar 2005 wordt Erik ontslagen. Op dat moment is Erik 25 jaar in dienst. Erik komt in aanmerking voor een WW-uitkering met een aanvullende bovenwettelijke uitkering. Na afloop van de WW-periode krijgt Erik nog een aansluitende bovenwettelijke uitkering.

De WW-uitkering bedraagt maximaal 38 maanden. De eerste twee maanden bedraagt de WW-uitkering 75% van het laatst verdiende salaris. Vervolgens bedraagt de WW-uitkering 70% van het laatst verdiende salaris. Daarbij is het van belang om op te merken dat de WW is gekoppeld aan een maximum. Dit noemt met ook wel het maximum dagloon.

Dit kan betekenen dat ambtenaren in hogere salarisschalen bij werkloosheid (veel) minder aan WW-uitkering ontvangen dan 75% of 70% van het laatstverdiende loon. De bovenwettelijke uitkeringen zorgen dan in feite voor een aanvulling. De bovenwettelijke uitkeringsregelingen kennen namelijk geen maximum.

Per sector gelden verschillende bovenwettelijke uitkeringsregelingen. Als voorbeeld kunnen worden genoemd:

  • Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk
  • Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Defensie
  • Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs
  • Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie
  • Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren

Op rijksambtenaren is het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk van toepassing. Op basis van dit besluit komt u als rijksambtenaar na ontslag voor de duur van de WW-uitkering in principe in aanmerking voor een aanvulling op uw WW-uitkering tot 70% van uw laatstgenoten salaris, ook als dit hoger is dan het maximaal verzekerd dagloon. Deze bovenwettelijke uitkering noemt men ook wel de aanvullende uitkering.

Afhankelijk van het totaal aantal dienstjaren in overheidsdienst heeft u als rijksambtenaar daarnaast mogelijk nog recht op een zogenaamde aansluitende uitkering. Deze aansluitende uitkering zorgt ervoor dat u na afloop van de WW-uitkeringsduur nog steeds een uitkering ontvangt ter grootte van 70% van uw laatstverdiende salaris.

Overigens is de berekeningswijze van de bovenwettelijke uitkering erg ingewikkeld. Zo wordt de duur van de uitkering bij rijksambtenaren met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat vastgesteld op drie maanden, vermeerderd voor ambtenaren:

  • die op de dag van ontslag de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt met een periode gelijk aan 18% van de diensttijd
  • die op de dag van ontslag 21 jaar oud is met een duur van 19,5% van de diensttijd en zo vervolgens per leeftijdsjaar opklimmend met 1,5%
  • die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd

De duur van de bovenwettelijke uitkering is in ieder geval gelijk aan de duur van de WW-uitkering. Dit kan echter ook langer zijn. Voor rijksambtenaren van 55 jaar of ouder met een diensttijd van tenminste tien jaar geldt dat de bovenwettelijke uitkering doorloopt tot het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

Binnen andere sectoren gelden vergelijkbare regelingen. Het is verstandig de voor u geldende regeling te raadplegen of hierover contact op te nemen met een in ambtenarenrecht gespecialiseerde advocaat.

Omdat de overheidswerkgever eigen risicodrager is (dit houdt in dat de uitkeringen door de overheid zelf bekostigt moeten worden), kan dit voor uw werkgever een kostbare aangelegenheid zijn. Daarom zou het voor uw werkgever en mogelijk ook voor u interessant kunnen zijn om gebruik te maken van de afkoopmogelijkheid. U krijgt dan een bedrag ineens.

In ruil hiervoor moet u dan afzien van uw (bovenwettelijke) uitkeringen. Als u bijvoorbeeld van plan bent om een eigen bedrijf te starten, zou de afkoopsom kunnen worden gebruikt als startkapitaal.

Tegen alle beslissingen met betrekking tot uw (bovenwettelijke) uitkering kunt u bezwaar maken. Omdat de uitvoering van de uitkeringsregelingen zijn uitbesteed aan het UWV, moet u uw bezwaarschrift ook aan het UWV richten. Bezwaar dient dan ook bij het UWV te worden ingesteld.

Uw adviseur op het gebied van:

Werk & ontslag